‘Toen ik klein was, kreeg je hooguit één bagel in het weekeinde. Dertig jaar geleden schoten de bagelshops als paddestoelen uit de grond en nu eten we ze iedere dag. Ze bevatten geen vet, dus moeten ze wel gezond zijn. Het idee dat een dieet met weinig vetten gezond zou zijn, is toen geïnstitutionaliseerd – maar op niets gebaseerd.’

Eet lekker vet, maar laat de koolhydraten staan, want die veroorzaken obesitas, zegt de Amerikaanse eetgoeroe en wetenschapsjournalist Gary Taubes (55).

‘Mijn moeder wist wat je dik maakte. Zij begreep waarom Amerikanen van Italiaanse afkomst overgewicht kregen: puur vanwege de dagelijkse pasta.’ Donderdagavond was altijd spaghetti-avond bij hen thuis. Maar als zijn moeder wilde afvallen, at ze een tijdje geen pasta, rijst en aardappelen. Ze liet dus de koolhydraten staan. ‘Die kennis was eind jaren vijftig gemeengoed.’

De strijd tegen de koolhydraat is het levenswerk van Taubes geworden. Het begon toen hij zich in 2002 in The New York Times afvroeg of de voorstanders van mager voedsel, zoals de overheid en levensmiddelenfabrikanten met hun anti-vetcampagnes, niet een leugen verkondigden. Die boodschap kwam aan, want overgewicht had in de Verenigde Staten epidemische vormen aangenomen.

Om zijn theorieën te staven schreef Taubes Good Calories, Bad Calories (2007). Door de één werd hij bejubeld, door de ander verguisd. Hij was op tv bij Larry King en maakte ruzie met dr. Oz, bekend van optredens bij Oprah Winfrey. Voor het grote publiek schreef hij Why We Get Fat (2010). In wetenschappelijke kring vertegenwoordigt hij een minderheidsstandpunt, maar zijn beide boeken zijn bestsellers. Zijn ideeën over een koolhydraatloos dieet hebben verwantschap met die van Atkins. Hij geeft er volgende week een lezing over in de Amsterdamse Rode Hoed.

U eet al jaren geen koolhydraten. Vindt u brood en kaas geen fantastische combinatie?
‘Zeker. Als ik denk aan pizza, loopt het water me in de mond. Dat gaat niet over. Het is een pavlovreactie. Trouwens, nu ik me herinner hoe goed pizza smaakt, zou ik er best een lusten.’

Als dat verlangen er nog steeds is, dan is het toch beter het advies van voedingswetenschappers te volgen die zeggen: sluit niets uit. Eet alles, maar met mate?
‘Sommigen zijn voorbestemd dik te worden, hun lichaam reageert anders op koolhydraten. Dat is heel oneerlijk. Dan helpt dat advies niet.’

Dikke mensen eten toch meer dan dunne mensen?
‘Ja, maar waarom worden zij dik en anderen niet? Hoe blijven die dun zonder minder te hoeven eten?

‘En er zijn dikkerds die dun zijn, maar die hongeren zichzelf uit. Nu kampt tweederde van de Amerikanen met overgewicht. De meeste obese mensen eten al matig. In feite zijn ze fanatieker dan dunne mensen, juist omdat ze obees zijn. Ik ben gestopt met het eten van koolhydraten en nu ben ik niet meer dik, al ben ik nog steeds een flinke vent. Vijftien jaar geleden at ik weinig vet, nam ik geen zure room, geen boter. Als ik kip at, was het zonder vel. Toch was ik toen dikker.’

U had obesitas?
‘Ik had overgewicht. Destijds woonde ik in Los Angeles, vlak bij zee. Dagelijks sportte ik, want dat doe je als je daar woont. Mijn leven bestond uit sporten, schrijven en eten. Wat ik at, was gezond. Ieder jaar kwamen er toch een paar pondjes bij.

‘Voor het tijdschrift Science deed ik onderzoek naar voeding en volksgezondheid, en sprak 150 bronnen – voor één artikel. Ik boog me over wetenschappelijk onderzoek, over waarom diëten die weinig vet bevatten gezond zouden zijn. Ik was verbaasd over de kwaliteit van de resultaten: de ‘bewijzen’ waren niet aantoonbaar. Verbijsterend. Vervolgens publiceerde ik mijn artikel in het magazine van The New York Times. Mijn boodschap kwam hard aan.’

Hoe is de overgewichtepidemie ontstaan?
‘Het begon rond 1975. Een leefwijze met weinig vetten was gezond, dat was de algemene opvatting. In 1977 deed maïssiroop (corn syrup) zijn intrede. In die tijd steeg ook de suikerconsumptie; suiker bevat immers geen vet, maar is wel een koolhydraat. Er kwamen frisdranken op de markt met een hoog fructosegehalte. Fabrikanten deden alsof dat iets anders was dan suiker. Ook haalden ze vet uit bijvoorbeeld yoghurt en deden er suiker in. Voegden wat aardbeien toe en adverteerden dat die yoghurt goed is voor je hart, omdat het cholesterolgehalte laag is. Door dat dieetdogma denken we dat die yoghurt gezond is, al bevat die net zo veel suiker als een blikje cola.’

In Nederland volgden we dezelfde lijn met de Let op Vet-campagne van het Voedingscentrum uit de jaren tachtig. Het vet dat je eet, slaat zich op in het lichaam.
‘Is verzadigd vet slecht? Dat bewijs is er niet. Het probleem zit in vetopeenhopingen die door insuline worden veroorzaakt. Vanaf 1962 konden we vetzuren en hormonen meten in het bloed. Toen werd dat verband ontdekt. Makkelijk te verteren levensmiddelen met koolhydraten erin, zoals aardappelen, geraffineerde producten als bloem en suikers, hebben een unieke invloed op het insulinehormoon. Het zijn relatief nieuwe voedselsoorten, evolutionair beschouwd, maar ze veroorzaken wel obesitas. Ik kan watertanden bij de gedachte aan een eclair, maar ik weet dat die niets voor mij doet. Er is geen reden om te snoepen. Er zit niets in suiker en witte bloem, geen mineralen, geen anti-oxidanten. Het levert alleen maar energie op.’

Dat kan een goede reden zijn er toch je tanden in te zetten.
‘Alleen als je sterft van de honger.’

Bron: VK (30 maart 2012)
Auteur: Marie-Louise Schipper
Interview met Gary Taubes wetenschapsjournalist