Selecteer een pagina
  1. Blogs
  2.  » 
  3. Koolhydratenmonster
  4.  » Het appgroepje Samen Sterk

Het appgroepje Samen Sterk

‘Welkom bij mijn persoonlijke blog, over keto vasthouden in een niet-keto-wereld! Ik ben het koolhydratenmonster en ik heb eindelijk mijn eigen podium gekregen. Dat werd hoog tijd natuurlijk. Want ik ben goed in mijn werk en dat mag iedereen weten. Ik laat je zien hoe ik mensen verleid en hoe ik ze onderuithaal. Je kunt er wat van leren, al heb ik dat liever niet.

Vandaag neem ik je mee naar een plek waar ik graag kom. Het appgroepje van een paar vrouwen dat ooit is begonnen om elkaar te helpen. Elkaar op te peppen. Elkaar vast te houden op moeilijke momenten. Ze noemen hun groepje ‘Samen Sterk’. Ze denken dat ze sterker zijn dan ik.

Het is vrijdag. Half zes. Vier vrouwen, vier huizen, vier verschillende soorten moe.

Marian is 68. Ze woont alleen sinds haar man er niet meer is. Overdag gaat het prima. Ze heeft haar ritme, haar wandelingen, haar boodschappen, haar kleinkind af en toe. Maar vrijdagavond is vaak het lastigst. Dan is het stil in huis. Dan voelt een avond lang. Dan is er niemand om tegen te zeggen dat de week erop zit.

Petra is 59 en al jaren getrouwd. Ze houdt van gezelligheid. Een kaarsje aan, iets lekkers op tafel, samen zitten. Bij haar is eten nooit alleen eten. Het is ook weekend. Ontspanning. Erbij horen. Iets fijns maken van de avond.

Sandra is 47 en werkt nog volop. Vrijdag is bij haar niet het begin van rust, maar het moment waarop alles wat ze de hele week bij elkaar heeft gehouden begint te schuiven. Ze komt thuis met een vol hoofd, een leeg lijf en een gevoel dat ze zichzelf iets gunt, al weet ze nog niet wat.

Inge is 54. Ze is serieus. Zorgvuldig. Ze doet niet half werk. Sinds ze anders eet, voelt ze zich beter. Meer rust. Minder chaos. Juist daarom wil ze het zo graag goed doen. Ze geniet van dat gevoel dat ze grip heeft. Tot het even weg is.

Om kwart over vijf komt het eerste appje binnen.

Sandra schrijft dat ze vanavond moeite heeft. Petra reageert vrijwel meteen dat vrijdagavond voor haar ook altijd zo’n ding is. Marian leest mee vanaf haar keukentafel en typt dat vooral het lege stuk van de avond haar tegenstaat. Inge probeert de toon erin te houden. Ze schrijft dat ze het gewoon níet gaan doen. Kop thee, pyjama aan, vroeg op de bank. Petra antwoordt: “Ja. Niet zondigen vanavond.”

Zondigen. Ik spits mijn oren. Yes. Ik ruik een kans. Nu hoeft er maar één om te gaan. Daarna volgt de rest vaak vanzelf. Ik laat het eerst nog even sudderen. Nog even thee, nog even flink doen, nog even doen alsof ze deze avond de baas zijn. Maar ik wacht gewoon op de eerste scheur. Eén vrouw die moe is. Eén vrouw die alleen is. Eén vrouw die zin heeft in gezelligheid. Eén foto in die appgroep en hup, daar ga ik. Dan fluister ik de rest wel even over het randje.

Marian trekt haar wenkbrauwen op. Zondigen, denkt ze. Alsof je niet gewoon iets eet, maar iets misdadigs doet. Ze zegt het niet in de groep. Het is zo’n woord waar vrouwen aan gewend zijn geraakt. Alsof het heel normaal is om over eten te praten alsof je iets heel ergs hebt gedaan wat niet mag. Het raakt haar.

Petra schrijft dat ze geen zin heeft om zich morgen weer ellendig te voelen. Sandra zegt dat juist dat schuldgevoel erna zo naar is. Inge zet thee en voelt zich even sterk. Zie je wel. Zo kan het ook. Gewoon door die avond heen.

Bij Marian staat de televisie aan, maar ze kijkt niet echt. Haar telefoon ligt naast haar op tafel. De waterkoker is alweer stil. Haar thee dampt nog. Ze vindt de appgroep gezellig. Die groep maakt haar avonden minder alleen. Maar soms brengt diezelfde groep ook iets haar huis binnen waar ze niet op zit te wachten.

Petra staat intussen in haar keuken. Haar man heeft een fles wijn open voor zichzelf. Op het aanrecht ligt al een opengescheurde zak chips. Hij vraagt of ze nog iets zullen nemen vanavond. Gewoon iets lekkers, zegt hij. Petra zegt meteen nee. Niet doen. Ze wil zich morgen goed voelen. Hij knikt. Ook goed.

Sandra staat nog half in haar werkkleren in de keuken. Ze weet precies dat ze eerst iets degelijks moet eten. Ze weet ook dat vrijdagavond niet het moment is waarop redelijkheid altijd wint. Ze leunt met haar hand op het aanrecht en kijkt opnieuw op haar telefoon.

Inge schrijft dat haar thee inmiddels op is en dat ze zo onder een dekentje kruipt. Sandra zet dat ze iets normaals gaat eten. Marian schrijft dat ze vanavond vroeg naar bed gaat. Petra leest mee, zegt even niks en kijkt naar de appgroep en daarna naar haar man, die de appeltaart al op tafel heeft gezet. Voor zichzelf, zegt hij nog.

Voor zichzelf. Ja ja. Ze loopt erlangs. Pakt borden uit de kast. Zet ze weer terug. Schenkt water in. Gaat zitten. Staat weer op. Ik ga naast haar op het aanrecht zitten en zwaai met mijn benen. Ik zeg nog niet veel. Bij Petra hoeft dat niet. Daar hoef ik alleen maar heel vriendelijk te klinken. “Ach toe Petra. Het is vrijdag. Eén puntje maar. Je hebt de hele week al je best gedaan.”

Dan, iets na zessen, komt de eerste foto. Van Petra. Een punt appeltaart op een wit bordje, met daarnaast een flinke toef slagroom. Je ziet aan de achtergrond dat ze aan tafel zit. Een wijnglas, een servet, een warme lamp erboven. Het onderschrift is kort. “Nou meiden… hier ging het dus toch mis.”

Marian kijkt ernaar en voelt meteen iets. Niet eens trek. Meer een soort verlangen. Naar iets lekkers op vrijdagavond. Naar meedoen. Naar niet weer de enige zijn die thee drinkt in een stil huis. Sandra kijkt te lang. Ze weet dat meteen van zichzelf. Niet doen. Niet kijken. Weg ermee. Maar de foto zit al in haar hoofd. Inge typt dat zij braaf met haar thee blijft zitten. Zodra ze het verstuurt, heeft ze alweer spijt van dat woord. Braaf. Waarom klinkt dat nu alsof zij degene is die iets mist?

Petra schrijft terug dat ze er zo’n zin in had en dat het morgen wel weer normaal is. Marian staat op en loopt naar de keuken. Haar thee is koud. Ze opent de koelkast, sluit hem weer, trekt een kastje open en kijkt naar een half brood dat er nog ligt. Ze had dat gehaald voor morgen, voor bezoek. Nu staat het ineens in haar blik alsof het daar speciaal voor vanavond ligt.

Bij Marian werk ik liever met geur en herinnering. Niet met geschreeuw. Dat is veel te grof. “Gewoon twee sneetjes,” fluister ik. “Lekker dik met roomboter. Oude kaas erop. En neem er anders een handje chips bij. Vrijdagavond mag toch ook iets zijn.”

Sandra trekt een la open. Ze pakt een kom. Alleen iets hartigs. Iets kleins. Dan is het ook klaar. Ik geef haar gelijk. “Ja joh, chips. Gewoon chips,” fluister ik. “Niet moeilijk doen. Je bent moe. Neem iets waar je echt zin in hebt. En daarna stop je gewoon weer.”

Inge zet nog een kop thee. Sterker deze keer. Ze wil terug naar dat goede gevoel van net. Dan komt de volgende foto. Van Marian. Twee dikke sneden vers brood met roomboter en oude kaas. De boter is nog net zichtbaar onder de kaasrand. Naast het bord ligt een open zak ribbelchips. Niet netjes in een schaaltje, gewoon op tafel. Het bijschrift is maar twee woorden. “Ik ook.”

Petra reageert meteen dat ze het morgen weer oppakken. Sandra voelt de drempel verdwijnen. Niet alleen Petra dus. Ook Marian. Ook brood. Ook chips. Ook dat. Ze schept een kom vol ribbelchips, zet er een bakje kruidenroomkaas naast en trekt daarna zonder nadenken nog een reep chocolade open. Ze maakt alleen van de chips en de dip een foto. Dat voelt nog alsof het meevalt. “Nou… ik ben ook om.”

Kijk, ze komen er wel. Eerst nog flink doen, thee zetten, vroeg naar bed willen, en dan toch. Eén foto in die appgroep en de toon is gezet. Daar hoef ik echt niet hard voor te werken. Een beetje porren, een beetje fluisteren, een beetje gezelligheid eroverheen en ze doen de rest keurig zelf. Nu Inge nog.

Inge leest alles terug. Taart. Brood. Chips. Ze voelt haar gezicht warm worden. Nee. Ik wil dit niet. Ik wil morgenochtend wakker worden met dat fijne gevoel dat ik het weer gedaan heb. Maar er gebeurt nog iets anders. Alsof de anderen samen ergens zijn waar zij niet bij hoort. Alsof gezelligheid aan de andere kant ligt. Alsof zij degene is die alleen achterblijft met thee en goede bedoelingen.

Bij Inge hoef ik maar één klein, gemeen draadje aan te raken. “Kom op zeg,” fluister ik. “Alsof jij hier geen zin in hebt. Alsof jij vanavond de heilige gaat uithangen terwijl de rest gewoon gezellig doet.”

Ze legt haar telefoon weg. Pakt hem weer. Leest nog eens terug. Twintig minuten later stuurt ook zij een foto. Een groot stuk slagroomtaart op een bord. Scheef afgesneden. Een hap eruit. Op de achtergrond nog net de geopende doos. Geen woorden. Die zijn niet meer nodig.

Daarna wordt het in de appgroep losser. Petra schrijft dat ze nu toch al bezig is en nog een glas neemt. Sandra zegt dat chips altijd haar zwakke plek blijft. Marian leest vooral. Inge ook. Hier en daar komt nog een kort berichtje. Meer hoeft niet. De avond heeft zijn richting al gekozen.

Later op de avond is het tijd voor Mevrouw Oordeel. Zij komt nooit te vroeg. Tijdens de eerste happen heeft ze niets te zoeken. Dan is het nog gezellig. Dan is er nog verdoving. Dan lachen vrouwen nog een beetje om zichzelf en doen ze alsof het meevalt. Mevrouw Oordeel komt later. Als het op is. Als de tafel weer leeg is. Als de foto’s verstuurd zijn. Als er niemand meer kijkt.

Bij Marian komt ze als het huis weer stil is en het bord in de keuken staat. Marian loopt nog even naar de badkamer en kijkt daar per ongeluk in de spiegel. Daar staat Mevrouw Oordeel al naast haar. “Zie je wel,” zegt ze. “Jij kunt die avonden gewoon niet aan. Zodra het stil wordt in huis, ga jij onderuit. Eén foto en je lag er alweer af.” Marian doet het licht uit, maar neemt die stem mee naar bed.

Bij Sandra komt ze als de lol eraf is. Als de kom leeg is en haar buik strak voelt. Als ze nog op de bank zit in haar kleren van de dag en ineens denkt: waarom heb ik dit nou weer gedaan? Mevrouw Oordeel gaat niet zitten. Die blijft staan. Armen over elkaar. “De hele week flink doen en dan dit. Zodra je moe bent, laat je jezelf weer vallen. Altijd hetzelfde. Je kunt ook niks normaal houden.” Sandra pakt haar telefoon, opent de appgroep, sluit hem weer en zet hem op stil.

Bij Petra komt ze later. Haar man is al naar boven. De glazen zijn opgeruimd. Het kaarsje is uit. De gezelligheid is verdwenen en wat overblijft is dat nare, volle gevoel waar Petra juist zo bang voor was. Ze staat in de keuken met haar hand op het aanrecht als Mevrouw Oordeel achter haar opduikt. “Gezellig hoor,” zegt ze. “Even lekker zondigen. En nu voel je je weer ellendig. Dat heb je dan toch weer mooi voor elkaar. Morgen weer normaal? Kom nou toch. Jij weet zelf ook wel hoe dit gaat.” Petra probeert het weg te slikken, maar ze voelt het al in haar keel.

Maar het hardst komt ze binnen bij Inge. Inge ligt in bed en slaapt niet. Ze draait van links naar rechts. Trekt haar dekbed af, weer op, weer af. In het donker wordt alles groter. Dat ene stuk taart. Dat ene moment waarop ze dacht: laat ook maar. Dat ene appje van Petra. Dat ene bord van Marian. Ze hoort zichzelf denken: waarom liet ik me zo meeslepen? Waarom was dat genoeg? Waarom ben ik zo?

Mevrouw Oordeel geeft het antwoord. Niet zachtjes. Niet voorzichtig. Ze komt boven haar hangen en begint meteen. “Wat ben jij toch een loser,” zegt ze. “Jij dacht zeker dat jij dit wél kon. Jij voelde je zeker al heel wat. Kijk nou eens. Eén appgroep, drie foto’s en jij was weg. Je kunt dit gewoon niet. Je verpest het elke keer weer.” Inge doet haar ogen dicht, maar dat helpt niets. Mevrouw Oordeel praat gewoon door. “Morgen ga je weer flink doen. Weer netjes. Weer braaf. Tot de volgende keer. Wat een toneel.”

Inge ligt wakker tot ver na drieën.

De volgende ochtend zegt de appgroep bijna niets. Petra zet tegen half elf: “Vandaag weer oppakken dames.”

Marian leest het, maar reageert niet. Ze wil even door niemand gezien worden. Sandra heeft de meldingen uitgezet. Inge typt drie keer iets en wist het steeds weer. Ik baal ervan. Ik wil dit niet meer. Sorry, ik haak even af. Uiteindelijk stuurt ze niets.

Wil je meer van deze verhalen lezen? Je vindt ze in mijn boek, hier vind je meer informatie over mijn boek.

Wil je mij nog beter leren kennen? In het Keto & Support Pluspakket krijg je elke dag steun bij verleiding, vallen en opstaan en leer je weer de baas te worden. Ik kom daar zelf ook elke dag even langs!