Selecteer een pagina
  1. Blogs
  2.  » 
  3. Koolhydratenmonster
  4.  » BLOG 14 Marloes bakt keto

BLOG 14 Marloes bakt keto

Welkom bij mijn persoonlijke blog, over keto vasthouden in een niet-keto-wereld! Ik ben het koolhydratenmonster en ik heb eindelijk mijn eigen podium gekregen. Dat werd hoog tijd natuurlijk. Want ik ben goed in mijn werk en dat mag iedereen weten. Ik laat je zien hoe ik mensen verleid en hoe ik ze onderuithaal. Je kunt er wat van leren, al heb ik dat liever niet. Vandaag neem ik je mee naar Marloes.

Marloes is zevenenvijftig en haar huis klinkt anders sinds de kinderen uit huis zijn. Geen dichtslaande deuren meer, geen geroep vanaf de trap, geen rugzakken in de gang. Alleen de kapstok bij de voordeur die ineens veel meer haken over heeft dan ze gewend is. Sinds ze met TheNewFood begon, is ze ruim twintig kilo kwijtgeraakt.

Maar nóg mooier: ze weet nu wat eetrust is. Ze heeft niet steeds die overweldigende trek meer, geen gevecht bij elke reclame voor chocola, geen middagdip meer en ’s avonds op de bank heeft ze genoeg aan een kop thee. Haar brandend maagzuur, waar ze jarenlang mee heeft rondgelopen, is verdwenen. Het nachtelijke hoesten, de opgeblazen buik en de zeurende gewrichten in haar handen en knieën zijn weg. Ik ben nu iemand die zo eet, denkt ze vaak als ze geniet van haar keto-maaltijd. Geen fase, geen dieet. Dit is gewoon hoe ik leef.

Marloes denkt dat ik haar ben vergeten, maar ik ben altijd in de buurt. Zeker in de laatste maanden van het jaar. Mijn geurmaanden. Speculaas, kruidnoten, kerststol. De tijd waarin “gezellig” en “eten” bijna hetzelfde woord zijn. Ik vier geen feestdagen, ik doe aan feestmaanden. Gezellig samen.

Op een donderdagochtend zit Marloes aan de keukentafel met haar koffie. Ze scrolt door Facebook. Overal duiken foto’s op van keto-kruidnoten, gevulde speculaas zonder suiker en amandelkransen. Het ene nog feestelijker dan het ander. Jeetje, wat een kunstwerken, denkt ze. En allemaal ‘mag’ het. Geen suiker, geen meel. Zo kan december dus ook.

“Kijk dan,” fluister ik. “Dit is toch precies waarom keto geweldig is? Je hoeft niets te missen. Je kunt alles bakken wat je vroeger ook bakte, alleen dan slimmer. Jij bent toch geen saaie vrouw die de hele decembermaand doet alsof het maart is?”

Ze glimlacht. Ik wil ook niet dat mens zijn dat alleen maar nee zegt. Zeker niet als de kinderen komen. Ze komen al zo weinig thuis. Het is toch leuk als het dan ruikt zoals vroeger. Ze appt haar oudste: kom jullie zondag langs? Ik zorg voor iets lekkers.

Ik wrijf in mijn handen. Op het haakje naast haar keukenschort hang ik vast mijn eigen schort: een groot rood schort met afbeeldingen van taart, koek en pepernoten. “Voor als we beginnen,” mompel ik tevreden. “Want we gaan beginnen. Dat voel ik aan alles.”

Die zondag pakt Marloes haar schort van het haakje. Het recept ligt al op het aanrecht. “En daar gaan we,” fluister ik, terwijl ik mijn schort omknoop. “De bakkerij is geopend.” Marloes roert met een houten lepel door een kom vol amandelmeel, roomboter, zoetstof en kruiden. Ze maakt kleine bolletjes en legt ze op de bakplaat. Wat heerlijk dit. Precies als vroeger. Alleen nu zonder schuldgevoel. Dit is slim. Dit is een geweldige oplossing. Zo kan ik ook gewoon meedoen.

Ik tik met een lepel tegen de kom. “Geniaal,” zeg ik. “En het is nog gezond ook. Amandelen zijn goed, roomboter is goed, zoetstof is oké. Je bent een verantwoordelijke moeder en een creatieve bakker in één. Dit is helemaal geen zwakte. Dit is power.”

Als de kruidnoten uit de oven komen, vult de keuken zich met die zachte, warme speculaaslucht die ik zo goed ken. De oudste komt binnen, snuift diep en roept: “Mam, heb je tóch kruidnoten?” Ze lacht. “Ja, maar dan mijn versie,” zegt ze trots. “Keto. Proef eens.” Hij pakt er drie tegelijk. Haar man ook. Thuis eet hij meestal mee met wat zij kookt; zolang het maar lekker is, vindt hij het prima. De schaal schuift vanzelf haar kant op. Ze proeft. Het smaakt prima. Dit is echt briljant. Ik mis niks. Waarom heb ik hier niet eerder aan gedacht?

Ik glimlach breed. “Zie je wel,” zeg ik, terwijl ik mijn schort een slag strakker trek. “En niemand kan er iets van zeggen. Dit is allemaal binnen de regels. Dit is niet terugvallen. Dit is gewoon december, maar dan beter.”

Die avond, als iedereen weg is, ruikt het nog steeds naar speculaas. Op het bord liggen nog kruidnoten. Terwijl ze opruimt, pakt ze er steeds eentje. Zonder honger, zonder echt te proeven, tot het bord leeg is. Ach, het is keto. Beter dan vroeger. Ik hoef hier echt geen drama van te maken. Morgen gewoon weer mijn normale eten. Dit is even gezellig, geen probleem.

De volgende ochtend wordt ze wakker met een wat zwaarder hoofd. Niet echt misselijk, niet echt ziek, maar er hangt een waas over de ochtend. Haar vingers zijn stijver dan ze gewend is de laatste tijd. Hm, dat is gek. Dit had ik zo lang niet meer. Misschien gewoon slecht geslapen, denkt ze. Ze schudt haar handen los en gaat door.

In de week daarna bakt ze nog een keer kruidnoten omdat ze zo snel op waren, en ook gevulde speculaas “voor bij de koffie als mijn vriendin komt” en een cake “om mee te nemen naar het werk, dan hebben zij ook iets lekkers”. Elke keer dat de oven opengaat, sta ik er met mijn schort naast. Ik til de bakplaat een beetje op zodat de geur nog beter de keuken instroomt.

“Je doet dit fantastisch,” zeg ik. “En het is allemaal binnen de lijntjes. Dit is zelfzorg. Dit is creativiteit. Dit is een hobby. Als jij dit niet doet, wie dan wel? Jij laat zien dat keto niet zielig is. Je bent een soort super-ketovrouw. Dat verplicht bijna tot bakken.”

Marloes lacht. Superketo, ja hoor. Maar het is wel leuk. En het is echt fijner voor de rest. Dan hebben zij ook het gevoel dat ze niets missen als ze hier zijn. ’s Avonds, als ze samen op de bank zitten, kijkt haar man naar de keuken. De afwas staat te drogen, er ligt nog wat amandelmeel op het aanrecht. “Je bent wel veel aan het bakken de laatste tijd,” zegt hij. “Het is heerlijk hoor, maar je lijkt weer veel met eten bezig.” Ze haalt haar schouders op. “Het is allemaal keto,” zegt ze. “Geen suiker, geen meel. Dit kan best.”

Later die avond, als ze in bed ligt, voelt ze het zuur opkomen. Hè, dat ken ik nog. Dat had ik vroeger altijd. Dat was juist weg sinds ik zo eet. De volgende ochtend worden haar handen opnieuw stijf wakker. Haar knieën voelen alsof er zand in zit. Serieus? Ook dat weer. Dit was toch echt weg. Dit is niet de bedoeling, denkt ze, terwijl ze haar vingers los beweegt.

Die ochtend op haar werk eet ze wat van haar kruidnoten bij de koffie. Ze merkt dat ze daarna al vrij snel weer honger heeft, ook iets wat ze nog herkent van voor ze keto ging eten. Het voelt vertrouwd, maar niet op een fijne manier. Raar is dit. Misschien reageert mijn lijf toch ergens op. Amandel, zoetstof… Zou dat? Dit leek juist een oplossing, misschien is het toch niet zo slim?

Ik leg mijn hand even op haar schouder. “Ach joh,” zeg ik luchtig. “Je hebt gewoon een drukke periode. Dingen in je lijf kunnen ook veranderen. Bovendien, je eet nog steeds geen suiker. Je lijf zou je dankbaar moeten zijn. Dit is vast gewoon moeheid. Maak je niet druk.”

Op een zaterdagochtend, halverwege december, stapt ze weer eens op de weegschaal. Haar “winstschaal”, zoals ze hem is gaan noemen. Maandenlang ging de wijzer rustig naar beneden. Soms heel traag, soms wat sneller, maar altijd dezelfde kant op. Nu niet. Er staat bijna drie kilo meer dan een maand geleden.

Ze slikt. Dat kan toch niet. Ik eet alleen maar keto. Hoe dan? Het zal wel vocht zijn. Hormonen. December. Stress?

Ik leun nonchalant tegen de badkamermuur, mijn schort zit onder de speculaaskruimels. “Zie je,” zeg ik, “dit is precies waarom mensen december overslaan in hun hoofd. Deze maand telt gewoon niet. Het is mooi geweest, je hebt het lang goed gedaan. Gun jezelf even ademruimte. Daarna pak je het weer op. Januari is daar perfect voor. Heel de wereld begint dan opnieuw. Jij ook. Tot die tijd hoeft het niet zo precies.”

Misschien is dat zo, denkt ze. Het is toch al niet strak meer. Dan hoef ik nu niet elke hap te wegen. In januari ga ik gewoon weer helemaal naar twee maaltijden en alleen uit de boekjes. Tot die tijd is het geen probleem, die baksels.

Ik glimlach. “Ja, precies,” fluister ik. “Dat geeft rust. Nu even niet te veel gedoe. Straks weer een nieuwe start. Jij houdt van nieuwe beginnen. Dit wordt weer zo’n mooi ‘dit keer echt’-moment. Maar dan moet je nu niet al gaan doen alsof het januari is. Dat haalt de glans eraf.”

Die middag staat ze weer te bakken. “Nog één keer voor de buren” en “een schaal voor op het werk, dan hebben zij ook wat”, zegt ze. Elke keer proeft ze. Even het beslag, even een warm koekje, even een randje van de cake. Het is toch al geen perfecte maand meer. Dan maakt dit ook niet uit. In januari ga ik er echt voor. Dit is tussenstuk, daar moet je niet te moeilijk over doen.

Een paar dagen later komt haar vriendin Ellen langs. Ellen is begin zestig en eet al jaren volgens TheNewFood. Zij was het die begin dit jaar voorstelde om te starten. Ellen straalt die rustige zekerheid uit die Marloes zo bewondert. Het voelt niet te fanatiek, maar vooral stevig. Marloes heeft natuurlijk gebakken. Een grote schaal keto-kruidnoten en gevulde speculaas op tafel. Het ruikt weer heerlijk. Dit is gezellig. Zo hoort december. En bij Ellen durf ik dit tenminste neer te zetten. Zij snapt het.

Ellen neemt een kruidnoot, knikt en lacht. “Heerlijk,” zegt ze. “Je bent echt handig geworden in de keuken.” “Ja,” zegt Marloes, iets te trots. “Ik dacht, zo mis ik niks. En de kinderen ook niet. En het mag allemaal. Het voelt veel beter dan vroeger.” Ellen kijkt naar de schaal. “Weet je wat grappig is?” zegt ze dan rustig. “Dit is precies wat ik mijn eerste jaar ook gedacht heb.” “Ja?” zegt Marloes. Zie je wel, zij doet het ook. Dan is het oké.

“Ja,” zegt Ellen. “Ik heb me toen ook helemaal uitgeleefd op keto speculaas en kruidnoten en taart enzo. Iedere week een ander recept, soms meerdere keren per week. Het was zó leuk. Heel de tijd dat gevoel van: ik mag alles, ik ben slim bezig.” Ze neemt nog een kruidnoot, draait hem even tussen haar vingers voordat ze hem opeet. “En?” vraagt Marloes. Zeg alsjeblieft dat het goed ging. Dat je gewoon stabiel bleef. Dan ben ik gerust.

Ellen zucht zacht. “Ik merkte op een gegeven moment dat ik mijn oude patroon van snoepen in een keto-jasje had gestopt. Weer leven van het ene lekkers naar het andere. Niet meer luisteren naar wat mijn lijf nodig had, maar naar wat er in de oven stond. Ik merkte ook dat mijn lijf weer steeds meer ging aanvoelen zoals eerst. Meer honger, zwaardere buik, minder energiek, klachten kwamen terug. En dat terwijl ik keto at.”

“Wat heb je gedaan toen?” vraagt Marloes.

“Ik heb alle bakspullen weer in de bovenste kast gezet,” zegt Ellen. “Alsof het kerstballen waren. In zei ik tegen mezelf: ik bak alleen nog als het echt feest is. Sinterklaas, Kerst, misschien een grote verjaardag. Maar ik merkte dat ik dan weken van tevoren al bezig was in mijn hoofd. Recepten zoeken, bedenken wat ik zou maken, toch weer die onrust om eten heen. Het bleef een ding. Een half jaar later heb ik alles weggegeven. Geen keto-baksels meer voor mij. Pas toen kwam de echte rust terug. In mijn lijf en in mijn hoofd. Ik wil mijzelf die verleiding niet meer aandoen. Voor mij komt er pas echt rust als bakken geen optie meer is.”

Alle bakspullen de kast in, herhaalt Marloes in zichzelf. Het beeld is zó concreet dat ze het bijna hoort, dat deurtje dat dichtgaat.

Ik schuif ongemakkelijk op mijn stoel. Mijn schort knispert. “Ja hoor,” zeg ik snel. “Maar zij is ook heel streng. En zij is al jaren verder. Jij bent net lekker bezig, moet je dat nu allemaal weer afpakken? Bovendien, iedereen is anders. Jij kunt dit vast wel. En joh, het is december. Je gaat toch niet midden in december ineens weer streng doen?”

Die nacht ligt Marloes wakker. De geuren van de dag hangen nog in het huis. Haar buik voelt niet echt vol, niet echt leeg. Haar hoofd is druk. Als ze haar handen beweegt, voelt ze weer dat strakke, bekende randje in haar vingers. Ik ben niet met keto begonnen voor het bakken, denkt ze. Ik ben juist zo gaan eten voor eetrust. Voor meer energie en helderheid, voor een lichter lijf. Maar nu… ben ik weer de hele tijd met eten bezig. Alleen nu kan ik tegen mezelf zeggen dat het mag. Is dat wat ik wil?

Ik lig aan het voeteneind van het bed onder mijn schort. “Je overdrijft,” fluister ik. “Je hebt nog steeds geen ‘normaal eten’ aangeraakt. Je doet het fantastisch. En nog twee weken, dan is het januari. Dan kun je zo’n prachtig nieuw-begin-moment maken. Je weet hoe je daarop gaat. Alles netjes, startgids, knop om. Maak dit nu niet kapot met rare ideeën.”

Maar waarom wachten? flitst het door haar heen. Waarom moet het eerst helemaal misgaan voordat ik weer mag kiezen voor mezelf? Waarom mag ik niet gewoon nu beslissen dat het genoeg is?

Daar heb ik een hekel aan, dat soort gedachten.

De volgende middag staat ze in de keuken en kijkt om zich heen. Het aanrecht staat vol met mixkommen, maatlepels, halfopen zakken amandelmeel en potten zoetstof.

Ik strijk mijn schort alvast glad. “Wat wordt het vandaag?” vraag ik opgewekt. “Speculaasbrokken? Kerstcake? We kunnen het hele weekend vullen. Volgend jaar weer strak, dat weet je toch.”

Marloes legt haar handen op het aanrecht en blijft even zo staan. Ik ben moe van dit project. Moe van steeds verzinnen wat ik nu weer ga bakken. Moe van het praten in mijn hoofd over ‘mag wel, mag niet, nog eentje dan, ach waarom niet’. Weer dat moeten eten omdat het er is. Dit voelt als vroeger in een nette vermomming. En die kilo’s, dat zuur en die ochtendpijn in mijn gewrichten, daar wil ik niet naartoe terug.

Haar man komt binnen met boodschappentassen. Hij kijkt naar het aanrecht en dan naar haar gezicht. “Gaat het?” vraagt hij. “Je ziet er moe uit. En je klaagde laatst weer over je maag en over je knieën. Dat had je toch juist niet meer?” Ze knikt. “Ik ben het een beetje zat,” zegt ze. “Al dat bakken. Ik ben weer de hele dag met eten bezig. En ik voel het gewoon in mijn lijf.”

Hij zet de tassen neer en legt kort een hand op haar arm. “Je hoeft het niemand te bewijzen hè,” zegt hij. “Voor mij hoeft dit allemaal niet. Ik vind het lekker, maar ik vond het wel relaxter toen je meer energie had en minder klachten.”

Ze slikt. Hij heeft gelijk. Dit gaat helemaal niet meer over gezellig meedoen.

Ze rukt mijn schort van de haak. Ik verstijf. “Ho, ho,” zeg ik. “Rustig. Dat is mijn werkuitrusting. Daar kunnen we nog heel veel mee deze maand.” Ze kijkt naar het schort, naar de afbeeldingen van koekjes en pepernoten, en zucht. “Je hebt hard gewerkt,” zegt ze zacht. “Maar ik heb je helemaal niet gevraagd om mijn dagen weer rond eten te laten draaien.”

Ze vouwt mijn schort slordig op en legt hem bovenop de zak amandelmeel, naast de andere bakspullen. Dan pakt ze het hele pakket, klimt op een keukentrapje en zet het achterin de bovenste kast, bij de dingen die je maar af en toe nodig hebt. Ik gooi nu nog niets weg. Maar ik haal het wel uit de hoofdrol. Dit mag weer gast worden. Geen dagelijkse show meer.

Ik sta beneden en kijk omhoog naar de kast die dichtgaat. “Je gaat dit toch niet echt doen,” probeer ik. “Je kunt toch ook zeggen: vanaf januari. Dat was ons plan. Je pakt me mijn december af. En je eigen gezelligheid, omdat het mag.”

Ze pakt de waterkoker, zet thee, pakt de ovenspecial uit de la en slaat de bladzijden om. Vandaag gaan we weer echt genieten van keto. De bladzijden zijn gekreukeld van het gebruik. Ik hoef niet pas op een maandag in januari opnieuw te beginnen. Ik mag ook op een gewone dinsdag in december zeggen: tot hier. Ik hoef het niet eerst helemaal te verpesten om weer serieus genomen te worden door mezelf.

’s Avonds komt haar man thuis, nog in zijn jas. “Wat ruikt het hier lekker,” zegt hij bij de deur. “Dit is weer die ovenschotel hè? Dat heb ik gemist.” Ze glimlacht. “Gewoon wat mijn lijf nodig heeft,” zegt ze. Tijdens het eten valt het haar op hoe rustig dit voelt. Een warm, voldaan gevoel. Het voelt bijna kaal. Maar ook… lichter. Als een overwinning.

De dagen erna merkt ze dat de eetonrust langzaam afneemt. De dips worden minder, de drang om iets te pakken neemt af. Ze hoeft niet meer iets zoets toe. Het zuur wordt weer minder, tot het op een avond ineens wegblijft. Wanneer ze ’s ochtends uit bed stapt, voelen haar knieën en handen soepeler dan de week ervoor. Ja. Dit is waarom ik dit doe. Dit is de winst die geen enkel baksel waard is.

De weegschaal stopt met klimmen, blijft eerst staan en schuift dan een klein stukje terug. Maar belangrijker: haar hoofd wordt weer stiller.

Ik zit op het aanrecht met mijn voeten bungelend tegen de keukenkastjes. Zonder schort. “Saai hoor,” mopper ik. “Geen grote terugval, geen dramatisch januari-verhaal, geen eindeloze pogingen om het weer op te pakken. Wie wil er nou een verhaal waarin iemand halverwege december gewoon stopt met schuiven en verdergaat waar ze was gebleven?”

Marloes glimlacht. Ik, denkt ze. Ik wil precies dát verhaal. En ik ben degene die het moet leven.

Ik glij langzaam van het aanrecht en kijk nog één keer naar de bovenste kast. “Dit is niet afgelopen,” zeg ik zacht. “Volgend jaar hang ik mijn schort gewoon weer klaar. Ik ken decembergeuren. Ik ken jou.”

Ze zet haar mok in de vaatwasser, draait zich naar mij om. “Dan ken je me nog niet zo goed als je denkt,” zegt ze. “Ik weet nu hoe het werkt met jou en je bakschortje. Daar trap ik niet zo makkelijk nog een keer in.”

Ik druip af richting de woonkamer, een beetje beteuterd. In de keuken blijft alleen de geur hangen van gewoon eten. Geen spektakel, geen rookwolken. Alleen een vrouw die halverwege december weer voor zichzelf kiest. Voor een lichter leven. Ze is vastberaden. Ik voel het. Misschien gaan we wel nooit meer samen bakken.

Ik gooi de deur met een klap achter me dicht.

Meer van deze verhalen? In mijn boek vind je 57 échte verhalen uit de praktijk. Je kunt me ook beter leren kennen in het Keto & Support Pluspakket. Je krijgt daar elke dag steun bij verleiding, vallen en opstaan en hoe je weer zelf de baas wordt over wat je eet. Ik kom daar zelf ook elke dag even langs!

Delen