Selecteer een pagina
  1. Home
  2.  » 
  3. Blogs
  4.  » 
  5. Matty
  6.  » BLOG 38 Angst om het fout te doen

BLOG 38 Angst om het fout te doen

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Het is niet zo vreemd dat keto lastig kan zijn omdat het zo anders is dan hoe we gewend zijn te eten. Daarom heb ik me jarenlang vooral gericht op hoe ik die overstap zo haalbaar, lekker en makkelijk mogelijk kon maken. En ik besteedde ook steeds meer aandacht aan het sociale aspect: hoe blijf je overeind in een wereld die niet keto eet? Hoe ga je om met meningen van anderen en hoe los je puur praktische situaties op?

Ook besteedde ik aandacht aan dat stemmetje in je hoofd dat je vertelt dat “eentje” toch wel kan. Of dat je maandag toch weer opnieuw kunt beginnen. Of dat je dat ijsje gewoon verdiend hebt, want je bent zó goed bezig. En dat ene ijsje is vaak niet eens het echte probleem. Het probleem is dat het meestal geen bewuste keuze is. Het lijkt je te overkomen. Je stond erbij en je keek ernaar. Verslaving, emotie-eten en gewoonte spelen hier een grote rol.

Angst

Maar er kan nog iets meespelen wat het lastiger maakt om keto vol te houden. Iets wat misschien veel minder logisch klinkt. Iets waar je maar weinig over hoort, maar wat ik wel geregeld zie. Iets dat eigenlijk voortkomt uit keer op keer opnieuw beginnen met een dieet. Het is niet een gebrek aan motivatie. Het is angst. Angst om keto fout te doen. Angst voor de gevolgen.

En dan bedoel ik niet de angst dat je gaat smokkelen of dat je voor de bijl gaat voor taart of chips. Dat is er óók, maar dat is iets anders. Deze angst zie ik juist vaak bij mensen die heel precies zijn. Die het goed willen doen. Die niet denken: hoe kom ik ermee weg? Maar: wat als ik het verkeerd doe?

En dat is ergens best bijzonder. Want jarenlang kon je vaak zonder nadenken nog een hand chips pakken, een pizza bestellen, de restjes uit de kast opeten of de hele dag door snaaien. Niet omdat je daar blij van werd. Vaak juist niet. Maar er was geen richtlijn, want je was dan even een poosje niet op dieet. Je kon eten wat je wilde en dat voelde als vrijheid. Ook al baalde je van wat al dat eten met je deed.

Op dieet

Maar dan kwam er weer zo’n moment dat je vond dat het zo niet langer door kon gaan. Dat het anders moest. Omdat je niet weer een maatje groter wilde kopen. Omdat je genoeg had van die blikken of opmerkingen. Omdat je je graag weer lekker in je lijf wilde voelen. Of misschien omdat je een nieuw dieet had ontdekt dat je aansprak. En dan begon je opnieuw. Maandag.

Een nieuwe start. Nieuwe motivatie. En ergens voelde dat ook hoopvol. Deze keer ga ik het echt doen. Deze keer ga ik volhouden. Deze keer ga ik het goed aanpakken. Zondagavond at je misschien nog even wat er toch nog lag. Want morgen ging je beginnen. Dan kon het nu nog één keer. Nog één keer normaal. Nog één keer zonder opletten.

Maandag

Maandagochtend stond je op met dat bekende gevoel. De dieetmodus ging aan. Vandaag niet. Vandaag ging je het anders doen. Je ontbijt was ineens niet meer gewoon ontbijt. Het was de eerste test. Je lunch was niet meer gewoon lunch, maar een keuze waar je trots op kon zijn of waar je jezelf later om afkeurde. Je liep door de supermarkt en keek niet meer naar eten zoals je normaal keek.

Alles kreeg ineens een lading. Dit mocht wel. Dat mocht niet. Dit was verstandig. Dat was gevaarlijk. Dit paste bij de nieuwe ik. Dat hoorde bij de oude ik. En ergens voelde dat in het begin zelfs sterk. Alsof je eindelijk weer grip had. Alsof je jezelf eindelijk weer bij elkaar had geraapt. Maar onder die motivatie zat ook spanning. Want het moest nu wel lukken. Nu echt. Deze keer mocht je het niet weer verpesten.

Faalangst

Vanaf dat moment stond er druk op. Niet meteen heel groot misschien. In het begin voelde het vooral als motivatie. Je had boodschappen gedaan. Je had dingen in huis gehaald die bij je nieuwe plan pasten. Misschien had je zelfs bakjes klaargezet of een lijstje gemaakt. En dat voelde goed. Eindelijk weer grip. Maar grip is iets anders dan rust. Want ergens op de achtergrond liep steeds dat ene zinnetje mee: als ik het nu maar volhoud.

Je nam je voor om nu geen fouten meer te maken. Deze keer ging je beter voorbereiden. Beter opletten. Niet meer smokkelen. Niet meer ach vooruit. En ongemerkt werd alles steeds zwaarder. Je stond in de supermarkt etiketten te lezen alsof je leven ervan afhing. Je baalde van jezelf als je iets at wat niet in je schema stond. Als iemand taart meenam naar het werk voelde je meteen onrust. Nee nee nee. Niet doen nu. Je was zo goed bezig.

En als je dan toch iets nam, gebeurde het meteen weer. Zie je wel. Echt ongelofelijk. Waarom kan ik dit nou nooit gewoon normaal? En het gekke was: vroeger kon je gedachteloos een halve zak chips leegeten zonder dat er urenlang zo’n stem in je hoofd zat. Maar zodra je probeerde goed voor jezelf te zorgen, leek ineens alles mis te kunnen gaan.

Mislukt

En uiteindelijk kwam vaak die opgeefdag. Niet eens een rampdag. Gewoon een gewone dag waarop je slecht had geslapen, druk was geweest, iemand iets onaardigs zei, je te weinig had gegeten of er ineens iets lekkers op tafel stond. En dan gebeurde het. Je nam iets wat niet in je plan paste. Misschien een tweede boterham terwijl je er één had bedacht. Misschien toch koekjes bij de koffie. Misschien toch die hapjes ’s avonds op de bank.

Gewoon iets waarvan je die ochtend nog heel beslist had gedacht: vandaag niet. En op dat moment ging er niet alleen eten naar binnen. Er ging ook een oordeel mee. Zie je wel. Daar ga je weer. Je kunt dit niet. Het is alweer mislukt. En ergens daarna gebeurde vaak hetzelfde. Je gaf het op. Niet altijd meteen diezelfde dag misschien. Soms pas een paar dagen later, als de druk nog verder was opgelopen.

En na het opgeven ging je weer “normaal” eten. Of eigenlijk: terug naar hoe het altijd ging. Zonder regels. Zonder schema’s. Zonder opletten. Want dat voortdurende bezig zijn met eten maakte je moe. En misschien zei je zelfs tegen jezelf: ik ga nooit meer op dieet. Het kost me meer dan het me oplevert. Uiteindelijk gaat het toch altijd mis. En diep vanbinnen kwam dat oude gevoel weer omhoog: waarom lukt dit andere mensen wel?

TheNewFood

Tot je op een dag weer iets voorbij zag komen van TheNewFood. Een succesverhaal. Iemand die tientallen kilo’s was afgevallen. Iemand die ineens energie had. Iemand die het over eetrust had. En ergens gebeurde er weer iets van hoop. Wat als dit dan eindelijk wél werkt? Eerst besloot je misschien om er niet aan te beginnen. Maar het liet je niet los. Je las meer verhalen. Over mensen die ook “alles al hadden geprobeerd” en toen begonnen met de Startgidsen. Verhalen die jouw verhaal zouden kunnen zijn.

En op een dag zit je zelf met de Startgidsen aan tafel. Je bent eraan toe. Je slaat de eerste pagina’s open en begint te lezen. Je ziet de weekmenu’s. De uitleg. De lijstjes. En ergens voel je ook opluchting, want je hoeft niet alles zelf uit te zoeken. Je hoeft niets te tellen of complete schema’s te bouwen. Je kunt gewoon de route volgen. Net als al die anderen die dit zo succesvol hebben gedaan.

En dan lees je dat je gerust groenten mag wisselen. Dat je maaltijden kunt omwisselen. Dat je meer of minder mag eten als je lijf daarom vraagt. En gek genoeg voelt dat niet alsof het daardoor makkelijker wordt. Je voelt vooral: ja maar… wat als ik dan de verkeerde keuze maak? Wat als ik toch te veel eet? Wat als het dan niet werkt? Misschien moet ik me toch maar gewoon precies aan het menu houden.

Perfectie

Dus terwijl er eigenlijk ruimte wordt gegeven, durf je die ruimte bijna niet te pakken. Want je hoofd heeft inmiddels iets anders geleerd. Namelijk dat slagen afhangt van het perfect uitvoeren van het plan. Want zolang je het plan exact volgt, kun je in ieder geval niet falen. Liever met honger rondlopen dan toch weer te veel eten. Ook al “mag” het. Ook al staat er zelfs dat honger niet de bedoeling is.

Ook al begrijp je ergens best dat keto gaat over je lijf andere brandstof geven dan steeds maar weer koolhydraten, toch voelt je hoofd dat het alleen kan werken als alles perfect gaat. Exact volgen voelt veilig. Afwegen voelt veilig. Controle voelt veilig. Maar iets wisselen? Meer eten omdat je honger hebt? Luisteren naar je lijf? Dat voelt ineens spannend. Alsof er meteen risico ontstaat dat alles mislukt.

Angst om het fout te doen

En zo ontstaat die angst om iets fout te doen. Niet ineens uit het niets. Niet omdat keto zo ingewikkeld is. Maar door al die eerdere pogingen waarin je hoopvol begon, je best deed, toch ergens vastliep en daarna weer teleurgesteld raakte. Op een gegeven moment begint je hoofd al te waarschuwen voordat er echt iets misgaat. En dat terwijl keto niet gaat over perfectie.

Keto werkt niet omdat jij je exact houdt aan een lijstje en hoeveelheden. Keto werkt omdat je je lijf veel minder koolhydraten geeft en voldoende gezonde vetten. Zodat het kan overschakelen naar een andere brandstof. Daarvoor helpt een duidelijk plan enorm. Maar dat plan is geen examen. Het is een route. En als je op die route een keer bloemkool neemt in plaats van broccoli, of wat extra slagroom toevoegt omdat je nog honger hebt, dan is er niet ineens van alles mislukt. Dan ben je nog steeds onderweg.

Hoe beter je begrijpt wat keto eigenlijk doet in je lijf, hoe makkelijker het vaak wordt om kleine keuzes los te laten. Want dan weet je dat de magie niet zit in het perfect uitvoeren van een menu. De magie zit in de verandering die plaatsvindt als je je lijf andere brandstof geeft.

Een beetje van jezelf …

Misschien herken je die angst ook juist als je de Startgidsen hebt gevolgd en daarna zelf verdergaat. Zolang er een weekmenu ligt, voelt het veilig. Maar daarna komt de vraag: kan ik dit zelf ook? Dan hoef je niet ineens alles los te laten. Juist niet. Als de weekmenu’s veilig voelen, gebruik die veiligheid dan gewoon nog even.

Pak bijvoorbeeld Startgids 2 of 3 erbij en kies twee keer per week zelf een andere lunch of avondmaaltijd uit één van onze andere boeken. Verder volg je gewoon de Startgids. Dat doe je een poosje. Daarna kies je misschien drie keer per week zelf iets. Later vier keer. Zo leer je stap voor stap vertrouwen op je eigen keuzes, zonder dat je meteen in het diepe hoeft te springen. Dat is vaak precies wat helpt: niet alles loslaten, maar de ruimte langzaam groter maken. 

Delen