Selecteer een pagina
BLOG 40: Keto op recept

BLOG 40: Keto op recept

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

STEL JE VOOR

Veel mensen beginnen met keto omdat ze willen afvallen. Dat is meestal de eerste reden. Die broek zit alweer strakker, de weegschaal loopt op, je kijkt liever niet meer in de spiegel en je zit niet lekker in je vel. Vaak is er al van alles geprobeerd en dan komt keto in beeld als volgende poging.

Maar daarna gebeurt er iets opvallends. Mensen vallen niet alleen af. Die eeuwige trek wordt rustiger, de bloeddruk zakt, de bloedsuiker wordt stabieler, de buik voelt minder opgeblazen en de energie komt terug. Veel klachten waar iemand al jaren mee rondloopt, nemen af of verdwijnen. Soms kan medicatie worden afgebouwd.

En dan komt vanzelf de vraag op: als keto zoveel verschil kan maken, waarom schrijft de dokter het dan niet gewoon voor?

WAAROM SCHRIJFT DE DOKTER DAN GEEN KETO VOOR?

Veel mensen komen met ‘losse problemen’ bij de dokter. Ze hebben hoge bloeddruk, overgewicht, extreme vermoeidheid, migraine, gewrichtsklachten, leververvetting, hormonale klachten of ontstekingsklachten.
In de praktijk worden zulke klachten meestal apart bekeken. Voor het ene probleem is er een pil. Voor het andere een advies. Voor het volgende een verwijzing.

Naar de maag-darm-leverarts voor je lever of darmen. Naar de internist voor je bloedsuiker. Naar de cardioloog voor je bloeddruk of hart. Naar de neuroloog voor migraine. Naar de gynaecoloog voor hormonale klachten. Naar de reumatoloog voor pijn en ontsteking. Iedereen kijkt naar zijn eigen stukje, maar bijna niemand legt het hele patroon op tafel
.
Wat vaak wordt gemist, is dat al deze klachten meestal niet los van elkaar staan. Ze zijn vaak signalen van één en hetzelfde onderliggende levensgrote probleem: insulineresistentie. Oftewel: een lijf dat niet goed meer met koolhydraten om kan gaan.

INSULINERESISTENTIE ALS DIAGNOSE

En daar gaat het vaak mis. Insulineresistentie wordt niet standaard (h)erkend als verklaring voor alles wat er mis gaat in je lijf. Insulineresistentie wordt vaak pas serieus genomen als je bloedsuikerwaarden structureel veel te hoog zijn. Maar ondertussen kan je lijf al jaren laten merken dat het niet goed meer met koolhydraten overweg kan.

Daardoor blijven al die klachten vaak losse problemen. Voor het ene is er een pil. Voor het andere een advies. Voor het volgende een verwijzing. Als niemand de signalen met elkaar verbindt, wordt de onderliggende oorzaak gemist.

En als je de oorzaak mist, mis je ook de oplossing. De oplossing is logisch: als je lijf niet goed meer met koolhydraten om kan gaan, dan moet je die niet eindeloos blijven eten. Precies daarom kan keto zo goed helpen om weer te herstellen.

KETO IS HET LOGISCHE ANTWOORD

Maar voor de meeste artsen is keto vooral een ongewenste afwijking van het standaard voedingsadvies. Daarom kan een arts soms zelfs nee zeggen tegen keto, terwijl jouw lijf eindelijk ja zegt. Ja tegen keto. 

Want als insulineresistentie meespeelt, is keto geen vreemde afwijking van gezond eten. Het is juist een serieuze optie voor mensen van wie het lijf al jaren laat merken dat het niet goed meer met koolhydraten overweg kan. Een slimme manier om je voeding aan te passen aan wat jouw lijf wél nodig heeft. Het is tijd voor keto ‘op recept’.

Delen
BLOG 39: Minder koolhydraten of keto?

BLOG 39: Minder koolhydraten of keto?

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Is keto eigenlijk gewoon een strengere vorm van koolhydraatarm eten? Is koolhydraatarm de milde variant en keto dezelfde aanpak, maar dan strenger? Veel mensen denken van wel. Maar zo is het niet. Keto is niet simpelweg “nog wat minder koolhydraten”. Keto is eigenlijk iets compleet anders. Maar niet iedereen begrijpt wat dat verschil is.

Ik hoor ook vaak: “Als ik straks op gewicht ben, ga ik gewoon koolhydraatarm eten in plaats van keto.” Of koolhydraatbeperkt. Dat lijkt een stuk makkelijker, want dan mag je net wat meer. Maar door koolhydraten toe te voegen, ga je uit ketose. En dat verandert het hele spel. Want wel of niet in ketose zijn maakt alle verschil voor je lijf, zeker als je insulineresistent bent, zoals zoveel van ons. Ik ga proberen het verschil te laten zien.

JOUW HUIS

Stel je voor dat jouw insulineresistente lijf een huis is. Een huis waarin meerdere kranen openstaan. Maar uit die kranen stroomt geen schoon water, maar modder. Modder die bestaat uit koolhydraten die je lijf niet goed meer kan verwerken. Brood. Crackers. Koekjes. Pasta. Rijst. Aardappels. Pizza. Chips. Ontbijtgranen. Frisdrank. Sap. Tussendoortjes. Het blijft maar komen. En het lukt je niet meer om het op te ruimen.

Want dat is wat insulineresistentie betekent. Je lijf kan koolhydraten niet meer goed verwerken. Elke keer dat je iets van koolhydraten eet, komt er opnieuw modder binnen. Via de ene kraan wat brood, via de andere een koekje, ergens anders rijst of pasta, en tussendoor nog iets kleins waarvan je denkt dat het wel meevalt. Maar alles bij elkaar blijft die stroom doorgaan.

Je lijf probeert de boel bij te houden. Het dweilt. Het pompt. Het ruimt op. Het slaat op. Maar de modder blijft komen. In het begin lijkt het misschien nog te overzien. Je redt het nog net. Maar na een tijdje wordt alles vies, plakkerig en zwaar. Het is dweilen met de kraan open. De vloer trekt krom. Kastjes zwellen op. In de hoeken ontstaat schimmel. Dingen die eerst stevig waren, raken langzaam aangetast. Omdat de stroom niet stopt.

En omdat geen enkel huis erop gebouwd is om eindeloos modder te verwerken.

EN DAN GA JE KOOLHYDRAATARM ETEN

Koolhydraatarm eten draait de modderkranen voor een deel dicht. Er komt minder binnen. Dat geeft vaak al veel rust als je insulineresistent bent. Je hoeft minder hard te dweilen. De vloer staat niet meer voortdurend blank. Je kunt eindelijk wat opruimen. Een paar handdoeken uitwringen. Een deur openzetten. Misschien zie je zelfs voor het eerst waar de schade zit. Dat is waardevol. Natuurlijk is dat waardevol.

Maar als er nog steeds modder binnenkomt, blijft het huis vochtig. De vloer droogt niet echt. De muren blijven klam. In de hoeken blijft het muf. Je bent niet meer aan het redden wat er te redden valt, maar het huis komt ook nog niet helemaal tot rust. Dat is wat er bij veel mensen gebeurt als ze koolhydraatarm eten, maar niet in ketose komen. Er komt minder belasting binnen, maar je lijf is nog niet volledig overgeschakeld op vet als brandstof.

Je merkt waarschijnlijk al wel verbetering. Misschien val je af, heb je wat meer energie en minder klachten. Maar het brengt vaak niet de echte gezondheidswinst en eetrust die keto kan geven. De trek blijft op de achtergrond aanwezig. De honger komt makkelijker terug. Je moet blijven opletten, blijven bijsturen, blijven dweilen. En de verwarming brandt nog steeds maar op een laag pitje.

GEZOND KETO

En dan ga je gezond keto eten. Nog minder koolhydraten en meer gezonde vetten. Daarmee draai je de modderkranen dicht. Want met gezond koolhydraatarm keto geef je je lijf wat het nodig heeft, terwijl je weglaat wat het niet meer goed kan verwerken. Je lijf wordt daardoor gedwongen om op een vetverbranding over te gaan… De kachels gaan weer branden, want er is weer volop brandstof!

Dan kan je huis drogen. De vloer kan echt drogen. De muren worden minder klam. De muffe lucht trekt weg. Kastjes kunnen open. Wat aangetast is, wordt zichtbaar. En als je eenmaal goed in ketose bent, raak je steeds beter verzadigd. Vaak heb je dan genoeg aan twee maaltijden per dag. Doordat je minder vaak eet, ontstaat er meer tijd en ruimte voor opruimen en echt herstel, waaronder autofagie. Voor opnieuw opbouwen. Voor léven.

En precies daarom is keto zoveel meer dan “gewoon minder koolhydraten eten”. Minder koolhydraten kan rust brengen in je huis. Maar gezond keto gaat verder. Het zet de kachels aan en kan ruimte maken om op te ruimen, te herstellen en te repareren.

IS KOOLHYDRAATARM ETEN MAKKELIJKER?

Keto lijkt misschien strenger dan koolhydraatarm. Je hebt minder speelruimte. Want zodra je te veel koolhydraten eet, ga je uit ketose. Dat heb je niet bij “gewoon” koolhydraatarm of koolhydraatbeperkt eten. Daar is ketose niet het uitgangspunt. Maar juist daardoor mis je ook wat ketose kan brengen. Niet dezelfde eetrust. Niet dezelfde constante energie. Niet al die kachels die volop branden in je lijf.

Is keto dan moeilijker? Veel mensen ervaren dat niet zo. Ze ervaren keto niet als beperkend, maar juist als bevrijdend. Niet omdat ze nooit meer iets lekkers zouden willen, of ineens niet meer van croissantjes houden. Natuurlijk niet. Maar iets lekker vinden is niet hetzelfde als het blijven eten. Zeker niet als je weet wat het in jouw lijf doet. Zeker niet als je je realiseert dat het de kachels weer dooft.

Misschien is echte vrijheid hier niet dat je alles kunt eten, maar dat eten niet meer de hele dag aan je trekt. Dat je hoofd rustiger wordt. Dat je lijf niet steeds roept om meer. Dat je huis weer warm kan worden en dat je vol energie lichter kunt leven.

KETO KAN HET VERSCHIL MAKEN

Wat we zien bij mensen die al langer ernstig insulineresistent zijn, is dat die modderstroom vaak al jarenlang problemen geeft. Overgewicht. Hoge bloedsuiker. Hoge bloeddruk. Een vervette lever. Steeds meer trek. Vermoeidheid na het eten. Ontstekingsklachten. Hormonale onrust. Het gevoel dat je lijf niet meer normaal reageert op eten. Misschien zelfs diabetes type 2 of andere chronische klachten.

Voor die groep kan gezond keto een enorm verschil maken. Omdat je niet alleen minder modder binnenlaat, maar de stroom stopt. Omdat je lijf niet meer voortdurend hoeft te reageren op wat het niet goed kan verwerken. Omdat er dan pas echte rust ontstaat. En nieuwe energie. En vanuit die warmte en rust kan herstel beginnen.

Maar als je zó insulineresistent bent, dan verdwijnen die modderkranen niet zomaar. Ze blijven. En zodra je meer koolhydraten gaat eten dan past bij keto, gaan ze toch weer een beetje stromen. De kachels gaan zachter branden. Het huis wordt weer vochtiger. Dan wordt koolhydraatarm niet automatisch een stap vooruit, maar soms juist een stap terug voor je lijf.

LANG LEVE KETO!

Kortom: keto is geen strengere versie van koolhydraatarm. Keto is een hele andere toestand in je lijf. Een toestand waarin de modderstroom stopt, de kachels weer volop kunnen branden, je minder vaak hoeft te eten en je lijf eindelijk kan doen waar het al die tijd nauwelijks aan toekwam: opruimen, herstellen en weer gaan leven. Een lichter leven.

Delen
BLOG 38 Angst om het fout te doen

BLOG 38 Angst om het fout te doen

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Het is niet zo vreemd dat keto lastig kan zijn omdat het zo anders is dan hoe we gewend zijn te eten. Daarom heb ik me jarenlang vooral gericht op hoe ik die overstap zo haalbaar, lekker en makkelijk mogelijk kon maken. En ik besteedde ook steeds meer aandacht aan het sociale aspect: hoe blijf je overeind in een wereld die niet keto eet? Hoe ga je om met meningen van anderen en hoe los je puur praktische situaties op?

Ook besteedde ik aandacht aan dat stemmetje in je hoofd dat je vertelt dat “eentje” toch wel kan. Of dat je maandag toch weer opnieuw kunt beginnen. Of dat je dat ijsje gewoon verdiend hebt, want je bent zó goed bezig. En dat ene ijsje is vaak niet eens het echte probleem. Het probleem is dat het meestal geen bewuste keuze is. Het lijkt je te overkomen. Je stond erbij en je keek ernaar. Verslaving, emotie-eten en gewoonte spelen hier een grote rol.

Angst

Maar er kan nog iets meespelen wat het lastiger maakt om keto vol te houden. Iets wat misschien veel minder logisch klinkt. Iets waar je maar weinig over hoort, maar wat ik wel geregeld zie. Iets dat eigenlijk voortkomt uit keer op keer opnieuw beginnen met een dieet. Het is niet een gebrek aan motivatie. Het is angst. Angst om keto fout te doen. Angst voor de gevolgen.

En dan bedoel ik niet de angst dat je gaat smokkelen of dat je voor de bijl gaat voor taart of chips. Dat is er óók, maar dat is iets anders. Deze angst zie ik juist vaak bij mensen die heel precies zijn. Die het goed willen doen. Die niet denken: hoe kom ik ermee weg? Maar: wat als ik het verkeerd doe?

En dat is ergens best bijzonder. Want jarenlang kon je vaak zonder nadenken nog een hand chips pakken, een pizza bestellen, de restjes uit de kast opeten of de hele dag door snaaien. Niet omdat je daar blij van werd. Vaak juist niet. Maar er was geen richtlijn, want je was dan even een poosje niet op dieet. Je kon eten wat je wilde en dat voelde als vrijheid. Ook al baalde je van wat al dat eten met je deed.

Op dieet

Maar dan kwam er weer zo’n moment dat je vond dat het zo niet langer door kon gaan. Dat het anders moest. Omdat je niet weer een maatje groter wilde kopen. Omdat je genoeg had van die blikken of opmerkingen. Omdat je je graag weer lekker in je lijf wilde voelen. Of misschien omdat je een nieuw dieet had ontdekt dat je aansprak. En dan begon je opnieuw. Maandag.

Een nieuwe start. Nieuwe motivatie. En ergens voelde dat ook hoopvol. Deze keer ga ik het echt doen. Deze keer ga ik volhouden. Deze keer ga ik het goed aanpakken. Zondagavond at je misschien nog even wat er toch nog lag. Want morgen ging je beginnen. Dan kon het nu nog één keer. Nog één keer normaal. Nog één keer zonder opletten.

Maandag

Maandagochtend stond je op met dat bekende gevoel. De dieetmodus ging aan. Vandaag niet. Vandaag ging je het anders doen. Je ontbijt was ineens niet meer gewoon ontbijt. Het was de eerste test. Je lunch was niet meer gewoon lunch, maar een keuze waar je trots op kon zijn of waar je jezelf later om afkeurde. Je liep door de supermarkt en keek niet meer naar eten zoals je normaal keek.

Alles kreeg ineens een lading. Dit mocht wel. Dat mocht niet. Dit was verstandig. Dat was gevaarlijk. Dit paste bij de nieuwe ik. Dat hoorde bij de oude ik. En ergens voelde dat in het begin zelfs sterk. Alsof je eindelijk weer grip had. Alsof je jezelf eindelijk weer bij elkaar had geraapt. Maar onder die motivatie zat ook spanning. Want het moest nu wel lukken. Nu echt. Deze keer mocht je het niet weer verpesten.

Faalangst

Vanaf dat moment stond er druk op. Niet meteen heel groot misschien. In het begin voelde het vooral als motivatie. Je had boodschappen gedaan. Je had dingen in huis gehaald die bij je nieuwe plan pasten. Misschien had je zelfs bakjes klaargezet of een lijstje gemaakt. En dat voelde goed. Eindelijk weer grip. Maar grip is iets anders dan rust. Want ergens op de achtergrond liep steeds dat ene zinnetje mee: als ik het nu maar volhoud.

Je nam je voor om nu geen fouten meer te maken. Deze keer ging je beter voorbereiden. Beter opletten. Niet meer smokkelen. Niet meer ach vooruit. En ongemerkt werd alles steeds zwaarder. Je stond in de supermarkt etiketten te lezen alsof je leven ervan afhing. Je baalde van jezelf als je iets at wat niet in je schema stond. Als iemand taart meenam naar het werk voelde je meteen onrust. Nee nee nee. Niet doen nu. Je was zo goed bezig.

En als je dan toch iets nam, gebeurde het meteen weer. Zie je wel. Echt ongelofelijk. Waarom kan ik dit nou nooit gewoon normaal? En het gekke was: vroeger kon je gedachteloos een halve zak chips leegeten zonder dat er urenlang zo’n stem in je hoofd zat. Maar zodra je probeerde goed voor jezelf te zorgen, leek ineens alles mis te kunnen gaan.

Mislukt

En uiteindelijk kwam vaak die opgeefdag. Niet eens een rampdag. Gewoon een gewone dag waarop je slecht had geslapen, druk was geweest, iemand iets onaardigs zei, je te weinig had gegeten of er ineens iets lekkers op tafel stond. En dan gebeurde het. Je nam iets wat niet in je plan paste. Misschien een tweede boterham terwijl je er één had bedacht. Misschien toch koekjes bij de koffie. Misschien toch die hapjes ’s avonds op de bank.

Gewoon iets waarvan je die ochtend nog heel beslist had gedacht: vandaag niet. En op dat moment ging er niet alleen eten naar binnen. Er ging ook een oordeel mee. Zie je wel. Daar ga je weer. Je kunt dit niet. Het is alweer mislukt. En ergens daarna gebeurde vaak hetzelfde. Je gaf het op. Niet altijd meteen diezelfde dag misschien. Soms pas een paar dagen later, als de druk nog verder was opgelopen.

En na het opgeven ging je weer “normaal” eten. Of eigenlijk: terug naar hoe het altijd ging. Zonder regels. Zonder schema’s. Zonder opletten. Want dat voortdurende bezig zijn met eten maakte je moe. En misschien zei je zelfs tegen jezelf: ik ga nooit meer op dieet. Het kost me meer dan het me oplevert. Uiteindelijk gaat het toch altijd mis. En diep vanbinnen kwam dat oude gevoel weer omhoog: waarom lukt dit andere mensen wel?

TheNewFood

Tot je op een dag weer iets voorbij zag komen van TheNewFood. Een succesverhaal. Iemand die tientallen kilo’s was afgevallen. Iemand die ineens energie had. Iemand die het over eetrust had. En ergens gebeurde er weer iets van hoop. Wat als dit dan eindelijk wél werkt? Eerst besloot je misschien om er niet aan te beginnen. Maar het liet je niet los. Je las meer verhalen. Over mensen die ook “alles al hadden geprobeerd” en toen begonnen met de Startgidsen. Verhalen die jouw verhaal zouden kunnen zijn.

En op een dag zit je zelf met de Startgidsen aan tafel. Je bent eraan toe. Je slaat de eerste pagina’s open en begint te lezen. Je ziet de weekmenu’s. De uitleg. De lijstjes. En ergens voel je ook opluchting, want je hoeft niet alles zelf uit te zoeken. Je hoeft niets te tellen of complete schema’s te bouwen. Je kunt gewoon de route volgen. Net als al die anderen die dit zo succesvol hebben gedaan.

En dan lees je dat je gerust groenten mag wisselen. Dat je maaltijden kunt omwisselen. Dat je meer of minder mag eten als je lijf daarom vraagt. En gek genoeg voelt dat niet alsof het daardoor makkelijker wordt. Je voelt vooral: ja maar… wat als ik dan de verkeerde keuze maak? Wat als ik toch te veel eet? Wat als het dan niet werkt? Misschien moet ik me toch maar gewoon precies aan het menu houden.

Perfectie

Dus terwijl er eigenlijk ruimte wordt gegeven, durf je die ruimte bijna niet te pakken. Want je hoofd heeft inmiddels iets anders geleerd. Namelijk dat slagen afhangt van het perfect uitvoeren van het plan. Want zolang je het plan exact volgt, kun je in ieder geval niet falen. Liever met honger rondlopen dan toch weer te veel eten. Ook al “mag” het. Ook al staat er zelfs dat honger niet de bedoeling is.

Ook al begrijp je ergens best dat keto gaat over je lijf andere brandstof geven dan steeds maar weer koolhydraten, toch voelt je hoofd dat het alleen kan werken als alles perfect gaat. Exact volgen voelt veilig. Afwegen voelt veilig. Controle voelt veilig. Maar iets wisselen? Meer eten omdat je honger hebt? Luisteren naar je lijf? Dat voelt ineens spannend. Alsof er meteen risico ontstaat dat alles mislukt.

Angst om het fout te doen

En zo ontstaat die angst om iets fout te doen. Niet ineens uit het niets. Niet omdat keto zo ingewikkeld is. Maar door al die eerdere pogingen waarin je hoopvol begon, je best deed, toch ergens vastliep en daarna weer teleurgesteld raakte. Op een gegeven moment begint je hoofd al te waarschuwen voordat er echt iets misgaat. En dat terwijl keto niet gaat over perfectie.

Keto werkt niet omdat jij je exact houdt aan een lijstje en hoeveelheden. Keto werkt omdat je je lijf veel minder koolhydraten geeft en voldoende gezonde vetten. Zodat het kan overschakelen naar een andere brandstof. Daarvoor helpt een duidelijk plan enorm. Maar dat plan is geen examen. Het is een route. En als je op die route een keer bloemkool neemt in plaats van broccoli, of wat extra slagroom toevoegt omdat je nog honger hebt, dan is er niet ineens van alles mislukt. Dan ben je nog steeds onderweg.

Hoe beter je begrijpt wat keto eigenlijk doet in je lijf, hoe makkelijker het vaak wordt om kleine keuzes los te laten. Want dan weet je dat de magie niet zit in het perfect uitvoeren van een menu. De magie zit in de verandering die plaatsvindt als je je lijf andere brandstof geeft.

Een beetje van jezelf …

Misschien herken je die angst ook juist als je de Startgidsen hebt gevolgd en daarna zelf verdergaat. Zolang er een weekmenu ligt, voelt het veilig. Maar daarna komt de vraag: kan ik dit zelf ook? Dan hoef je niet ineens alles los te laten. Juist niet. Als de weekmenu’s veilig voelen, gebruik die veiligheid dan gewoon nog even.

Pak bijvoorbeeld Startgids 2 of 3 erbij en kies twee keer per week zelf een andere lunch of avondmaaltijd uit één van onze andere boeken. Verder volg je gewoon de Startgids. Dat doe je een poosje. Daarna kies je misschien drie keer per week zelf iets. Later vier keer. Zo leer je stap voor stap vertrouwen op je eigen keuzes, zonder dat je meteen in het diepe hoeft te springen. Dat is vaak precies wat helpt: niet alles loslaten, maar de ruimte langzaam groter maken. 

Delen
BLOG 37: De val van een 8-jarig meisje.

BLOG 37: De val van een 8-jarig meisje.

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

EEN KAPOTTE KINDERHEUP DOOR KOOLHYDRATEN?

Dat klinkt vreemd. Misschien zelfs overdreven. Maar precies daarom wil ik dit verhaal vertellen. Omdat koolhydraten bij sommige mensen over veel meer gaan dan aankomen of afvallen.

Ik was acht jaar oud toen ik uitgleed in de badkamer. Mijn zus en ik zaten samen in bad toen de telefoon ging. Mijn moeder was boodschappen doen. Ik stapte uit bad om de telefoon op te nemen, gleed uit en vanaf dat moment kon ik niet meer opstaan. Ik niet meer overeind komen van de pijn.

Mijn moeder vertelde later dat ze op datzelfde moment in de supermarkt ineens voelde: ik moet naar huis. Nu. Ze liet haar winkelwagen staan en kwam terug naar huis. Ik werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Maar er werd niets gevonden. Pas veel later bleek ik epifysiolysis te hebben, niet veroorzaakt door de val, wel aan het licht gekomen door de val.

Epifysiolysis een vrij zeldzame aandoening waarbij de groeischijf van de heup loslaat. Dit komt opvallend veel vaker voor bij kinderen met overgewicht en insulineresistentie. En dan meestal bij jongens. Omdat ik een meisje was, duurde het lang voordat de juiste diagnose werd gesteld. Doordat de diagnose zo lang duurde raakte die heup uiteindelijk zo ernstig beschadigd dat ik jaren later een kunstheup moest.

En ik kreeg het ook aan de andere kant, maar die tweede heup herkenden we meteen en daardoor kon die kant sneller geopereerd worden, waardoor de schade iets beperkter bleef.

WAAROM VERTEL IK DIT?

Omdat veel mensen denken dat insuline resistentie, of het wel of niet goed kunnen verwerken van koolhydraten alleen met gewicht te maken heeft. Je eet te veel koolhydraten, je wordt dik. Je eet minder koolhydraten, je valt af.

Bij sommige mensen kan het lichaam al heel jong moeite hebben om koolhydraten goed te verwerken. Het lijf moet dan steeds meer insuline aanmaken om bloedsuiker stabiel te houden. Dat noemen we insulineresistentie.

Maar dat woord klinkt eigenlijk veel te klein voor wat er in een lichaam kan gebeuren. Want als je lijf jarenlang moeite heeft met koolhydraten verwerken, heeft dat niet alleen invloed op je gewicht. Het kan invloed hebben op je groei, je hormonen, je bloeddruk, je ontstekingsgevoeligheid, je honger, je energie, je gewrichten en zelfs op hoe een lichaam zich ontwikkelt.

Ik lag daar als achtjarig meisje dus niet alleen omdat ik “te zwaar” was. Ik lag daar omdat mijn lichaam waarschijnlijk al heel jong liet zien: ik kan niet goed omgaan met de hoeveelheid koolhydraten en insuline waar ik mee te maken krijg.

EN DAT BEGINT BIJ VEEL MENSEN VEEL EERDER DAN ZE DENKEN

Tegenwoordig worden problemen met koolhydraten vaak vooral gekoppeld aan ultra-bewerkte voeding en onze moderne leefstijl. Natuurlijk heeft onze huidige voedselomgeving daar enorme invloed op.

Maar mijn moeder had hier ook al enorme problemen mee. Haar moeder ook. En zij leefden niet tussen fastfoodketens en schappen vol ultra-bewerkt ‘eten’. Onze moderne wereld maakt vooral veel zichtbaarder wat bij sommige families al generaties aanwezig was.

HET IS GEEN AAN- OF UITKNOP

We praten vaak over insulineresistentie alsof je het wel of niet hebt. Maar de ernst ervan kan enorm verschillen. Sommige lichamen moeten al vanaf jonge leeftijd veel harder werken om bloedsuiker stabiel te houden. Sommige kinderen maken al vroeg veel meer insuline aan dan andere kinderen. En dat doet iets met een lichaam dat nog volop in ontwikkeling is.

Tijdens een congres hoorde ik ooit een specialist vertellen over baby’s die tijdens de zwangerschap, dus in de buik, eigenlijk al baden in hoge glucose- en insulinewaarden. Dat beeld is me altijd bijgebleven.

Natuurlijk is het biologisch ingewikkelder dan dat simpele beeld. Maar de kern klopt wel degelijk: een baby wordt in de baarmoeder beïnvloed door de metabole toestand van de moeder. Bij sterke insulineresistentie of zwangerschapsdiabetes krijgt een baby meer glucose aangeboden en gaat de baby zelf meer insuline produceren.

En insuline is niet alleen een bloedsuikerhormoon. Het is ook een krachtig opslag- en groeihormoon dat invloed heeft op veel meer processen in het lichaam dan de meeste mensen beseffen.

ALS JE LIJF KOOLHYDRATEN NIET GOED VERWERKT

Steeds vaker worden verbanden gezien tussen metabole ontregeling, insulineresistentie en klachten of aandoeningen zoals:
Overgewicht.
Hoge bloeddruk.
PCOS.
Leververvetting.
Gewrichtsklachten.
Ontstekingen.
Chronische vermoeidheid.
Slaapapneu.
Vruchtbaarheidsproblemen.
Migraine.
Huidproblemen.
Jicht.
Endometriose.
Depressieve klachten.
Hart- en vaatziekten.
Eetonrust en voortdurende trek.
Steeds weer aankomen.
Moeite hebben met afvallen.
En dus soms zelfs ernstige orthopedische problemen zoals epifysiolysis.

Dat betekent niet dat al deze klachten één simpele oorzaak hebben. Maar het betekent wel dat we veel te lang naar losse diagnoses hebben gekeken, terwijl er bij sommige mensen één diepere metabole ontregeling onder ligt.

WAAROM REAGEERT NIET IEDER LICHAAM HETZELFDE?

Dit verklaart misschien ook waarom niet ieder lichaam hetzelfde reageert. Waarom de één relatief makkelijk afvalt op keto, terwijl het andere lichaam veel moeizamer reageert.

Waarom sommige mensen tijdens stress razendsnel aankomen. Waarom de één later weer makkelijker koolhydraten lijkt te kunnen eten zonder direct aan te komen, terwijl een ander lichaam daar gevoelig voor blijft. Zelfs voor ’teveel keto’ eten.

De ernst en duur van problemen met koolhydraten verwerken bepalen waarschijnlijk ook hoe flexibel een lichaam later nog kan worden.

KETO IS GEEN SIMPELE RESETKNOP

Ik geloof niet dat ieder lichaam na een tijdje keto weer teruggaat naar nul, alsof er nooit iets is gebeurd. Een lichaam dat al vanaf de jeugd metabool ontregeld is, draagt een langere geschiedenis met zich mee.

Maar dat betekent niet dat herstel niet mogelijk is. Het betekent wel dat herstel bij de één anders verloopt dan bij de ander.

Voor sommige mensen is keto geen snelle reset, maar een manier om een lichaam dat al heel lang ontregeld is weer rust, richting en stabiliteit te geven. Dan is keto ‘voor altijd’.

HET GESPREK MOET VERANDEREN

Niet alleen over kilo’s. Niet alleen over afvallen. Maar over wat er gebeurt als een lichaam jarenlang moeite heeft met het verwerken van koolhydraten. Misschien begint dat verhaal veel eerder dan je denkt. En misschien gaat het langer door dan je zou willen.

Delen
BLOG 36: Spek en bonen

BLOG 36: Spek en bonen

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Ans stuurt ons de vraag: “Hoe kan ik meer peulvruchten eten? Want dat is het advies.”

En Ans is niet de enige. Blijkbaar zijn er toch nog best veel mensen die niet in de gaten hebben dat het Voedingscentrum geen adviezen geeft over hoe wij, veelal insulineresistente mensen, gezond kunnen worden en blijven.

Dus laten we eens beter kijken naar dat voorstel van het Voedingscentrum. Dan wordt misschien meteen wat duidelijker waarom dit advies niet zomaar past binnen gezond koolhydraatarm keto.

MINDER VLEES, MEER PEULVRUCHTEN

Minder vlees, meer peulvruchten. Dat is de nieuwe lijn van het Voedingscentrum. Ze adviseren inmiddels minimaal 250 gram peulvruchten, tofu en tempé per week. Tegelijk is het vleesadvies verlaagd naar maximaal 300 gram vlees per week, waarvan maximaal 100 gram rood vlees. Voor mensen die geen vlees eten, adviseert het Voedingscentrum zelfs 430 gram peulvruchten per week.

En dan is het niet raar dat sommige mensen toch denken: moet ik daar nu iets mee? Moet ik bonen toevoegen aan mijn keto-menu? Moet ik vlees vervangen door linzen? Mis ik iets belangrijks als ik geen peulvruchten eet?

Laat ik daar meteen helder over zijn. Nee, je hoeft geen peulvruchten in je keto-menu te proppen omdat een algemeen voedingsadvies dat zegt. En nee, peulvruchten zijn geen dierlijke eiwitten in een plantaardig jasje. Het zijn koolhydraatrijke voedingsmiddelen waar óók eiwit in zit.

PEULVRUCHTEN ZIJN NIET SLECHT

Laat ik eerst dit zeggen: peulvruchten zijn niet ineens slecht omdat ze niet goed passen binnen keto. Dat is een denkfout die je vaak ziet. Alsof iets óf geweldig is, óf vergif. Zo werkt voeding niet. Peulvruchten bevatten vezels, plantaardig eiwit en mineralen. Voor mensen die een gewoon koolhydraatrijk eetpatroon volgen, kunnen ze best een betere keuze zijn dan witbrood, koek, chips of andere ultra-bewerkte rommel.

Maar dat is niet de vraag waar het hier over gaat. De vraag is niet of peulvruchten in sommige eetpatronen gezond kunnen zijn. De vraag is of je dierlijke eiwitten zomaar kunt vervangen door peulvruchten. En daarop is het antwoord: nee. Niet één-op-één. Zeker niet als je gezond koolhydraatarm keto eet.

EEN BOON IS GEEN BIEFSTUK

In voedingsadviezen worden peulvruchten vaak neergezet als alternatief voor vlees. Dat klinkt eenvoudig. Je eet minder vlees en neemt daarvoor bonen, linzen of kikkererwten. Maar voedingskundig is dat geen gelijke ruil. Vlees, vis, eieren en zuivel leveren hoogwaardige dierlijke eiwitten. Je lijf kan daar goed mee werken. Ze leveren complete bouwstoffen, zonder dat je daar meteen een flinke portie koolhydraten bij krijgt.

Peulvruchten leveren ook eiwit, maar die eiwitten zijn niet zomaar te vergelijken met dierlijke eiwitten. Ze bevatten bovendien veel zetmeel en dus koolhydraten. Dat maakt ze niet slecht, maar het maakt ze wel totaal anders dan vlees, vis of eieren. Dat verschil wordt vaak weggemoffeld. Alsof je een stukje rundvlees gewoon kunt vervangen door een schep linzen en klaar.

EIWIT IS NIET ALLEEN EEN GETAL OP EEN ETIKET

We kijken vaak alleen naar grammen eiwit. Alsof 20 gram eiwit uit het ene product automatisch hetzelfde doet als 20 gram eiwit uit een ander product. Maar zo simpel is het niet.

Eiwitkwaliteit gaat niet alleen over het aantal grammen eiwit, maar ook over de verteerbaarheid en de verhouding van essentiële aminozuren. De FAO beschrijft eiwitkwaliteit daarom niet alleen als hoeveelheid eiwit, maar als de mate waarin een eiwitbron voorziet in de aminozuren die het lijf nodig heeft. Dat klinkt technisch, maar de praktische boodschap is eenvoudig: je lijf moet iets met dat eiwit kunnen.

Dierlijke eiwitten zijn daarin meestal veel completer en beter bruikbaar dan eiwitten uit peulvruchten. Dat betekent niet dat plantaardig eiwit waardeloos is. Het betekent wel dat het geen één-op-één vervanging is. En zeker niet als je het probeert te doen binnen een gezond koolhydraatarm keto-menu.

GEEN COMPLEET VERHAAL

Daar komt nog iets bij. Als je dierlijke eiwitten wilt vervangen door plantaardige eiwitten, ben je er meestal niet met alleen peulvruchten. Ook niet als je er heel veel van eet. Peulvruchten leveren wel eiwit, maar niet hetzelfde complete aminozuurprofiel als vlees, vis, eieren of zuivel.

In een plantaardig eetpatroon moet je daarom vaak combineren met andere plantaardige eiwitbronnen, zoals granen, rijst, noten, zaden of soja-producten. Maar voor gezond koolhydraatarm keto wordt dat natuurlijk alleen maar minder logisch. Dan vervang je vlees niet door bonen, maar door bonen plus nóg meer koolhydraatrijke voeding.

JE HEBT MEER EIWIT NODIG DAN JE DENKT

Veel mensen onderschatten hoeveel eiwit hun lijf nodig heeft. Je hebt eiwit niet alleen nodig om “spieren te kweken”, zoals vaak wordt gedacht. Je hebt het nodig voor behoud van spiermassa, herstel, hormonen, enzymen, immuunsysteem, huid, haar, botten en verzadiging.

Als je afvalt, ouder wordt of minder vaak eet, wordt voldoende eiwit juist extra belangrijk. Je wilt vet verliezen en zoveel mogelijk spiermassa behouden. Spiermassa is geen luxe. Het is actief weefsel dat helpt bij je bloedsuiker, je kracht, je stofwisseling en je zelfstandigheid later.

Daarom kom je met een paar schepjes plantaardig eiwit uit peulvruchten meestal niet zomaar uit. Voor veel mensen, zeker boven de 40, is een richtlijn van ongeveer 1,2 tot 1,6 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag een veel realistischer uitgangspunt dan de minimale hoeveelheden die vaak worden genoemd. Wie 80 kilo weegt, komt dan al snel ergens tussen de 95 en 125 gram eiwit per dag uit. Voor veel mensen is dat veel meer dan ze denken.

EVEN REKENEN

En let op: dat betekent niet 95 tot 125 gram vlees. Een portie vlees, vis of eieren bestaat namelijk niet volledig uit eiwit. Honderd gram vlees bevat meestal rond de 20 tot 26 gram eiwit, afhankelijk van het soort vlees en de bereiding. Maar dierlijke eiwitbronnen zijn wel compact en goed bruikbaar. Daardoor kun je met een normale maaltijd met dierlijke eiwitten veel makkelijker aan voldoende eiwit komen dan wanneer je dat vooral uit peulvruchten probeert te halen.

Die 6 potten linzen leveren ook al snel ruim 200 gram koolhydraten. Dat is vergelijkbaar met zo’n 80 miniklontjes suiker aan koolhydraten die je lijf moet verwerken. En dan hebben we het nog niet over rijst of granen die vaak nodig zijn om plantaardige eiwitten beter aan te vullen.

Bij peulvruchten moet je veel meer volume eten om in de buurt te komen. En dan krijg je niet alleen eiwit binnen, maar dus ook meteen een flinke lading koolhydraten. Dat is precies waarom de ruil “minder vlees, meer peulvruchten” voor gezond koolhydraatarm keto niet zo eenvoudig is als het klinkt.

EIWITTEN OP JE BORD

Stel: je wilt ongeveer dezelfde bruikbare hoeveelheid eiwit binnenkrijgen. Dan kom je ongeveer op dit beeld uit: 400 gram rundvlees tegenover 6 potten linzen. Voor ongeveer dezelfde bruikbare hoeveelheid eiwit. En dan hebben we het alleen nog maar over eiwit. Niet over de koolhydraten die je erbij krijgt. Niet over je bloedsuiker. Niet over insuline. Niet over je buik. Niet over hoe verzadigd je blijft.

Dit is waarom peulvruchten geen simpele vervanging zijn voor dierlijke eiwitten. Op papier klinkt het makkelijk. In je lijf en op je bord ziet het er heel anders uit. En voor iemand die niet koolhydraatarm eet, kunnen zoveel peulvruchten misschien nog passen. Maar voor iemand die juist uit de koolhydraatcarrousel probeert te stappen, is dat niet handig.

Dan is het niet logisch om ineens flinke porties linzen, bonen of kikkererwten toe te voegen omdat ze “gezond” worden genoemd.

EN DAN JE BUIK NOG

Dan hebben we het nog niet eens gehad over je buik. Peulvruchten staan erom bekend dat ze bij veel mensen gasvorming, een opgeblazen gevoel en rommelende darmen kunnen geven. Dat komt doordat bepaalde koolhydraten en vezels in peulvruchten niet volledig worden verteerd in je dunne darm. Ze komen in je dikke darm terecht, waar darmbacteriën ermee aan de slag gaan. Daarbij ontstaat gas.

Dat wordt vaak luchtig weggewuifd. Ach ja, bonen hè. Maar waarom zouden we het normaal vinden dat je buik na een zogenaamd gezonde maaltijd urenlang onrustig is? Als je buik na elke portie bonen protesteert, mag je dat best serieus nemen.

Veel mensen merken juist bij gezond koolhydraatarm keto dat hun spijsvertering eindelijk rustiger wordt. Minder opgeblazen gevoel, minder gerommel, minder gasvorming, geen buikpijn meer, maar rust in je buik. Dat is geen bijzaak. Dat telt.

WAT DAN WEL?

Als je gezond koolhydraatarm keto eet, hoef je peulvruchten meestal niet als basis in je menu op te nemen. Je kunt je eiwitten prima halen uit eieren, vis, vlees, gevogelte, kaas, volle zuivel en andere passende keto-producten. Daarnaast eet je groenten, gezonde vetten en maaltijden die je bloedsuiker en honger rustig houden.

Dit is misschien wel het belangrijkste. Je hoeft niet elk algemeen gezondheidsadvies in je keto-menu te verwerken. Je hoeft niet én keto te eten én peulvruchten toe te voegen én minder dierlijke eiwitten te eten én alles volgens de nieuwste Schijf van Vijf te doen. Gezond eten is niet overal een beetje van nemen omdat iemand dat ergens gezond heeft genoemd.

GEZOND ETEN

Gezond eten is begrijpen wat voeding doet in jouw lijf. En als jij gezond koolhydraatarm keto eet omdat je lijf rustiger wordt zonder veel koolhydraten, dan zijn peulvruchten meestal geen logische basis. Peulvruchten zijn geen dierlijke eiwitten in een plantaardig jasje. Het zijn koolhydraatrijke voedingsmiddelen waar óók eiwit in zit. En dat verschil doet ertoe.

Je hoeft niet mee te doen met een advies dat niet voor jouw situatie gemaakt is. Je mag kiezen voor voeding waar jouw lijf rustig, sterk en verzadigd van wordt. En als dat gezond koolhydraatarm keto is, dan mag je vertrouwen op je lijf.

Jouw lijf heeft maar één belang: jou gezond houden. En dat is niet het belang van het Voedingscentrum. Dus je weet wat je te doen staat

BRONNEN BIJ DIT BLOG

Plant Proteins: Assessing Their Nutritional Quality and Effects on Health and Physical Function
Hertzler SR, Lieblein-Boff JC, Weiler M, Allgeier C. Nutrients, 2020.

Deze review bespreekt dat plantaardige eiwitten gemiddeld anders zijn dan dierlijke eiwitten als je kijkt naar eiwitkwaliteit, verteerbaarheid en aminozuursamenstelling. Dit ondersteunt het punt dat je peulvruchten niet simpelweg één-op-één kunt vergelijken met dierlijke eiwitten.
Lees het onderzoek

Digestible indispensable amino acid score, DIAAS
Moughan PJ. Frontiers in Nutrition, 2024.

Dit artikel legt uit waarom eiwitkwaliteit niet alleen draait om het aantal grammen eiwit, maar om verteerbare essentiële aminozuren. Dat is precies waarom “20 gram eiwit” op een etiket niet automatisch betekent dat je lijf daar hetzelfde mee kan doen als met 20 gram eiwit uit een andere bron.
Lees het onderzoek

Systematic review and meta-analysis of protein intake to support muscle mass and function in healthy adults
Nunes EA, Colenso-Semple L, McKellar SR, et al. Journal of Cachexia, Sarcopenia and Muscle, 2022.

Deze systematische review en meta-analyse laat zien dat een hogere eiwitinname kan bijdragen aan meer vetvrije massa en spierkracht, vooral in combinatie met krachttraining. Het artikel ondersteunt het punt dat voldoende eiwit belangrijk is voor spierbehoud, zeker naarmate je ouder wordt.
Lees het onderzoek

Enhanced protein intake on maintaining muscle mass, strength, and physical function in adults with overweight/obesity: a systematic review and meta-analysis
Kokura Y, Ueshima J, Saino Y, Maeda K. Clinical Nutrition ESPEN, 2024.

Deze meta-analyse keek naar volwassenen met overgewicht of obesitas die wilden afvallen. De uitkomst: verhoogde eiwitinname helpt spiermassaverlies beperken tijdens gewichtsverlies. Dit ondersteunt het punt dat afvallen niet alleen om minder gewicht gaat, maar ook om spiermassa behouden.
Lees het onderzoek

Nutrient profile and effect of processing methods on the composition and functional properties of lentils
Dhull SB, Kinabo J, Uebersax MA. Legume Science, 2023.

Deze review beschrijft de voedingskundige samenstelling van linzen en laat zien dat linzen zowel plantaardig eiwit als veel koolhydraten bevatten. Dat ondersteunt het punt dat linzen niet alleen een “eiwitbron” zijn, maar ook een du

 

Delen
BLOG 35: Hoe lang kun je keto eten?

BLOG 35: Hoe lang kun je keto eten?

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Regelmatig vragen mensen hoe lang je keto kunt blijven eten. En dan bedoelen ze meestal niet: hoe lang kun je kiezen voor puur en echt eten met voldoende voedingsstoffen in plaats van brood, pasta, pizza, koek, rijst, fabriekseten, frisdrank of suiker? Hoe lang houdt je lijf dat gezonde eten vol?

Meestal gaat die vraag over iets anders. Over hoop. Over verlangen naar bewijs dat het ooit rustiger wordt. Dat keto op een dag niet altijd zal voelen als opletten, kiezen, weigeren, uitleggen en opnieuw beginnen.

Dat snap ik heel goed. Zolang het oude eten nog aan je trekt, lijkt een leven zonder brood, koek, chips, pasta en zoetigheid bijna onmogelijk. Dan denk je: hoe moet ik dit ooit mijn hele leven doen? Blijf ik dan altijd vechten? Blijf ik dan altijd degene die niet meedoet? Blijf ik dan altijd bang dat ik weer terugval? Maar dat is denken vanuit de fase waarin het oude eten nog macht heeft. Dat is denken vanuit je nog verslaafde brein.

Hoe lang kun je gestopt zijn met roken?

Ik herken dat van roken. Ik heb vroeger gerookt en stoppen was moeilijk. Niet omdat ik niet wist dat roken slecht voor me was. Dat wist ik heus wel. Ik had er zelfs lichamelijk last van. Ik hoestte, werd benauwd en voelde dat het me geen goed deed. En toch trok het.

Dat is verslaving. Je kunt heel goed weten dat iets je niet goed doet en er toch naartoe getrokken worden. Daarom is het zinloos om tegen iemand die nog midden in die trek zit te zeggen: “Dan doe je het toch gewoon niet?” Zo simpel voelt het op dat moment niet.

Maar als je eenmaal eindelijk écht gestopt bent, verandert er iets. Dan vraag je je niet elke ochtend af of je het vandaag weer gaat volhouden om niet te roken. Je rookt gewoon niet meer. Niet omdat roken nooit bestaan heeft, maar omdat het niet meer bij je hoort.

Stoppen met eten wat je ziek en dik maakt

Zo kan dat met keto ook gaan. Wat eerst voelt als volhouden, kan later voelen als vrijheid. Voor mij is keto niet iets wat ik elke dag met samengeknepen billen probeer vol te houden. Ik eet inmiddels al zo’n 25 jaar gezond koolhydraatarm keto. Niet omdat ik zo graag streng wil zijn, maar omdat ik weet wat het alternatief met mij doet.

Toen ik begon, was ik eind dertig en voelde ik me slecht. Ik had veel klachten, was moe, had vaak hoofdpijn, voelde me opgeblazen en had veel last van mijn maag. Ik was bovendien te zwaar en mijn hoofd was voortdurend bezig met eten.

Sinds ik gezond koolhydraatarm keto eet, zijn die klachten verdwenen. En ze zijn niet teruggekomen. Niet omdat ik geluk heb gehad, maar omdat ik ben gestopt met eten wat mijn lijf steeds opnieuw uit balans bracht.

Dus als iemand vraagt: “Kun je keto je hele leven volhouden?”, denk ik vooral: waarom zou je terug willen naar de manier van eten waardoor je je zo slecht voelde? Dat is volgens mij de grote verandering bij mensen die voor altijd keto eten.

De verslaving voorbij

In het begin kan keto voelen als alles wat je niet meer mag. Later kan het voelen als alles wat je niet meer hoeft. Je hoeft niet meer de hele dag met eten bezig te zijn. Je hoeft niet meer telkens opnieuw te beginnen. Je hoeft niet meer door die eetdrang heen. Je hoeft niet meer terug naar de klachten waarvan je eindelijk verlost bent.

Dan wordt “ik mag dit niet” langzaam “ik eet dit niet”. Dat is een wereld van verschil.

Ik kan gewoon ergens zijn waar koekjes op tafel staan en dan staan daar koekjes. Meer niet. Soms ben ik er wel nieuwsgierig naar. Wat is dat voor koekje? Zou het goed gemaakt zijn? Ruikt het naar echte boter, naar noten, naar vanille, of vooral naar fabriek?

Dan ruik ik eraan, zoals iemand die al haar hele leven kookt en bakt dat kan doen. Maar daarna leg ik het terug. Niet uit ‘strengheid’. Niet omdat ik mezelf moet tegenhouden. Maar omdat het voor mij een niet-eetbaar-voorwerp is geworden en niet iets wat ik hoef te eten. Gelukkig niet.

Dat klinkt misschien vreemd als je nog midden in de trek zit. Dan lijkt ruiken gevaarlijk. Dan lijkt kijken al lastig. Maar juist daarom vertel ik het. Niet omdat iedereen dit moet doen, zeker niet. Maar omdat het laat zien dat de verhouding met eten echt kan veranderen. Het koekje is niet veranderd. Mijn verhouding tot het koekje is veranderd.

Wat mensen onderweg ontdekken

Ik hoor dit ook al jaren van mensen die met onze aanpak starten. In het begin denken ze vaak nog dat keto vooral gaat over missen. Geen boterham meer bij de lunch. Geen koekje bij de koffie. Geen pasta op tafel. Geen chips op de bank. Geen gebak op een verjaardag.

Maar na een tijdje merken veel mensen iets anders. Ze missen niet alleen kilo’s. Ze missen ook de eetdrang. De snaaibuien. De opgeblazen buik. De energiedips. Het schuldgevoel. Het voortdurende gevecht in hun hoofd. En dát maakt volhouden anders.

Natuurlijk betekent dat niet dat het voor iedereen vanaf dag één makkelijk is. Zeker niet. Oude gewoonten kunnen hardnekkig zijn. Sociale situaties kunnen lastig zijn. Vakanties, feestjes, stress, verdriet en vermoeidheid kunnen je terugtrekken naar oud gedrag. Maar lastig is niet hetzelfde als onmogelijk.

Een bewuste keuze

“Ik mag dit niet” voelt als straf. “Ik eet dit niet” voelt als een bewuste keuze. Het is de keuze van iemand die weet wat bepaalde voeding met haar doet en daar niet meer naartoe wil. Dus niet omdat ze niet van al die heerlijk koolhydraatrijke voeding houdt, maar omdat ze het niet meer wil eten.

Daarom is de vraag “hoe lang kun je keto eten?” eigenlijk niet moeilijk. Qua gezondheid kun je keto langdurig eten, als je het goed samenstelt en je lijf voedt met echt eten. Dus niet richting dirty keto, waarbij alleen koolhydraten worden geteld en nauwelijks nog wordt gekeken naar de kwaliteit van wat je eet.

Gezond koolhydraatarm keto draait niet om zoveel mogelijk vet en zo weinig mogelijk koolhydraten. Het draait om echt eten dat je lijf voedt. Om rust in je bloedsuiker. Om minder eetdrang. Om maaltijden waar je op kunt bouwen. Om een manier van eten die niet alleen helpt om af te vallen, maar ook om beter te functioneren.

Iemand die keto eet

En praktisch gezien? Ja, er zijn heel veel mensen die dit jarenlang volhouden. Niet omdat zij elke dag sterker zijn dan hun trek. Dat is nou juist het punt. Die trek is er vaak helemaal niet meer. Ze staan niet elke dag op met de gedachte: vandaag ga ik geen pasta eten, vandaag blijf ik sterk, vandaag raak ik geen koekjes aan. Zo werkt het niet.

Voor veel mensen verandert keto na verloop van tijd van een keuze in een vanzelfsprekendheid. Pasta, brood, koek, chips en suiker zijn dan niet meer de dingen die je jezelf dapper ontzegt. Ze zijn gewoon geen onderdeel meer van hoe je eet. Zoals iemand die vegetarisch eet niet bij elk stuk vlees denkt: jammer, dat mag ik niet. Die eet dat gewoon niet. Het hoort niet bij haar of zijn manier van leven.

Zo kan gezond koolhydraatarm keto ook worden. Niet als straf, niet als gevecht, maar als iets wat klopt. 

Geen straf

En er verandert nog iets wat mensen zich vaak nauwelijks kunnen voorstellen als ze nog midden in de trek zitten. Als er ergens weinig of bijna niets te eten is wat bij mij past, voel ik me niet zielig. Ik voel me niet gestraft. Ik denk niet: wat erg, ik mag niks. Ik kijk gewoon praktisch wat er wél kan.

Ligt er ergens een stukje vlees tussen de rijst, dan haal ik dat stukje vlees eruit. Is er een stukje kaas, vis, ei, kip of groente, dan eet ik dat. Dan voed ik mezelf daarmee en dan ben ik tevreden. Niet omdat het feestelijk of ideaal is, maar omdat het genoeg is. Omdat het klopt met wat ik wil. Omdat ik eet om me te voeden. En ja, dat mag ook heerlijk zijn (graag zelfs), maar daar gaat het niet primair om.

Dat is voor mij vrijheid. Niet dat altijd alles beschikbaar is. Niet dat elk buffet, elk feestje of elke maaltijd perfect keto is. Maar dat ik niet meer omver word geblazen door wat er níet is. Ik raak niet in paniek. Ik voel me niet tekortgedaan. Ik hoef niet meer boos of verdrietig te worden omdat er geen broodje, koekje, pasta of gebak voor mij klaarstaat.

Je denkt er niet de hele dag over na. Je hoeft jezelf niet steeds tegen te houden. Je bent vooral blij dat je niet meer terug hoeft naar de onrust, de klachten, de eetdrang en het steeds opnieuw beginnen. En dat is misschien wel het grootste verschil. Wat eerst onmogelijk lijkt, kan later zo gewoon worden dat je je bijna niet meer kunt voorstellen dat je ooit anders at.

Niet voor even. Maar omdat je niet meer terug wilt.

Lekker is geen reden

Soms reageren mensen met: “Ja maar, ik hou van croissantjes, pasta en ijs. Dat ga ik echt niet mijn hele leven laten staan.” Dat snap ik echt. Ik ben ook dol op croissantjes, chips, koekjes, ijs en pasta. Nog steeds. Als ik het allemaal kon eten zonder gevolgen, zou ik het misschien ook doen. Maar dat is nu juist het punt: voor mij heeft het wél gevolgen.

 

Ik weet ook nog steeds dat ik roken lekker vond. Ik rook al heel veel jaren niet meer, maar ik ga niet doen alsof ik nooit heb begrepen waarom iemand een sigaret opsteekt. Natuurlijk begrijp ik dat. Ik vind het nog steeds lekker ruiken. Alleen is iets lekker vinden niet hetzelfde als het blijven doen.

 

Dat is volgens mij een belangrijk inzicht. Je kunt iets lekker vinden en toch besluiten: dit hoort niet meer bij mij. Niet omdat je jezelf niets gunt, maar omdat je weet wat het met je doet. Lekker is niet automatisch onschuldig. Lekker is niet automatisch de moeite waard.

Delen
Het appgroepje Samen Sterk

Het appgroepje Samen Sterk

‘Welkom bij mijn persoonlijke blog, over keto vasthouden in een niet-keto-wereld! Ik ben het koolhydratenmonster en ik heb eindelijk mijn eigen podium gekregen. Dat werd hoog tijd natuurlijk. Want ik ben goed in mijn werk en dat mag iedereen weten. Ik laat je zien hoe ik mensen verleid en hoe ik ze onderuithaal. Je kunt er wat van leren, al heb ik dat liever niet.

Vandaag neem ik je mee naar een plek waar ik graag kom. Het appgroepje van een paar vrouwen dat ooit is begonnen om elkaar te helpen. Elkaar op te peppen. Elkaar vast te houden op moeilijke momenten. Ze noemen hun groepje ‘Samen Sterk’. Ze denken dat ze sterker zijn dan ik.

Het is vrijdag. Half zes. Vier vrouwen, vier huizen, vier verschillende soorten moe.

Marian is 68. Ze woont alleen sinds haar man er niet meer is. Overdag gaat het prima. Ze heeft haar ritme, haar wandelingen, haar boodschappen, haar kleinkind af en toe. Maar vrijdagavond is vaak het lastigst. Dan is het stil in huis. Dan voelt een avond lang. Dan is er niemand om tegen te zeggen dat de week erop zit.

Petra is 59 en al jaren getrouwd. Ze houdt van gezelligheid. Een kaarsje aan, iets lekkers op tafel, samen zitten. Bij haar is eten nooit alleen eten. Het is ook weekend. Ontspanning. Erbij horen. Iets fijns maken van de avond.

Sandra is 47 en werkt nog volop. Vrijdag is bij haar niet het begin van rust, maar het moment waarop alles wat ze de hele week bij elkaar heeft gehouden begint te schuiven. Ze komt thuis met een vol hoofd, een leeg lijf en een gevoel dat ze zichzelf iets gunt, al weet ze nog niet wat.

Inge is 54. Ze is serieus. Zorgvuldig. Ze doet niet half werk. Sinds ze anders eet, voelt ze zich beter. Meer rust. Minder chaos. Juist daarom wil ze het zo graag goed doen. Ze geniet van dat gevoel dat ze grip heeft. Tot het even weg is.

Om kwart over vijf komt het eerste appje binnen.

Sandra schrijft dat ze vanavond moeite heeft. Petra reageert vrijwel meteen dat vrijdagavond voor haar ook altijd zo’n ding is. Marian leest mee vanaf haar keukentafel en typt dat vooral het lege stuk van de avond haar tegenstaat. Inge probeert de toon erin te houden. Ze schrijft dat ze het gewoon níet gaan doen. Kop thee, pyjama aan, vroeg op de bank. Petra antwoordt: “Ja. Niet zondigen vanavond.”

Zondigen. Ik spits mijn oren. Yes. Ik ruik een kans. Nu hoeft er maar één om te gaan. Daarna volgt de rest vaak vanzelf. Ik laat het eerst nog even sudderen. Nog even thee, nog even flink doen, nog even doen alsof ze deze avond de baas zijn. Maar ik wacht gewoon op de eerste scheur. Eén vrouw die moe is. Eén vrouw die alleen is. Eén vrouw die zin heeft in gezelligheid. Eén foto in die appgroep en hup, daar ga ik. Dan fluister ik de rest wel even over het randje.

Marian trekt haar wenkbrauwen op. Zondigen, denkt ze. Alsof je niet gewoon iets eet, maar iets misdadigs doet. Ze zegt het niet in de groep. Het is zo’n woord waar vrouwen aan gewend zijn geraakt. Alsof het heel normaal is om over eten te praten alsof je iets heel ergs hebt gedaan wat niet mag. Het raakt haar.

Petra schrijft dat ze geen zin heeft om zich morgen weer ellendig te voelen. Sandra zegt dat juist dat schuldgevoel erna zo naar is. Inge zet thee en voelt zich even sterk. Zie je wel. Zo kan het ook. Gewoon door die avond heen.

Bij Marian staat de televisie aan, maar ze kijkt niet echt. Haar telefoon ligt naast haar op tafel. De waterkoker is alweer stil. Haar thee dampt nog. Ze vindt de appgroep gezellig. Die groep maakt haar avonden minder alleen. Maar soms brengt diezelfde groep ook iets haar huis binnen waar ze niet op zit te wachten.

Petra staat intussen in haar keuken. Haar man heeft een fles wijn open voor zichzelf. Op het aanrecht ligt al een opengescheurde zak chips. Hij vraagt of ze nog iets zullen nemen vanavond. Gewoon iets lekkers, zegt hij. Petra zegt meteen nee. Niet doen. Ze wil zich morgen goed voelen. Hij knikt. Ook goed.

Sandra staat nog half in haar werkkleren in de keuken. Ze weet precies dat ze eerst iets degelijks moet eten. Ze weet ook dat vrijdagavond niet het moment is waarop redelijkheid altijd wint. Ze leunt met haar hand op het aanrecht en kijkt opnieuw op haar telefoon.

Inge schrijft dat haar thee inmiddels op is en dat ze zo onder een dekentje kruipt. Sandra zet dat ze iets normaals gaat eten. Marian schrijft dat ze vanavond vroeg naar bed gaat. Petra leest mee, zegt even niks en kijkt naar de appgroep en daarna naar haar man, die de appeltaart al op tafel heeft gezet. Voor zichzelf, zegt hij nog.

Voor zichzelf. Ja ja. Ze loopt erlangs. Pakt borden uit de kast. Zet ze weer terug. Schenkt water in. Gaat zitten. Staat weer op. Ik ga naast haar op het aanrecht zitten en zwaai met mijn benen. Ik zeg nog niet veel. Bij Petra hoeft dat niet. Daar hoef ik alleen maar heel vriendelijk te klinken. “Ach toe Petra. Het is vrijdag. Eén puntje maar. Je hebt de hele week al je best gedaan.”

Dan, iets na zessen, komt de eerste foto. Van Petra. Een punt appeltaart op een wit bordje, met daarnaast een flinke toef slagroom. Je ziet aan de achtergrond dat ze aan tafel zit. Een wijnglas, een servet, een warme lamp erboven. Het onderschrift is kort. “Nou meiden… hier ging het dus toch mis.”

Marian kijkt ernaar en voelt meteen iets. Niet eens trek. Meer een soort verlangen. Naar iets lekkers op vrijdagavond. Naar meedoen. Naar niet weer de enige zijn die thee drinkt in een stil huis. Sandra kijkt te lang. Ze weet dat meteen van zichzelf. Niet doen. Niet kijken. Weg ermee. Maar de foto zit al in haar hoofd. Inge typt dat zij braaf met haar thee blijft zitten. Zodra ze het verstuurt, heeft ze alweer spijt van dat woord. Braaf. Waarom klinkt dat nu alsof zij degene is die iets mist?

Petra schrijft terug dat ze er zo’n zin in had en dat het morgen wel weer normaal is. Marian staat op en loopt naar de keuken. Haar thee is koud. Ze opent de koelkast, sluit hem weer, trekt een kastje open en kijkt naar een half brood dat er nog ligt. Ze had dat gehaald voor morgen, voor bezoek. Nu staat het ineens in haar blik alsof het daar speciaal voor vanavond ligt.

Bij Marian werk ik liever met geur en herinnering. Niet met geschreeuw. Dat is veel te grof. “Gewoon twee sneetjes,” fluister ik. “Lekker dik met roomboter. Oude kaas erop. En neem er anders een handje chips bij. Vrijdagavond mag toch ook iets zijn.”

Sandra trekt een la open. Ze pakt een kom. Alleen iets hartigs. Iets kleins. Dan is het ook klaar. Ik geef haar gelijk. “Ja joh, chips. Gewoon chips,” fluister ik. “Niet moeilijk doen. Je bent moe. Neem iets waar je echt zin in hebt. En daarna stop je gewoon weer.”

Inge zet nog een kop thee. Sterker deze keer. Ze wil terug naar dat goede gevoel van net. Dan komt de volgende foto. Van Marian. Twee dikke sneden vers brood met roomboter en oude kaas. De boter is nog net zichtbaar onder de kaasrand. Naast het bord ligt een open zak ribbelchips. Niet netjes in een schaaltje, gewoon op tafel. Het bijschrift is maar twee woorden. “Ik ook.”

Petra reageert meteen dat ze het morgen weer oppakken. Sandra voelt de drempel verdwijnen. Niet alleen Petra dus. Ook Marian. Ook brood. Ook chips. Ook dat. Ze schept een kom vol ribbelchips, zet er een bakje kruidenroomkaas naast en trekt daarna zonder nadenken nog een reep chocolade open. Ze maakt alleen van de chips en de dip een foto. Dat voelt nog alsof het meevalt. “Nou… ik ben ook om.”

Kijk, ze komen er wel. Eerst nog flink doen, thee zetten, vroeg naar bed willen, en dan toch. Eén foto in die appgroep en de toon is gezet. Daar hoef ik echt niet hard voor te werken. Een beetje porren, een beetje fluisteren, een beetje gezelligheid eroverheen en ze doen de rest keurig zelf. Nu Inge nog.

Inge leest alles terug. Taart. Brood. Chips. Ze voelt haar gezicht warm worden. Nee. Ik wil dit niet. Ik wil morgenochtend wakker worden met dat fijne gevoel dat ik het weer gedaan heb. Maar er gebeurt nog iets anders. Alsof de anderen samen ergens zijn waar zij niet bij hoort. Alsof gezelligheid aan de andere kant ligt. Alsof zij degene is die alleen achterblijft met thee en goede bedoelingen.

Bij Inge hoef ik maar één klein, gemeen draadje aan te raken. “Kom op zeg,” fluister ik. “Alsof jij hier geen zin in hebt. Alsof jij vanavond de heilige gaat uithangen terwijl de rest gewoon gezellig doet.”

Ze legt haar telefoon weg. Pakt hem weer. Leest nog eens terug. Twintig minuten later stuurt ook zij een foto. Een groot stuk slagroomtaart op een bord. Scheef afgesneden. Een hap eruit. Op de achtergrond nog net de geopende doos. Geen woorden. Die zijn niet meer nodig.

Daarna wordt het in de appgroep losser. Petra schrijft dat ze nu toch al bezig is en nog een glas neemt. Sandra zegt dat chips altijd haar zwakke plek blijft. Marian leest vooral. Inge ook. Hier en daar komt nog een kort berichtje. Meer hoeft niet. De avond heeft zijn richting al gekozen.

Later op de avond is het tijd voor Mevrouw Oordeel. Zij komt nooit te vroeg. Tijdens de eerste happen heeft ze niets te zoeken. Dan is het nog gezellig. Dan is er nog verdoving. Dan lachen vrouwen nog een beetje om zichzelf en doen ze alsof het meevalt. Mevrouw Oordeel komt later. Als het op is. Als de tafel weer leeg is. Als de foto’s verstuurd zijn. Als er niemand meer kijkt.

Bij Marian komt ze als het huis weer stil is en het bord in de keuken staat. Marian loopt nog even naar de badkamer en kijkt daar per ongeluk in de spiegel. Daar staat Mevrouw Oordeel al naast haar. “Zie je wel,” zegt ze. “Jij kunt die avonden gewoon niet aan. Zodra het stil wordt in huis, ga jij onderuit. Eén foto en je lag er alweer af.” Marian doet het licht uit, maar neemt die stem mee naar bed.

Bij Sandra komt ze als de lol eraf is. Als de kom leeg is en haar buik strak voelt. Als ze nog op de bank zit in haar kleren van de dag en ineens denkt: waarom heb ik dit nou weer gedaan? Mevrouw Oordeel gaat niet zitten. Die blijft staan. Armen over elkaar. “De hele week flink doen en dan dit. Zodra je moe bent, laat je jezelf weer vallen. Altijd hetzelfde. Je kunt ook niks normaal houden.” Sandra pakt haar telefoon, opent de appgroep, sluit hem weer en zet hem op stil.

Bij Petra komt ze later. Haar man is al naar boven. De glazen zijn opgeruimd. Het kaarsje is uit. De gezelligheid is verdwenen en wat overblijft is dat nare, volle gevoel waar Petra juist zo bang voor was. Ze staat in de keuken met haar hand op het aanrecht als Mevrouw Oordeel achter haar opduikt. “Gezellig hoor,” zegt ze. “Even lekker zondigen. En nu voel je je weer ellendig. Dat heb je dan toch weer mooi voor elkaar. Morgen weer normaal? Kom nou toch. Jij weet zelf ook wel hoe dit gaat.” Petra probeert het weg te slikken, maar ze voelt het al in haar keel.

Maar het hardst komt ze binnen bij Inge. Inge ligt in bed en slaapt niet. Ze draait van links naar rechts. Trekt haar dekbed af, weer op, weer af. In het donker wordt alles groter. Dat ene stuk taart. Dat ene moment waarop ze dacht: laat ook maar. Dat ene appje van Petra. Dat ene bord van Marian. Ze hoort zichzelf denken: waarom liet ik me zo meeslepen? Waarom was dat genoeg? Waarom ben ik zo?

Mevrouw Oordeel geeft het antwoord. Niet zachtjes. Niet voorzichtig. Ze komt boven haar hangen en begint meteen. “Wat ben jij toch een loser,” zegt ze. “Jij dacht zeker dat jij dit wél kon. Jij voelde je zeker al heel wat. Kijk nou eens. Eén appgroep, drie foto’s en jij was weg. Je kunt dit gewoon niet. Je verpest het elke keer weer.” Inge doet haar ogen dicht, maar dat helpt niets. Mevrouw Oordeel praat gewoon door. “Morgen ga je weer flink doen. Weer netjes. Weer braaf. Tot de volgende keer. Wat een toneel.”

Inge ligt wakker tot ver na drieën.

De volgende ochtend zegt de appgroep bijna niets. Petra zet tegen half elf: “Vandaag weer oppakken dames.”

Marian leest het, maar reageert niet. Ze wil even door niemand gezien worden. Sandra heeft de meldingen uitgezet. Inge typt drie keer iets en wist het steeds weer. Ik baal ervan. Ik wil dit niet meer. Sorry, ik haak even af. Uiteindelijk stuurt ze niets.

Wil je meer van deze verhalen lezen? Je vindt ze in mijn boek, hier vind je meer informatie over mijn boek.

Wil je mij nog beter leren kennen? In het Keto & Support Pluspakket krijg je elke dag steun bij verleiding, vallen en opstaan en leer je weer de baas te worden. Ik kom daar zelf ook elke dag even langs!

Delen
KETO VOOR JE HERSENEN

KETO VOOR JE HERSENEN

Als je gezond koolhydraatarm keto eet, gaat je lijf over op een andere brandstof. In plaats van koolhydraten maakt het dan meer gebruik van ketonen uit vet. Dat kan veel verschil maken, vooral als je insulineresistent bent. In deze serie bekijken we steeds 10 opmerkelijke verschillen.

1. Voor je hersenen hoef je geen koolhydraten te eten

Veel mensen hebben geleerd dat je hersenen koolhydraten nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Dat komt doordat er lang vooral werd gekeken naar koolhydraten als dé brandstof voor het brein. Maar dat is niet het hele verhaal. Want je hersenen kunnen ook zonder koolhydraten. Je hersenen kunnen namelijk ook vetten gebruiken als brandstof, in de vorm van ketonen.

Als je gezond koolhydraatarm keto eet, maakt je lijf ketonen uit vet. En die ketonen kunnen je hersenen van brandstof voorzien. Dat is belangrijk, want veel mensen zijn insulineresistent. Dan wordt het voor het lijf steeds moeilijker om koolhydraten goed te gebruiken als brandstof, doordat cellen steeds vaker koolhydraten gaan weigeren. Je kunt ze wel eten, maar dat betekent nog niet dat je hersenen daar ook optimaal op draaien. Bij ketonen (uit vet) speelt dat probleem niet, ketonen hebben altijd vrij toegang. Daardoor zijn ketonen een betere brandstof voor je hersenen.

En dan is er nog een deel van je hersenen dat wél koolhydraten nodig heeft. Maar die hoef je niet te eten, want die kan je lichaam zelf maken. Dat doet je lijf door eiwitten om te zetten in koolhydraten. Gluconeogenese heet dat proces. Je lijf zorgt er zo voor dat je áltijd kunt blijven denken, ook als er geen eten voorhanden is. Want eiwitten en vetten heb je altijd bij je.

2. Ketonen kunnen je hersenen beter bereiken dan koolhydraten

Je hersenen kunnen dus zowel koolhydraten als vetten (in de vorm van ketonen) gebruiken als brandstof. En even los van de vraag welke van die twee beter is, moeten we kijken naar: hoe bereikt die brandstof je hersenen.

Koolhydraten en ketonen hebben elk een eigen route om in het hoofd te komen. De snelweg waar koolhydraten gebruik van maken is vaak rommelig en vol brokstukken, zeker bij mensen die insulineresistent zijn. Bij hen is die weg soms nauwelijks meer begaanbaar.

Ketonen hebben een eigen weg. Of eigenlijk meer een snelweg. Hier geen opstoppingen, maar een snelle doorgaande route. Daardoor kunnen ketonen je hersenen vaak beter bereiken en daar brandstof leveren.

3. Ketonen geven je hersenen stabielere energie

Je hersenen hebben de hele dag door brandstof nodig. Alles wat je denkt, voelt of onthoudt kost energie. Daarom merk je het ook snel als die energie schommelt. Denken, voelen en onthouden gaan dan lastiger.

Als je vooral koolhydraten als brandstof gebruikt, kan die energie vrij snel op en neer gaan. Je lichaam heeft namelijk maar een beperkte voorraad koolhydraten bij zich. Die moet steeds opnieuw worden aangevuld door te eten.

Met vet werkt dat anders. Van vet heeft je lichaam bijna altijd een grote voorraad bij zich. Als je gezond koolhydraatarm keto eet, kan je lijf uit die vetvoorraad ketonen maken. Daardoor krijgen je hersenen een veel gelijkmatigere stroom brandstof.

Veel mensen merken dat ook. Hun hoofd voelt rustiger, ze kunnen zich langer concentreren en hebben minder last van energie-dipjes.

4. Ketonen zijn een schonere brandstof voor je hersenen

Als je iets verbrandt, ontstaat er altijd een beetje ‘rook’ of gewoon: rommel. In je lichaam heet dat oxidatieve stress: kleine reactieve deeltjes die cellen kunnen beschadigen. Je kunt het een beetje vergelijken met roest in een machine. Hoe meer roest er ontstaat, hoe moeilijker alles gaat lopen.

Ketonen verbranden schoner dan koolhydraten. Ze leveren energie met minder ‘rommel’. En dat is belangrijk voor je hersenen. Je brein is namelijk een van de meest energie-hongerige organen van je lichaam. Het verbruikt een enorme hoeveelheid brandstof. Als die brandstof schoner verbrandt, betekent dat ook minder belasting voor je hersencellen.

Je kunt het een beetje vergelijken met een motor. Als je schone brandstof gebruikt, blijft het systeem zelf ook schoner en rustiger draaien. En dat helpt je hersenen om goed te blijven functioneren.

5. Ketonen helpen ontstekingen in je hersenen te verminderen

Je hersenen zijn gevoelig voor ontstekingen. Als er te veel ontstekingsactiviteit is, kan dat invloed hebben op hoe goed je brein functioneert. Veel mensen merken dat bijvoorbeeld als een vol hoofd, sneller overprikkeld zijn of moeite met concentratie.

Ketonen lijken op meerdere manieren ontstekingsprocessen te helpen remmen. Dat is een van de redenen waarom onderzoekers zo geïnteresseerd zijn in keto voor het brein. Minder ontsteking betekent namelijk vaak ook dat hersencellen rustiger kunnen werken.

Je kunt het een beetje vergelijken met een stad waar overal kleine brandjes zijn. Als die brandjes worden geblust, komt er weer rust in het systeem. Wegen worden weer begaanbaar, signalen komen weer beter door en de stad kan weer functioneren zoals bedoeld.

6. Met keto trekt de mist in je hoofd op (geen brain fog meer)

Mensen beschrijven vaak dat hun hoofd helderder wordt als ze gezond koolhydraatarm keto gaan eten. Alsof er een soort mist optrekt.

Dat is niet zo vreemd. Je hersenen krijgen stabielere energie, er ontstaat minder “roest” in je cellen en er komt vaak meer rust in het systeem. Daardoor kunnen hersencellen weer beter samenwerken en signalen doorgeven.

Veel mensen merken dat ze zich beter kunnen concentreren, helderder denken en minder snel mentaal moe worden. Niet omdat keto een wondermiddel is, maar omdat hun brein weer beter van brandstof wordt voorzien.

7. Ketonen brengen meer rust in je brein

Je hersenen communiceren via boodschapperstoffen die signalen doorgeven tussen zenuwcellen. Die stoffen noemen we neurotransmitters. Sommige zorgen voor actie en prikkels, andere zorgen juist voor rust en balans.

Ketonen lijken die balans te helpen herstellen. Ze verhogen onder andere GABA, een neurotransmitter die rust brengt in het brein, en ze remmen glutamaat, dat juist prikkelend werkt.

Hierdoor merken veel mensen dat hun hoofd rustiger wordt als ze keto eten. Minder ruis, minder overprikkeling, meer overzicht. Je kunt het zien als een stad waarin het verkeer beter geregeld wordt. Minder getoeter, minder chaos, en meer ruimte om rustig van A naar B te gaan.

8. Keto kan ook bij neurologische klachten verschil maken

Bij veel neurologische aandoeningen speelt de energievoorziening van hersencellen een belangrijke rol. Hersencellen hebben enorm veel energie nodig om goed te functioneren. Als die energievoorziening hapert, kan dat invloed hebben op hoe het brein werkt.

Ketonen kunnen hier een verschil maken. Ze geven hersencellen een andere bron van energie en veroorzaken minder “roest” in het systeem. Dat is een van de redenen waarom keto al bijna een eeuw wordt gebruikt bij epilepsie en waarom er ook bij andere neurologische klachten steeds meer naar gekeken wordt, met hoopvolle resultaten.

Ook wij zien in de praktijk regelmatig dat mensen met neurologische klachten verbetering ervaren wanneer ze overstappen op keto.

9. Ketonen helpen je hersenen herstellen en nieuwe verbindingen maken

Je hersenen zijn geen statisch orgaan. Ze kunnen zich aanpassen, herstellen en nieuwe verbindingen maken. Dat vermogen noemen we hersenplasticiteit.

Ketonen lijken dit proces te ondersteunen. Ze stimuleren onder andere stoffen zoals BDNF (Brain-Derived Neurotrophic Factor), die helpen bij het herstellen en versterken van verbindingen tussen hersencellen.

Dat is een van de redenen waarom onderzoekers zo geïnteresseerd zijn in keto voor het brein. Het gaat niet alleen om brandstof, maar ook om hoe goed hersenen zich kunnen aanpassen, herstellen en nieuwe verbindingen kunnen vormen.

10. Met keto kunnen je hersenen ’s nachts beter herstellen

Je hersenen hebben niet alleen overdag energie nodig. Juist tijdens je slaap gebeuren er belangrijke dingen. Je brein ruimt afvalstoffen op, verwerkt herinneringen en herstelt zichzelf.

Veel mensen merken dat hun slaap verandert wanneer ze gezond koolhydraatarm keto gaan eten. Ze vallen makkelijker in slaap, slapen dieper en worden uitgeruster wakker. Dat is niet zo vreemd. Als je energie stabieler wordt en je brein rustiger wordt, kan je lichaam ook makkelijker in een diepere slaap komen. En juist die diepe slaap is ontzettend belangrijk voor je hersengezondheid.

Je kunt het een beetje vergelijken met onderhoud in een stad. Overdag is er verkeer en activiteit. ’s Nachts worden de wegen schoongemaakt, reparaties uitgevoerd en alles weer klaargezet voor de volgende dag. Goede slaap is voor je brein precies zo’n onderhoudsronde.

Bronnen en verder lezen

Klik hier om de bronnenlijst uit te klappen

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek naar ketonen, hersenmetabolisme en neurologische aandoeningen. Hieronder een selectie van literatuur voor wie verder wil lezen.

Bronnen per punt

1. Voor je hersenen hoef je geen koolhydraten te eten

2. Ketonen kunnen je hersenen beter bereiken dan koolhydraten

3. Ketonen geven je hersenen stabielere energie

4. Ketonen zijn een schonere brandstof voor je hersenen

5. Ketonen helpen ontstekingen in je hersenen te verminderen

6. Met keto trekt de mist in je hoofd op

7. Ketonen brengen meer rust in je brein

8. Keto kan ook bij neurologische klachten verschil maken

9. Ketonen helpen je hersenen herstellen en nieuwe verbindingen maken

10. Met keto kunnen je hersenen ’s nachts beter herstellen

Overzichtsartikelen die meerdere punten tegelijk ondersteunen

Die reviews vatten veel samen over hersenenergie, oxidatieve stress, ontsteking, GABA/glutamaat en neurologische toepassingen.

Zelf starten met gezond koolhydraatarm keto?

Na deze tien redenen om keto te overwegen voor je hersenen, wil je misschien zelf ervaren wat het voor je kan doen. TheNewFood helpt we al meer dan 20 jaar mensen om te starten met gezond koolhydraatarm keto. Zonder ingewikkelde regels, maar met uitleg, recepten en begeleiding die werkt in het echte leven. Bekijk hier de mogelijkheden om te starten. Of lees eerst ervaringen van anderen.

Delen
BLOG 34: Mijn eigen wijze lijf

BLOG 34: Mijn eigen wijze lijf

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Het is half november. De dagen worden kouder. Ik maak me klaar voor een strandwandeling. Mijn winterjas heb ik net uit de kast gehaald. Het is weer tijd ervoor. Zonder nadenken trek ik hem aan. Rits omhoog. Klaar.

Alleen… hij gaat niet dicht.

Niet “een beetje strak”. Niet “even wennen”. Gewoon: NEE.

Ik ben dus flink aangekomen.

In één seconde schiet er van alles door me heen. Verbijstering. Ongeloof. Irritatie. En eerlijk gezegd ook: hoe dan? Want ik doe, tussen aanhalingstekens, alles goed.

Ik eet keto. Puur. Echt. Altijd. Geen gesjoemel. Geen ‘ach vandaag even’. En toch sta ik daar met een jas die me ineens niet meer accepteert.

Ik wist natuurlijk wel dat ik in een zeer stressvolle periode zat. Te veel, te lang. Ik voelde ook dat mijn lijf al maanden in een soort verkramping zat. Maar ik dacht óók: ja oké, stress. Maar ik ken dit spelletje. Dan gaan we gewoon even een tandje strenger.

Dus dat deed ik. Omad. Vasten. Strakker keto. Zoals ik vaker deed. Dat werkte altijd. Ik had ergens nog het naïeve idee dat mijn lijf dan zou zeggen: ah, natuurlijk, dankjewel. Nu laat ik meteen 8 kilo los. Excuses voor het ongemak.

Maar zo ging het niet.

Keto werkte helemaal niet meer zoals eerst. Op geen enkele manier. Het werd eerder erger.

En dat is het moment waarop het echt raar wordt. Want dit is precies het punt waarop mensen mij normaal gesproken vragen: “Matty, wat doe ik fout?” Veel mensen zien mij, laten we eerlijk zijn, een beetje als de koningin van het afvallen.

Dus toen ik daar zo in de gang stond, met een jas die niet meer dicht kon, viel het kwartje. Ergens tussen die jas en die stilte van mijn lijf.

Ik kan de koningin zijn, maar mijn lijf zegt doodleuk: leuk gespeeld Matty. En dan legt het zijn troef op tafel. Het speelt de aas. De kaart die alles wint, die boven alles staat. De kaart van paraatheid. De kaart van mijn lijf.

Dat is precies het stuk dat we vaak vergeten, ook in de keto-wereld.

We hebben inmiddels wel door dat calorieën tellen niet werkt, omdat je geen calorie-in-calorie-uit-machine bent. Maar stiekem behandelen we keto soms ook zo. Alsof je de juiste brandstof erin giet en het lichaam dan automatisch doet wat jij wilt.

Maar je lijf is geen machine.

Je lijf is een levend systeem. Een ingenieus systeem. En het heeft prioriteiten.

Prioriteit één is overleven. Dat staat boven alles. En om te overleven moet het veilig zijn. Als je lijf veiligheid ervaart, komt er ruimte. Dan kan het loslaten. Dan werkt keto vaak bijna moeiteloos. Dan wordt rust weer de basis.

Maar als je lijf langdurig stress waarneemt, spanning, zorgen, verlies, overbelasting, dan schuift er iets anders naar voren. Dan komt die aas op tafel.

Dan kiest je systeem voor paraatheid. Paraat om te vluchten of te vechten. Alertheid. Hoogspanning. Tot op het bot gewapend om de strijd aan te kunnen. En daar zijn reserves voor nodig. Veel reserves. Liefst nog meer. Zodat het snel kan rennen als het nodig is.

Als je lichaam de paraatheidskaart speelt, dan kun jij dus “alles goed doen” met eten, en tóch zien dat je lijf niet mee beweegt. Niet omdat je faalt. Niet omdat keto stuk is. Maar omdat je lijf ondertussen met iets heel anders bezig is. Niet “project op gewicht blijven”, maar “project jou beschermen”.

En dan is “nog strenger” vaak niet de oplossing. Strenger eten, langer vasten, harder trekken, dat voelt logisch als je denkt in machines. Maar een lijf dat al op scherp staat, hoort bij extra druk vooral één boodschap: het is blijkbaar nog niet veilig. We moeten een tandje bijzetten.

Dus het houdt vast. Nog meer. Tot je jas niet meer dicht gaat.

Je lijf is niet eigenwijs.

Je lijf is wijs. Van zichzelf. Het is eigen wijs. Wijzer dan jij.

Alleen dát begrijpen kan al lucht geven. Niet omdat alles daarmee opgelost is, maar omdat je stopt met ruzie maken met een systeem dat ongelooflijk slim is en heel veel respect verdient.

En ja, het is soms bloedirritant. Maar het is óók indrukwekkend. Vind ik.

Inmiddels heb ik een nieuwe jas, twee maten groter. Ik heb daar vrede mee. Hoe naar ook. Omdat ik het snap: er is nu geen quick fix.

Het enige wat nu helpt, is niet nóg strenger worden, maar juist zachter. Mijn lijf laten voelen dat het veilig is. Niet met grote gebaren, maar met kleine signalen. Uit de overleefstand komen. Loslaten. Vertragen waar het kan. Grenzen bewaken. Rouw en stress niet wegduwen, maar erkennen. 

En vooral dit: mijn lijf niet meer behandelen als een tegenstander, maar als een bondgenoot die al die tijd maar één ding probeert te doen.

Mij overeind houden. Niet eigenwijs. Maar eigen wijs.

PS: Zacht zijn betekent natuurlijk niet dat ik ben gestopt met keto, voor mij is niet-keto eten geen optie. Ook niet voor één keer.

Delen
BLOG 33: Toen Toos opstond

BLOG 33: Toen Toos opstond

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Vanmorgen opende ik de inbox van onze Facebookpagina. Het eerste bericht dat ik zag, was van iemand met diabetes type 2. Ze heeft de Startgids gekocht, ze wil beginnen, ze wil het serieus doen. En ze wil het veilig aanpakken, want ze gebruikt medicatie en ze snapt dat je je medicatie niet hetzelfde kunt laten als je je koolhydraten drastisch gaat verlagen. Dus ze ging naar haar behandelaar om samen een medicatie-afbouwplan te maken.

Maar de internist reageerde heel narrig en nu vraagt ze ons om raad. Gelukkig kunnen we haar helpen. Maar ik las dat en ik dacht: ja. Dit is het. Dit is precies waarom ik soms zo boos word. Niet omdat iemand vragen stelt, maar omdat iemand die zélf verantwoordelijkheid neemt, zo vaak wordt teruggeduwd naar hetzelfde oude pad, door de behandelaar in de ‘gezondheidszorg’ nota bene.

En ineens zag ik weer die andere dag voor me. Een dag die voor mij symbool is geworden voor hoe het gaat in de gezondheidszorgwereld.

27 november 2018

In 2018 kreeg ik de vraag of ik een paar mensen kon ‘aanleveren’, die hun diabetes type 2 hadden omgekeerd met mijn keto-aanpak. Het thema van de dag was: de diabetespatiënt op de rode loper. Dus ik zette een oproep uit in onze community. Drie mensen zeiden ja. Drie helden. Toos, Charlotte en Andries. Ze kwamen en ze zaten er die dag. Op het podium, voor een zaal vol artsen, diabetesverpleegkundigen, POH’s en diëtisten.

Ik zat ook in de zaal, op de eerste rij, en wat was ik trots op deze helden. Op hun moed, hun lef, op dat ze dit aandurfden. En ik was ook gespannen, omdat ik wist: dit is kwetsbaar. Hoe wordt hun verhaal ontvangen? Er werd van alles besproken.

Mensen in de zaal konden vragen stellen over een diabetische voet, over aanpak, over voorkomen. Over medicatie, over protocollen. Over complicaties. Alles ging over behandeling. Over wat je doet als het misgaat. Over hoe je schade beperkt. Over hoe je de boel “managet”.

En ik zat daar maar. Met drie mensen op het podium die niet waren gekomen om te vertellen hoe slecht het gaat, maar om te laten zien dat het ook anders kan. Ik wachtte op dat ene moment waarop iemand zou zeggen: wacht even, deze mensen zitten hier niet voor de sier. Vertel eens. Hoe heb je dit gedaan? Maar het moment kwam niet. Dit was een zaal die speciaal over diabetes ging, ik was uitgenodigd. En tóch ging het bijna niet over voeding.

Anders eten als medicijn

Hoe langer het duurde, hoe tenenkrommender ik het vond. Ik voelde mezelf letterlijk bozer worden, minuut na minuut. En machtelozer. Want het herstelverhaal zat daar op dat podium. Maar Toos, Charlotte en Andries kregen bijna geen ruimte om te vertellen wat er met hen was gebeurd.

Er werd ze gevraagd hoelang ze al diabetes hadden. En welke medicatie ze gebruikten. Ze gaven alle drie aan dat ze vrijwel geen medicatie meer nodig hadden. En daar zat ik. Klaar voor de vervolgvraag die er móést komen. Hoe dan? Wat hebben jullie veranderd? Wat eten jullie? Wat was het omslagpunt? Wat gebeurde er met jullie waarden? Wat gebeurde er met jullie lijf?

Maar de vervolgvraag bleef uit. Het was alsof iemand even een deur op een kier zette naar een ander verhaal, en hem toen snel weer dichtduwde. Je voelde aan alles dat de twee artsen die het gesprek leidden geen zin hadden in dat spoor. Alsof “keto” niet iets was om nieuwsgierig naar te zijn, maar iets dat je vooral klein houdt zodat het geen aandacht krijgt. Geen vragen, geen verdieping, geen ruimte. Wel zekerheid. Wel medicatie.

Toen Toos opstond

En toen, precies op het moment dat ik met tranen in mijn ogen zat en dacht: dit gaat vandaag niet gebeuren, stond Toos op. Toos voelde haarfijn dat dit verkeerd ging. En ze pikte het niet meer. Ze trok de microfoon naar zich toe en zei iets in de geest van: nu wil ik eens even wat zeggen en nu gaan jullie eens even naar mij luisteren.

En toen deed ze haar verhaal. Helder. Moedig. Zonder toestemming te vragen. Ze vertelde hoe ziek ze was geweest. Hoe ze met keto begon. Hoe haar waarden stabiel werden. Hoe medicatie verdween. Hoe klachten die jarenlang normaal waren geweest, veranderden. Ze zette zichzelf niet neer als een wonder. Ze zette zichzelf neer als bewijs dat het anders kan.

Ik ben haar nog steeds dankbaar. Omdat zij daar deed wat eigenlijk de hele dag had moeten gebeuren: ruimte maken voor het herstelverhaal. Niet voor symptoombestrijding. Niet voor een eindeloze herhaling van zetten.

En nu komt het punt.

Weerstand

Sinds die dag is er wel iets veranderd, maar als ik eerlijk ben: het gaat nog steeds schrikbarend langzaam. En dat is geen toeval. Dit is hoe systemen zichzelf beschermen. De diabeteszorg is historisch gebouwd op behandelen. Op protocollen, medicatieschema’s en “controle”. Op het zorgvuldig beheren van een probleem, niet op het terugdraaien ervan.

Afbouwen vraagt lef, tijd, monitoring, en vooral: het erkennen dat het anders kan dan wat jarenlang de norm was. Medicatie is het gereedschap waar mensen op zijn opgeleid, waar protocollen voor bestaan, waar het team op draait.

Voeding is vaak een bijlage. En keto al helemaal, want dat vraagt dat iemand zich echt verdiept, durft te monitoren, durft af te bouwen, en verantwoordelijkheid durft te nemen voor iets dat buiten het standaardpad ligt.

Daar komt bij dat veel artsen tijdens hun opleiding nauwelijks onderwijs krijgen over voeding. Als je dat weet, snap je ineens veel. Niet als excuus, maar als verklaring. Hoe kun je iets vol vertrouwen begeleiden als je er nauwelijks scholing over hebt gehad? Dus houden ze liever vast aan wat ze kennen. Net als die twee artsen op het podium op die Diabetes D-Day.

Zélf kiezen

We moeten nog steeds zélf het initiatief nemen. Voor onszelf gaan staan. Eigen verantwoordelijkheid nemen. We kunnen niet wachten tot onze arts ons vertelt dat je diabetes type 2 kunt omkeren of je bloeddruk kunt verlagen door anders te gaan eten.

En dan is er nog iets wat mensen vaak niet hardop durven zeggen, maar wat wel meespeelt in de werkelijkheid. Er zijn in Nederland rapporten die beschrijven dat de farmaceutische industrie een belangrijke aanbieder is van medische nascholing en ook vaak sponsor is. Dat betekent niet dat elke arts “gekocht” is. Dat is te simpel.

Maar het betekent wél dat het ecosysteem waarin professionals leren en bijblijven, van nature veel vaker draait om middelen dan om demedicalisatie. En dan gebeurt dit: het herstelverhaal wordt klein gehouden. Het wordt “interessant, maar…” Het krijgt geen tijd. Het past niet lekker in het protocol. Het levert gedoe op in een team. En dus komt er weerstand.

Liever behandelen

Dat is precies wat ik op Diabetes D-Day zag. En dat is precies wat ik vanmorgen weer zag in onze inbox. En daarom schrijf ik dit. Omdat ik wil dat iedereen snapt: als jij keto gaat eten omdat je jezelf weer gezond wil eten, en je behandelaar wil niet meewerken, dan is dat niet omdat jij niet goed bezig bent. Het is niet omdat jouw wens om minder medicatie onrealistisch is.

Het is omdat je tegen een systeem aanloopt dat heel langzaam beweegt, en dat zich nog steeds vaak veiliger voelt bij behandelen dan bij afbouwen. Toos stond die dag op en zei: nu gaan jullie luisteren. Ik hoop dat jij dat, op jouw manier, ook durft. Met het diepe besef: ik wil niet alleen mijn ziekte managen. Ik wil beter worden. Ondanks een medisch systeem dat vaak vooral wil behandelen.

Dit blog gaat niet over diabetes type 2 alleen. Dit gaat over de reflex van onze gezondheidszorg. Als iets niet goed gaat, gaan we behandelen. Als het erger wordt, behandelen we harder. En ondertussen blijft de oorzaak vaak buiten beeld. Of het nou gaat om hoge bloeddruk, reuma, depressie of hart en vaatproblemen, het patroon is hetzelfde: medicatie is vanzelfsprekend, leefstijl is een bijlage.

Benieuwd naar Toos? Hier lees je haar verhaal.

Delen
BLOG 32 Van echt eten naar nep eten.

BLOG 32 Van echt eten naar nep eten.

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Ik zie hem nog zo binnenkomen, de melkboer.

Het is begin jaren zeventig. Ik ben een jaar of tien. In het gangetje klinkt het gerinkel van glas en even later staat er een man in witte jas in de keuken, met een houten krat vol flessen. Melk, yoghurt en soms vla. Dikke glazen flessen met zo’n dun aluminium dopje dat je naar binnen moet drukken voordat je het eraf kunt trekken. De flessen verdwijnen de koelkast in, met bovenop de roomlaag.

Op een dag heeft hij iets nieuws bij zich. Hij tilt een fles op en zegt dat het vanillevla is. We mogen proeven. Het is zacht en zoet en ik weet nog dat we het heerlijk vonden. In mijn herinnering aten wij toen nog gewoon en “echt”: melk van de melkboer, eten uit de pan. Later ben ik gaan vermoeden dat dit misschien een van de eerste magere varianten was, maar op dat moment dacht ik daar geen seconde over na. Het was gewoon lekker.

Ik blijk daarin niet alleen. Zodra ik hierover vertel, komen bij anderen ook meteen herinneringen boven. Magere chocoladevla, magere yoghurt, halvarine op tafel. Dat kinderlijke gevoel van verbazing: hoe kan dit nou mager zijn, wat hebben ze ermee gedaan? We voelden toen al ergens dat er iets geks gebeurde met ons eten, alleen hadden we er nog geen woorden voor.

Mager

Jaren later kwam ik een krantenadvertentie tegen uit 1974. Zo’n vergeeld stuk krant met prijzen in guldens. Bovenaan stond “zuivel voordeel”. Daaronder volle dagmelk. En dan, heel vanzelfsprekend: “magere van. of choc. vla”. “Mona magere fruityoghurt”. Onderaan groot: “Remia halvarine”. Allemaal op één pagina.

Ik schrok ervan. In mijn hoofd aten wij in die tijd nog vooral “puur en gewoon”. Een aardappel, groente, een gehaktbal. Vla in een fles. Die advertentie liet zien dat er ondertussen allang een andere stroming op gang was gekomen. Terwijl wij dachten dat we nog in de wereld van melk en vla leefden, waren magere toetjes, fruityoghurts en halvarine al helemaal geland.

Dat is waarom ik nu zo moet glimlachen als ik overal mensen hoor praten over bewerkt eten alsof het een nieuwe ontdekking is. Ultra processed food, UPF: het klinkt modern. Maar als je een stukje terugspoelt, zie je dat het verhaal al veel eerder begonnen is.

Eten met een jas aan

Mijn oma bewerkte eten ook, maar op een heel andere manier. Zij kookte aardappels, stoofde vlees, rookte spek, hing worsten te drogen op zolder. Ze maakte zuurkool van kool en zout. In de zomer maakte ze jam van fruit en suiker om de oogst te bewaren. Als je bij haar in de keuken stond, rook je bouillon, stoofvlees, ingemaakte groenten. Ja, dat is ook “bewerkt”, maar je herkende altijd wat het ooit geweest was. Vlees bleef vlees, kool bleef kool, melk werd yoghurt of kaas.

Je zou kunnen zeggen: dat was eten met een jas aan. Zout, rook, tijd, warmte. De jas veranderde de smaak en zorgde dat het eten langer houdbaar werd, soms zelfs voedzamer. Maar onder die jas zat nog steeds het hele product.

In de loop van de twintigste eeuw komt daar iets anders bij. Fabrieken beginnen eten uit elkaar te halen in losse onderdelen. Uit graan wordt witte bloem gemaakt. Suiker wordt geraffineerd. Olie wordt uit zaden geperst en bewerkt tot margarine. Zetmeel, suiker, olie en eiwitten worden vervolgens weer gecombineerd tot nieuwe producten: koekjes, ontbijtgranen, pakjes saus, instantsoep. Handig, snel en lang houdbaar.

Verdacht

En dan, in de jaren zestig en zeventig, komt de grote draai. Vet en verzadigd vet worden verdacht gemaakt. Officiële richtlijnen en campagnes waarschuwen voor boter en volle melk. Het woord “mager” krijgt een glanzende rand. Mager is modern. Verstandig. Goed voor je hart, zo wordt gezegd. In 1977 komen in Amerika de eerste “Dietary Goals” waarin minder vet centraal staat. Die gedachte waait ook naar Europa.

Voor fabrikanten is dat een uitnodiging. Want als vet uit producten moet, moet er iets terug. Vet geeft smaak, romigheid en verzadiging. Haal je dat weg, dan blijft er een magere, zure massa over. Geen product waar je vrolijk een tweede bakje van pakt.

Dus gaat er suiker bij. Glucosestroop. Zetmeel en verdikkingsmiddelen om het toch romig te laten lijken. Aroma’s voor de smaak, kleurtjes voor het oog. De verpakking roept “mager” en “0% vet”. De reclames tonen slanke vrouwen en blije gezinnen. En wij zijn opgelucht dat we “gezond bezig” zijn. Ondertussen krijgen we vooral veel snelle koolhydraten en gepruts binnen.

Bewerkt voedsel

Als je het zo bekijkt, lopen er vanaf dat moment twee heel verschillende soorten “bewerkt” door elkaar. Aan de ene kant eten dat gewoon een jas aangetrokken heeft: spek van varkensvlees en zout, kaas van melk en tijd, zuurkool van kool en zout. Dingen waar mensen al eeuwen goed op gedijen.

Aan de andere kant eten dat als legoblokjes in de fabriek is opgebouwd. Een beetje melkpoeder, suiker, zetmeel, plantaardige olie, verdikkingsmiddel, aroma, kleurstof, conserveermiddel. Net zolang schuiven tot het zoet genoeg is, luchtig genoeg, lang genoeg houdbaar. En dan op de voorkant grote woorden over “mager” of “met extra vezels”.

Allebei vallen onder de noemer “bewerkt”, maar ze zijn niet hetzelfde. De spek van de boer, met alleen varkensvlees en zout, staat ineens in hetzelfde hokje als worst waar suiker, glucosestroop en fosfaten in zitten. Kaas komt naast koek terecht, want allebei zijn “behandeld”.

Gezond eten?

Daarbovenop komt de verwarring dat “onbewerkt” automatisch gezond zou zijn. Een glas versgeperst sinaasappelsap ziet er natuurlijk uit, maar voor je bloedsuiker is het vooral een snelle suikerbom. Een bak dadels is een natuurproduct, maar je lijf reageert er niet heel anders op dan op snoep. Alleen zeggen dat we “onbewerkt” moeten eten, doet dus geen recht aan wat er in je lichaam gebeurt.

De term ultra processed food die nu overal opduikt, is eigenlijk een naam voor dat tweede soort eten: de fabrieksproducten die grotendeels uit losse ingrediënten en hulpstoffen bestaan. In die zin ben ik het er helemaal mee eens dat we daar minder van nodig hebben. Maar het helpt om te zien hoe lang we al in dat verhaal zitten. Voor veel mensen van mijn generatie begon het gewoon met een fles vanillevla van de melkboer en een bakje halvarine op tafel.

Puur gezond keto

Daarom hebben we het bij TheNewFood ook nooit alleen over minder koolhydraten eten. We praten heel bewust over gezond koolhydraatarm/keto eten. Het gaat niet alleen om je bloedsuiker tot rust brengen, maar óók om weer zo puur en echt mogelijk eten. Voeding zoals de natuur het bedoeld heeft. Ik zie elke dag wat er gebeurt als mensen teruggaan naar eten dat je herkent: vlees, vis, eieren, groenten, volle zuivel, goede vetten. Soms bewerkt op de ouderwetse manier, zoals spek en kaas. En tegelijk veel minder suiker, meel en zetmeel. Minder pieken, meer rust.

In onderzoeken zie je steeds vaker terug wat ik in de praktijk al jaren zie: dat ultra bewerkt eten ons geen goed doet. Maar waar het gesprek daar vaak blijft hangen bij een nieuw label en een waarschuwing, gaat het mij om wat er écht op je bord ligt en wat er in je lijf verandert. Zodra mensen overstappen op echt, voedzaam eten met weinig koolhydraten, zie ik hoe hun lichaam eindelijk weer bouwstoffen krijgt in plaats van vooral vulling.

Dáár gaat het mij om. Dat is ook de reden dat wij zo hameren op echt eten: niet omdat vroeger alles beter was, maar omdat ik zie hoeveel er verandert zodra je je lijf weer geeft wat het nodig heeft

Een oud verhaal

Misschien heb je geen behoefte aan termen als UPF of NOVA. Misschien is de vraag aan tafel veel eenvoudiger. Als je naar je bord of naar een verpakking kijkt: herken ik nog wat het ooit was? Of zie ik vooral een product met een verhaal, een claim en een lange ingrediëntenlijst?

Bewerkt eten gaat niet alleen over eten van nu. Ja, het is uit de hand gelopen. Maar het begon allemaal al ergens halverwege de vorige eeuw. Dat is precies waarom er nu zoveel mensen insulineresistent zijn, verslaafd aan het verkeerde eten en zich dik, ziek en uitgeput voelen.

Delen
BLOG 14 Marloes bakt keto

BLOG 14 Marloes bakt keto

Welkom bij mijn persoonlijke blog, over keto vasthouden in een niet-keto-wereld! Ik ben het koolhydratenmonster en ik heb eindelijk mijn eigen podium gekregen. Dat werd hoog tijd natuurlijk. Want ik ben goed in mijn werk en dat mag iedereen weten. Ik laat je zien hoe ik mensen verleid en hoe ik ze onderuithaal. Je kunt er wat van leren, al heb ik dat liever niet. Vandaag neem ik je mee naar Marloes.

Marloes is zevenenvijftig en haar huis klinkt anders sinds de kinderen uit huis zijn. Geen dichtslaande deuren meer, geen geroep vanaf de trap, geen rugzakken in de gang. Alleen de kapstok bij de voordeur die ineens veel meer haken over heeft dan ze gewend is. Sinds ze met TheNewFood begon, is ze ruim twintig kilo kwijtgeraakt.

Maar nóg mooier: ze weet nu wat eetrust is. Ze heeft niet steeds die overweldigende trek meer, geen gevecht bij elke reclame voor chocola, geen middagdip meer en ’s avonds op de bank heeft ze genoeg aan een kop thee. Haar brandend maagzuur, waar ze jarenlang mee heeft rondgelopen, is verdwenen. Het nachtelijke hoesten, de opgeblazen buik en de zeurende gewrichten in haar handen en knieën zijn weg. Ik ben nu iemand die zo eet, denkt ze vaak als ze geniet van haar keto-maaltijd. Geen fase, geen dieet. Dit is gewoon hoe ik leef.

Marloes denkt dat ik haar ben vergeten, maar ik ben altijd in de buurt. Zeker in de laatste maanden van het jaar. Mijn geurmaanden. Speculaas, kruidnoten, kerststol. De tijd waarin “gezellig” en “eten” bijna hetzelfde woord zijn. Ik vier geen feestdagen, ik doe aan feestmaanden. Gezellig samen.

Op een donderdagochtend zit Marloes aan de keukentafel met haar koffie. Ze scrolt door Facebook. Overal duiken foto’s op van keto-kruidnoten, gevulde speculaas zonder suiker en amandelkransen. Het ene nog feestelijker dan het ander. Jeetje, wat een kunstwerken, denkt ze. En allemaal ‘mag’ het. Geen suiker, geen meel. Zo kan december dus ook.

“Kijk dan,” fluister ik. “Dit is toch precies waarom keto geweldig is? Je hoeft niets te missen. Je kunt alles bakken wat je vroeger ook bakte, alleen dan slimmer. Jij bent toch geen saaie vrouw die de hele decembermaand doet alsof het maart is?”

Ze glimlacht. Ik wil ook niet dat mens zijn dat alleen maar nee zegt. Zeker niet als de kinderen komen. Ze komen al zo weinig thuis. Het is toch leuk als het dan ruikt zoals vroeger. Ze appt haar oudste: kom jullie zondag langs? Ik zorg voor iets lekkers.

Ik wrijf in mijn handen. Op het haakje naast haar keukenschort hang ik vast mijn eigen schort: een groot rood schort met afbeeldingen van taart, koek en pepernoten. “Voor als we beginnen,” mompel ik tevreden. “Want we gaan beginnen. Dat voel ik aan alles.”

Die zondag pakt Marloes haar schort van het haakje. Het recept ligt al op het aanrecht. “En daar gaan we,” fluister ik, terwijl ik mijn schort omknoop. “De bakkerij is geopend.” Marloes roert met een houten lepel door een kom vol amandelmeel, roomboter, zoetstof en kruiden. Ze maakt kleine bolletjes en legt ze op de bakplaat. Wat heerlijk dit. Precies als vroeger. Alleen nu zonder schuldgevoel. Dit is slim. Dit is een geweldige oplossing. Zo kan ik ook gewoon meedoen.

Ik tik met een lepel tegen de kom. “Geniaal,” zeg ik. “En het is nog gezond ook. Amandelen zijn goed, roomboter is goed, zoetstof is oké. Je bent een verantwoordelijke moeder en een creatieve bakker in één. Dit is helemaal geen zwakte. Dit is power.”

Als de kruidnoten uit de oven komen, vult de keuken zich met die zachte, warme speculaaslucht die ik zo goed ken. De oudste komt binnen, snuift diep en roept: “Mam, heb je tóch kruidnoten?” Ze lacht. “Ja, maar dan mijn versie,” zegt ze trots. “Keto. Proef eens.” Hij pakt er drie tegelijk. Haar man ook. Thuis eet hij meestal mee met wat zij kookt; zolang het maar lekker is, vindt hij het prima. De schaal schuift vanzelf haar kant op. Ze proeft. Het smaakt prima. Dit is echt briljant. Ik mis niks. Waarom heb ik hier niet eerder aan gedacht?

Ik glimlach breed. “Zie je wel,” zeg ik, terwijl ik mijn schort een slag strakker trek. “En niemand kan er iets van zeggen. Dit is allemaal binnen de regels. Dit is niet terugvallen. Dit is gewoon december, maar dan beter.”

Die avond, als iedereen weg is, ruikt het nog steeds naar speculaas. Op het bord liggen nog kruidnoten. Terwijl ze opruimt, pakt ze er steeds eentje. Zonder honger, zonder echt te proeven, tot het bord leeg is. Ach, het is keto. Beter dan vroeger. Ik hoef hier echt geen drama van te maken. Morgen gewoon weer mijn normale eten. Dit is even gezellig, geen probleem.

De volgende ochtend wordt ze wakker met een wat zwaarder hoofd. Niet echt misselijk, niet echt ziek, maar er hangt een waas over de ochtend. Haar vingers zijn stijver dan ze gewend is de laatste tijd. Hm, dat is gek. Dit had ik zo lang niet meer. Misschien gewoon slecht geslapen, denkt ze. Ze schudt haar handen los en gaat door.

In de week daarna bakt ze nog een keer kruidnoten omdat ze zo snel op waren, en ook gevulde speculaas “voor bij de koffie als mijn vriendin komt” en een cake “om mee te nemen naar het werk, dan hebben zij ook iets lekkers”. Elke keer dat de oven opengaat, sta ik er met mijn schort naast. Ik til de bakplaat een beetje op zodat de geur nog beter de keuken instroomt.

“Je doet dit fantastisch,” zeg ik. “En het is allemaal binnen de lijntjes. Dit is zelfzorg. Dit is creativiteit. Dit is een hobby. Als jij dit niet doet, wie dan wel? Jij laat zien dat keto niet zielig is. Je bent een soort super-ketovrouw. Dat verplicht bijna tot bakken.”

Marloes lacht. Superketo, ja hoor. Maar het is wel leuk. En het is echt fijner voor de rest. Dan hebben zij ook het gevoel dat ze niets missen als ze hier zijn. ’s Avonds, als ze samen op de bank zitten, kijkt haar man naar de keuken. De afwas staat te drogen, er ligt nog wat amandelmeel op het aanrecht. “Je bent wel veel aan het bakken de laatste tijd,” zegt hij. “Het is heerlijk hoor, maar je lijkt weer veel met eten bezig.” Ze haalt haar schouders op. “Het is allemaal keto,” zegt ze. “Geen suiker, geen meel. Dit kan best.”

Later die avond, als ze in bed ligt, voelt ze het zuur opkomen. Hè, dat ken ik nog. Dat had ik vroeger altijd. Dat was juist weg sinds ik zo eet. De volgende ochtend worden haar handen opnieuw stijf wakker. Haar knieën voelen alsof er zand in zit. Serieus? Ook dat weer. Dit was toch echt weg. Dit is niet de bedoeling, denkt ze, terwijl ze haar vingers los beweegt.

Die ochtend op haar werk eet ze wat van haar kruidnoten bij de koffie. Ze merkt dat ze daarna al vrij snel weer honger heeft, ook iets wat ze nog herkent van voor ze keto ging eten. Het voelt vertrouwd, maar niet op een fijne manier. Raar is dit. Misschien reageert mijn lijf toch ergens op. Amandel, zoetstof… Zou dat? Dit leek juist een oplossing, misschien is het toch niet zo slim?

Ik leg mijn hand even op haar schouder. “Ach joh,” zeg ik luchtig. “Je hebt gewoon een drukke periode. Dingen in je lijf kunnen ook veranderen. Bovendien, je eet nog steeds geen suiker. Je lijf zou je dankbaar moeten zijn. Dit is vast gewoon moeheid. Maak je niet druk.”

Op een zaterdagochtend, halverwege december, stapt ze weer eens op de weegschaal. Haar “winstschaal”, zoals ze hem is gaan noemen. Maandenlang ging de wijzer rustig naar beneden. Soms heel traag, soms wat sneller, maar altijd dezelfde kant op. Nu niet. Er staat bijna drie kilo meer dan een maand geleden.

Ze slikt. Dat kan toch niet. Ik eet alleen maar keto. Hoe dan? Het zal wel vocht zijn. Hormonen. December. Stress?

Ik leun nonchalant tegen de badkamermuur, mijn schort zit onder de speculaaskruimels. “Zie je,” zeg ik, “dit is precies waarom mensen december overslaan in hun hoofd. Deze maand telt gewoon niet. Het is mooi geweest, je hebt het lang goed gedaan. Gun jezelf even ademruimte. Daarna pak je het weer op. Januari is daar perfect voor. Heel de wereld begint dan opnieuw. Jij ook. Tot die tijd hoeft het niet zo precies.”

Misschien is dat zo, denkt ze. Het is toch al niet strak meer. Dan hoef ik nu niet elke hap te wegen. In januari ga ik gewoon weer helemaal naar twee maaltijden en alleen uit de boekjes. Tot die tijd is het geen probleem, die baksels.

Ik glimlach. “Ja, precies,” fluister ik. “Dat geeft rust. Nu even niet te veel gedoe. Straks weer een nieuwe start. Jij houdt van nieuwe beginnen. Dit wordt weer zo’n mooi ‘dit keer echt’-moment. Maar dan moet je nu niet al gaan doen alsof het januari is. Dat haalt de glans eraf.”

Die middag staat ze weer te bakken. “Nog één keer voor de buren” en “een schaal voor op het werk, dan hebben zij ook wat”, zegt ze. Elke keer proeft ze. Even het beslag, even een warm koekje, even een randje van de cake. Het is toch al geen perfecte maand meer. Dan maakt dit ook niet uit. In januari ga ik er echt voor. Dit is tussenstuk, daar moet je niet te moeilijk over doen.

Een paar dagen later komt haar vriendin Ellen langs. Ellen is begin zestig en eet al jaren volgens TheNewFood. Zij was het die begin dit jaar voorstelde om te starten. Ellen straalt die rustige zekerheid uit die Marloes zo bewondert. Het voelt niet te fanatiek, maar vooral stevig. Marloes heeft natuurlijk gebakken. Een grote schaal keto-kruidnoten en gevulde speculaas op tafel. Het ruikt weer heerlijk. Dit is gezellig. Zo hoort december. En bij Ellen durf ik dit tenminste neer te zetten. Zij snapt het.

Ellen neemt een kruidnoot, knikt en lacht. “Heerlijk,” zegt ze. “Je bent echt handig geworden in de keuken.” “Ja,” zegt Marloes, iets te trots. “Ik dacht, zo mis ik niks. En de kinderen ook niet. En het mag allemaal. Het voelt veel beter dan vroeger.” Ellen kijkt naar de schaal. “Weet je wat grappig is?” zegt ze dan rustig. “Dit is precies wat ik mijn eerste jaar ook gedacht heb.” “Ja?” zegt Marloes. Zie je wel, zij doet het ook. Dan is het oké.

“Ja,” zegt Ellen. “Ik heb me toen ook helemaal uitgeleefd op keto speculaas en kruidnoten en taart enzo. Iedere week een ander recept, soms meerdere keren per week. Het was zó leuk. Heel de tijd dat gevoel van: ik mag alles, ik ben slim bezig.” Ze neemt nog een kruidnoot, draait hem even tussen haar vingers voordat ze hem opeet. “En?” vraagt Marloes. Zeg alsjeblieft dat het goed ging. Dat je gewoon stabiel bleef. Dan ben ik gerust.

Ellen zucht zacht. “Ik merkte op een gegeven moment dat ik mijn oude patroon van snoepen in een keto-jasje had gestopt. Weer leven van het ene lekkers naar het andere. Niet meer luisteren naar wat mijn lijf nodig had, maar naar wat er in de oven stond. Ik merkte ook dat mijn lijf weer steeds meer ging aanvoelen zoals eerst. Meer honger, zwaardere buik, minder energiek, klachten kwamen terug. En dat terwijl ik keto at.”

“Wat heb je gedaan toen?” vraagt Marloes.

“Ik heb alle bakspullen weer in de bovenste kast gezet,” zegt Ellen. “Alsof het kerstballen waren. In zei ik tegen mezelf: ik bak alleen nog als het echt feest is. Sinterklaas, Kerst, misschien een grote verjaardag. Maar ik merkte dat ik dan weken van tevoren al bezig was in mijn hoofd. Recepten zoeken, bedenken wat ik zou maken, toch weer die onrust om eten heen. Het bleef een ding. Een half jaar later heb ik alles weggegeven. Geen keto-baksels meer voor mij. Pas toen kwam de echte rust terug. In mijn lijf en in mijn hoofd. Ik wil mijzelf die verleiding niet meer aandoen. Voor mij komt er pas echt rust als bakken geen optie meer is.”

Alle bakspullen de kast in, herhaalt Marloes in zichzelf. Het beeld is zó concreet dat ze het bijna hoort, dat deurtje dat dichtgaat.

Ik schuif ongemakkelijk op mijn stoel. Mijn schort knispert. “Ja hoor,” zeg ik snel. “Maar zij is ook heel streng. En zij is al jaren verder. Jij bent net lekker bezig, moet je dat nu allemaal weer afpakken? Bovendien, iedereen is anders. Jij kunt dit vast wel. En joh, het is december. Je gaat toch niet midden in december ineens weer streng doen?”

Die nacht ligt Marloes wakker. De geuren van de dag hangen nog in het huis. Haar buik voelt niet echt vol, niet echt leeg. Haar hoofd is druk. Als ze haar handen beweegt, voelt ze weer dat strakke, bekende randje in haar vingers. Ik ben niet met keto begonnen voor het bakken, denkt ze. Ik ben juist zo gaan eten voor eetrust. Voor meer energie en helderheid, voor een lichter lijf. Maar nu… ben ik weer de hele tijd met eten bezig. Alleen nu kan ik tegen mezelf zeggen dat het mag. Is dat wat ik wil?

Ik lig aan het voeteneind van het bed onder mijn schort. “Je overdrijft,” fluister ik. “Je hebt nog steeds geen ‘normaal eten’ aangeraakt. Je doet het fantastisch. En nog twee weken, dan is het januari. Dan kun je zo’n prachtig nieuw-begin-moment maken. Je weet hoe je daarop gaat. Alles netjes, startgids, knop om. Maak dit nu niet kapot met rare ideeën.”

Maar waarom wachten? flitst het door haar heen. Waarom moet het eerst helemaal misgaan voordat ik weer mag kiezen voor mezelf? Waarom mag ik niet gewoon nu beslissen dat het genoeg is?

Daar heb ik een hekel aan, dat soort gedachten.

De volgende middag staat ze in de keuken en kijkt om zich heen. Het aanrecht staat vol met mixkommen, maatlepels, halfopen zakken amandelmeel en potten zoetstof.

Ik strijk mijn schort alvast glad. “Wat wordt het vandaag?” vraag ik opgewekt. “Speculaasbrokken? Kerstcake? We kunnen het hele weekend vullen. Volgend jaar weer strak, dat weet je toch.”

Marloes legt haar handen op het aanrecht en blijft even zo staan. Ik ben moe van dit project. Moe van steeds verzinnen wat ik nu weer ga bakken. Moe van het praten in mijn hoofd over ‘mag wel, mag niet, nog eentje dan, ach waarom niet’. Weer dat moeten eten omdat het er is. Dit voelt als vroeger in een nette vermomming. En die kilo’s, dat zuur en die ochtendpijn in mijn gewrichten, daar wil ik niet naartoe terug.

Haar man komt binnen met boodschappentassen. Hij kijkt naar het aanrecht en dan naar haar gezicht. “Gaat het?” vraagt hij. “Je ziet er moe uit. En je klaagde laatst weer over je maag en over je knieën. Dat had je toch juist niet meer?” Ze knikt. “Ik ben het een beetje zat,” zegt ze. “Al dat bakken. Ik ben weer de hele dag met eten bezig. En ik voel het gewoon in mijn lijf.”

Hij zet de tassen neer en legt kort een hand op haar arm. “Je hoeft het niemand te bewijzen hè,” zegt hij. “Voor mij hoeft dit allemaal niet. Ik vind het lekker, maar ik vond het wel relaxter toen je meer energie had en minder klachten.”

Ze slikt. Hij heeft gelijk. Dit gaat helemaal niet meer over gezellig meedoen.

Ze rukt mijn schort van de haak. Ik verstijf. “Ho, ho,” zeg ik. “Rustig. Dat is mijn werkuitrusting. Daar kunnen we nog heel veel mee deze maand.” Ze kijkt naar het schort, naar de afbeeldingen van koekjes en pepernoten, en zucht. “Je hebt hard gewerkt,” zegt ze zacht. “Maar ik heb je helemaal niet gevraagd om mijn dagen weer rond eten te laten draaien.”

Ze vouwt mijn schort slordig op en legt hem bovenop de zak amandelmeel, naast de andere bakspullen. Dan pakt ze het hele pakket, klimt op een keukentrapje en zet het achterin de bovenste kast, bij de dingen die je maar af en toe nodig hebt. Ik gooi nu nog niets weg. Maar ik haal het wel uit de hoofdrol. Dit mag weer gast worden. Geen dagelijkse show meer.

Ik sta beneden en kijk omhoog naar de kast die dichtgaat. “Je gaat dit toch niet echt doen,” probeer ik. “Je kunt toch ook zeggen: vanaf januari. Dat was ons plan. Je pakt me mijn december af. En je eigen gezelligheid, omdat het mag.”

Ze pakt de waterkoker, zet thee, pakt de ovenspecial uit de la en slaat de bladzijden om. Vandaag gaan we weer echt genieten van keto. De bladzijden zijn gekreukeld van het gebruik. Ik hoef niet pas op een maandag in januari opnieuw te beginnen. Ik mag ook op een gewone dinsdag in december zeggen: tot hier. Ik hoef het niet eerst helemaal te verpesten om weer serieus genomen te worden door mezelf.

’s Avonds komt haar man thuis, nog in zijn jas. “Wat ruikt het hier lekker,” zegt hij bij de deur. “Dit is weer die ovenschotel hè? Dat heb ik gemist.” Ze glimlacht. “Gewoon wat mijn lijf nodig heeft,” zegt ze. Tijdens het eten valt het haar op hoe rustig dit voelt. Een warm, voldaan gevoel. Het voelt bijna kaal. Maar ook… lichter. Als een overwinning.

De dagen erna merkt ze dat de eetonrust langzaam afneemt. De dips worden minder, de drang om iets te pakken neemt af. Ze hoeft niet meer iets zoets toe. Het zuur wordt weer minder, tot het op een avond ineens wegblijft. Wanneer ze ’s ochtends uit bed stapt, voelen haar knieën en handen soepeler dan de week ervoor. Ja. Dit is waarom ik dit doe. Dit is de winst die geen enkel baksel waard is.

De weegschaal stopt met klimmen, blijft eerst staan en schuift dan een klein stukje terug. Maar belangrijker: haar hoofd wordt weer stiller.

Ik zit op het aanrecht met mijn voeten bungelend tegen de keukenkastjes. Zonder schort. “Saai hoor,” mopper ik. “Geen grote terugval, geen dramatisch januari-verhaal, geen eindeloze pogingen om het weer op te pakken. Wie wil er nou een verhaal waarin iemand halverwege december gewoon stopt met schuiven en verdergaat waar ze was gebleven?”

Marloes glimlacht. Ik, denkt ze. Ik wil precies dát verhaal. En ik ben degene die het moet leven.

Ik glij langzaam van het aanrecht en kijk nog één keer naar de bovenste kast. “Dit is niet afgelopen,” zeg ik zacht. “Volgend jaar hang ik mijn schort gewoon weer klaar. Ik ken decembergeuren. Ik ken jou.”

Ze zet haar mok in de vaatwasser, draait zich naar mij om. “Dan ken je me nog niet zo goed als je denkt,” zegt ze. “Ik weet nu hoe het werkt met jou en je bakschortje. Daar trap ik niet zo makkelijk nog een keer in.”

Ik druip af richting de woonkamer, een beetje beteuterd. In de keuken blijft alleen de geur hangen van gewoon eten. Geen spektakel, geen rookwolken. Alleen een vrouw die halverwege december weer voor zichzelf kiest. Voor een lichter leven. Ze is vastberaden. Ik voel het. Misschien gaan we wel nooit meer samen bakken.

Ik gooi de deur met een klap achter me dicht.

Meer van deze verhalen? In mijn boek vind je 57 échte verhalen uit de praktijk. Je kunt me ook beter leren kennen in het Keto & Support Pluspakket. Je krijgt daar elke dag steun bij verleiding, vallen en opstaan en hoe je weer zelf de baas wordt over wat je eet. Ik kom daar zelf ook elke dag even langs!

Delen
Verslaafd aan brood, koekjes en chips?

Verslaafd aan brood, koekjes en chips?

Een leven zonder pasta, brood, chips, koekjes, pizza en andere koolhydraten is voor veel mensen ondenkbaar. En dat terwijl juist die producten de oorzaak zijn van zoveel klachten: schommelende energie, hongergevoel, overgewicht, vermoeidheid en andere gezondheidsproblemen.

Maar velen van ons zijn op een bepaalde manier echt verslaafd geraakt aan koolhydraten. Een verslaving die vaak niet wordt begrepen en enorm wordt onderschat. Dat merk je ook, zodra je start met gezond keto: die koolhydraten blijven vaak nog flink trekken. Misschien herken je dat.

Bestaat er echt een koolhydratenverslaving?

Kun je echt verslaafd raken aan eten dat overal wordt verkocht, dat we als normaal beschouwen en dat zelfs in de Schijf van Vijf zit? Het korte antwoord is: ja. Alleen heet het zelden zo. Want bijna niemand noemt het een verslaving als het om eten gaat. Toch kan je brein op vrijwel dezelfde manier reageren op koolhydraten, als op nicotine of alcohol. En daarbij komt ook nog eens dat je lijf zelf steeds weer ‘schreeuwt’ om koolhydraten.

In feite kun je op drie manieren verslaafd zijn aan koolhydraten. Voor sommige mensen geldt alleen de eerste manier, maar voor veel mensen geldt dat ze op al deze verschillende manieren verslaafd zijn geraakt aan koolhydraten! Laten we eens kijken naar deze verschillende manieren.

1. Een verslaafd lijf door tekort aan energie

Jouw lijf bestaat uit biljoenen cellen. En in al die cellen staan kleine kacheltjes, die de cel energie geven. Om de kacheltjes te laten branden heb je brandstof nodig. Je lijf kan zowel vetten als koolhydraten gebruiken als brandstof. Laten we kijken hoe het koolhydraten kan gebruiken.

Alle koolhydraten die je eet, worden omgezet in suiker. Niet alleen koekjes, ook brood, pasta en chips. Die suiker komt in je bloed en je bloed vervoert het naar alle cellen in je lijf die brandstof nodig hebben voor energie. Die cellen zetten hun deuren open voor suiker. Een geweldig systeem! Maar het systeem kan ook stukgaan. Zo’n stuk systeem noemen we insulineresistentie. En dat kan op den duur veel gezondheidsproblemen veroorzaken.

Meestal gaat het stuk doordat we te vaak en te veel koolhydraten eten. Als het systeem stuk is dan houden veel cellen hun deur dicht. De suiker wordt dan opgeslagen als vet en je lichaam zit zonder voldoende brandstof. Dus zonder energie! Het schreeuwt om nieuwe koolhydraten. Je hebt alsmaar honger in weer brood, pasta, koeken of repen. Je lichaam raakt afhankelijk van steeds weer nieuwe koolhydraten en is dus in feite verslaafd.

Gelukkig kan je hier al binnen een paar dagen tot weken van afkomen, door keto te eten. Je geeft je lijf dan andere brandstof, namelijk vet. Daar zetten alle cellen graag hun deur voor open! Je lijf hoeft dan dus ook niet meer steeds te schreeuwen om koolhydraten, want er is genoeg energie. Zolang je je lijf voldoende vet geeft in plaats van koolhydraten, dan is je lijf niet meer afhankelijk van koolhydraten. Je lijf is dan dus al niet meer verslaafd!

2. Verslaafd aan je beter willen voelen

Alles in ons lijf is gericht op overleven. Om te overleven heb je voldoende voedsel, drinken, warmte, contact en veiligheid nodig. Ons brein beloont ons als we dingen doen die de kans op overleven groter maken. Dat noemen we het beloningssysteem. Een systeem dat jou steeds even een ‘fijn gevoel’ geeft, als je iets doet wat goed is voor je overleving. Als aanmoediging. Je gaat dan automatisch steeds de dingen doen die die beloning geven.

Dit slimme systeem was in de oertijd, toen er nog weinig was, van levensbelang. Het systeem beloont je bijvoorbeeld als je koolhydraten eet, omdat koolhydraten in de oertijd schaars waren, maar heel belangrijk. Belangrijk voor het aanleggen van vetreserves. En hoe meer vetreserves, hoe groter de kans op overleven! Dus steeds als we koolhydraten eten, krijgen we van ons brein een beloning. Je brein zegt: doe dit vaker!

Maar… ook dit beloningssysteem kan stukgaan. Alweer doordat we te vaak en te veel koolhydraten eten. Veel meer dan bedoeld. Dan trapt het beloningssysteem op de rem, het gaat je minder belonen. Het zegt dan eigenlijk: ho ho, zoveel heb je hiervan niet nodig. En jij merkt dat. Je gaat je onrustig voelen of chagrijnig. Het enige wat helpt, is nog meer koolhydraten eten, zodat je toch nog ietsje beloning krijgt en je je iets beter kunt voelen.

Je bent dan dus verslaafd. Je hebt steeds weer en steeds meer van het middel koolhydraten nodig om je beter te voelen. 

Gelukkig kan ook dit systeem herstellen. Als je keto gaat eten, dus vrijwel helemaal stopt met koolhydraten, kalmeert het systeem. Er komt weer rust in je hoofd. Je brein leert opnieuw dat het zich ook goed kan voelen zonder die snelle pieken. Maar daar gaat wel langere tijd overheen. Herstel van deze verslaving vraagt om lange tijd zonder je middel. Meerdere weken achter elkaar. En steeds als jij weer ‘gebruikt’ dan val je weer een stukje terug.

3. Verslaafd aan regulatie door eten

Om te overleven is jezelf veilig houden natuurlijk ook heel belangrijk. Dus dat je lijf direct kan handelen als er gevaar is, zonder dat jij daarover na hoeft te denken. In de oertijd was ook dat onmisbaar. Als je plotseling oog in oog stond met een tijger, dan ging dat systeem meteen ‘aan‘, je regelde in een flits alles wat nodig is om snel te kunnen rennen of te vechten. En na afloop ging dat systeem weer ‘uit‘. Je lichaam kwam tot rust en herstelde.

Dat systeem heet het autonome zenuwstelsel en het heeft dus 2 standen. De aanstand (sympathisch) zorgt dat je alert bent: hartslag omhoog, ademhaling sneller, spierspanning, klaar om te reageren. De uitstand (parasympathisch) zorgt dat je kunt herstellen: hartslag daalt, adem wordt dieper, je spijsvertering start weer. Je eet niet in de aanstand als je in gevaar bent. Je eet alleen in de uitstand.  

In ons moderne leven waar altijd van alles aan de hand is, staat dat systeem voortdurend aan. Ook jeugdtrauma kan ervoor zorgen dat het systeem voortdurend aan blijft staan. Je komt dan in een soort semi-alarmstand te leven. Niet volledig in paniek, maar ook nooit écht ontspannen. Veel mensen leven zo voortdurend in een lichte vorm van paraatheid.

Dat voelt normaal, totdat er iets gebeurt waardoor het systeem net wat heftiger reageert. Die trigger kan voor iedereen anders zijn. En dan kan het lichaam reageren alsof er een tijger voor je neus staat. Dus het systeem gaat vol aan. Maar er is geen tijger. Er is niets zichtbaars om te verslaan of om van te vluchten. Dus moet je zelf het systeem uitzetten. Dat kun je doen met eten. Als je eet, krijgt het systeem het signaal: het is veilig, je kunt uit.

Bij deze derde vorm van verslaving, gebruik je eten, en dan het liefst koolhydraten, om te dempen, om rust te vinden, om even niet te hoeven voelen etc. Ook keto eten kan dit effect hebben, maar veel minder. Want het activeert niet je beloningssysteem en het levert niet de snelle energie die je lichaam kalmeert.

Het draait er bij deze laatste vorm van verslaving uiteindelijk om dat je leert hoe je je systeem structureel (dus niet tijdelijk door te eten), kunt kalmeren. Dat je lijf, je hoofd en je gevoel weer kunnen vertrouwen dat er rust is. Ademhalingsoefeningen kunnen bijvoorbeeld heel helpend zijn.

Uit de koolhydratenverslavingen

Als je wilt loskomen uit een koolhydratenverslaving, werkt het het beste als je echt strikt keto eet. Niet een beetje koolhydraatarm of ‘beperkt’, maar vrijwel helemaal zonder, zoals met keto. Alleen dan kan je lichaam de omschakeling maken van koolhydraten als brandstof naar vetverbranding.
Dat is de enige manier waarop het lijf, het hoofd en je gevoel weer tot rust komen. Ook omdat je dan overstapt op ketonen als brandstof.

Maar let op: zelfs als je strikt keto eet en ‘alles goed doet’, kan stress je systeem nog in de war brengen. Langdurige spanning kan zorgen voor hogere stresshormonen en dus ook voor hogere bloedsuikers. Daardoor kunnen de cravings en je verslavende gedrag, weer terugkomen, ook al eet je perfect. Rust in je systeem is dus net zo belangrijk als rust in je voeding.

Het nieuwe boek Het gevecht tegen Het Koolhydratenmonster kan je veel inzicht geven. De verhalen in het boek laten zien hoe de stem van jouw verslaving je steeds probeert over te halen om toch weer koolhydraten te gaan eten. Het maakt die strijd in je hoofd zichtbaar. En vooral laten de verhalen zien hoe je kunt ontsnappen. Hoe jij uiteindelijk de baas kunt worden over wat je eet.

In het Keto & Support Pluspakket leer je stap voor stap hoe je loskomt uit al deze vormen van een koolhydratenverslaving. Niet door pure wilskracht, maar door inzicht, kennis en door rust te brengen in je systeem. Je ontdekt hoe je je hoofd kalmeert en je gevoel leert volgen in plaats van verdoven. En het belangrijkste, je doet het niet alleen, maar samen met Matty. Elke dag.

Afkicken met vallen en opstaan

Voor de meeste mensen is het niet zo simpel dat ze zomaar even stoppen met koolhydraten. Je lijf kan blijven vragen om koolhydraten, je hoofd kan blijven hunkeren naar het fijne gevoel van beloning wat koolhydraten brengt, en je systeem kan koolhydraten blijven vragen om rust te vinden.

En dat is precies de reden waarom zoveel mensen, zeker in het begin, regelmatig terugvallen. Terugvallen is niet leuk, maar het zijn wel leermomenten die je kunnen helpen ontdekken wat jij nodig hebt, of anders kan doen, om uiteindelijk vol te kunnen houden. Het helpt enorm als je begrijpt wat er in je lijf, je hoofd en je gevoel gebeurt. Het komt allemaal niet doordat jij iets fout doet, het komt doordat we het verkeerde eten zijn gaan eten.

Tips & tricks bij keto

‘Appelwijn’ tegen het zuur

Een glaasje 'appelwijn' past heel goed in een gezonde koolhydraatarme/keto aanpak. Het is niet alleen lekker, het is ook nog eens ondersteunend! Iets voor jou misschien? ZO MAAK JE HET Wat is het? Deze 'appelwijn' maak je zelf van een (wijn)glas water met een eetlepel...

Tijdelijke haaruitval door stress

Als je overstapt op een gezonde koolhydraatarme/keto aanpak en in korte tijd veel gewicht verliest, dan kan dat stressvol zijn voor je lijf. In reactie op die stress komt het heel soms voor dat mensen tijdelijk meer haar verliezen dan normaal. Dat is natuurlijk niet...

Starten met keto en jeuk/uitslag (keto rash)

Als je net begonnen bent met koolhydraatarm/keto eten, kun je soms last krijgen van (onschuldige) huiduitslag: keto rash. Het komt niet vaak voor gelukkig, want het kan erg vervelend zijn. HOE HERKEN JE KETO RASH? Je kunt keto rash (prurigo pigmentosa) herkennen aan...

Duizelig, bibberig en slapjes…

Ben jij bezig met de weekmenu's uit de startgids en merk je dat je je eerder slechter dan beter voelt? Voel je je bibberig, duizelig, slapjes, misschien wat misselijk en ziekig?  Zijn het 'gewoon afkickverschijnselen'? Het kan zijn dan je 'gewoon' last hebt van...

Calorieën tellen en afvallen

Dat dacht jij toch ook altijd? Als je wilt afvallen dan móet je calorieën tellen, want daar draait het om? Inmiddels weet je dat daar de sleutel niet zit, toch? Of denk je stiekem dat je toch calorieën moet tellen, ook al doen wij daar niet aan? Heeft calorieën tellen...

Niet elke magnesiumsoort werkt!

Wij krijgen nog heel vaak berichtjes van mensen die kramp hebben, vaak in de nacht, die moe blijven, of spierpijn blijven houden. Ondanks dat zij magnesium gebruiken en ook ons zoutadvies opvolgen. Vaak komt dat doordat de verkeerde magnesium wordt gebruikt. Check dus...

Koolhydraatarm eten als je ziek bent

Ook als je ziek bent, raad ik je aan om juist vast te houden aan je gezonde koolhydaatarme/keto menu. Deze pure, échte voeding, is de perfecte basis om snel te herstellen en weer gezond te worden. Ga dus niet aan de beschuitjes en rijst, zoals je dat vroeger misschien...

Hoe snel kun je afvallen?

Onze koolhydraatarme/keto aanpak is een gezonde manier van eten, waarmee je heel gemakkelijk en zonder honger, van je overtollige kilo's kunt afkomen. Zoveel mensen hebben hier al geweldige resultaten mee behaald! Ze zijn tientallen kilo's afgevallen en bijna...

Koolhydraatarm en last van diarree?

Een koolhydraatarme/keto aanpak is goed voor je darmen! Darmklachten nemen steeds verder af wanneer je koolhydraatarm/keto gaat eten. Maar je lijf en darmen moeten wel even wennen aan deze nieuwe manier van eten. Zeker de eerste tien dagen, tijdens het afkicken van...

Op gewicht rond en na de overgang

Veel vrouwen merken dat ze tijdens en na de overgang sneller aankomen en moeilijker afvallen. Een belangrijke oorzaak is dat er minder oestrogeen en progesteron wordt aangemaakt. Dat kan verschillende klachten geven, zoals de bekende opvliegers, nachtzweten, slechter...

Delen
BLOG 13 De feestelijke lunch

BLOG 13 De feestelijke lunch

‘Welkom bij mijn persoonlijke blog, over keto vasthouden in een niet-keto-wereld! Ik ben het koolhydratenmonster en ik heb eindelijk mijn eigen podium gekregen. Dat werd hoog tijd natuurlijk. Want ik ben goed in mijn werk en dat mag iedereen weten. Ik laat je zien hoe ik mensen verleid en hoe ik ze onderuithaal. Je kunt er wat van leren, al heb ik dat liever niet.

En niet alleen heb ik mijn eigen blog, op verzoek van Matty heb ik nu ook een eigen boek geschreven! “Dan kunnen nóg meer mensen lezen hoe briljant je bent!”, zei ze. En nu is het er dus. Het gevecht tegen Het Koolhydratenmonster is een prachtig groot boek vol verhalen over jullie, waarin ik laat zien hoe goed ik ben in precies op het juiste moment dingen fluisteren in je hoofd. Vandaag één van de verhalen uit mijn boek, het gaat over Lianne.

Ik ben dol op kantoren waar normaal de norm is. Lianne is tweeënzestig en werkt al jaren bij de woningcorporatie. Een rustige kracht, altijd aardig, altijd bereid om iets extra’s te doen. Maar haar lichaam liet haar langzaam in de steek.

Ze slikte pillen voor haar bloeddruk, tabletten tegen maagzuur, pijnstillers voor haar gewrichten en af en toe iets om te slapen. Elke ochtend een handvol troost in plastic. De dokter zei dat het bij de leeftijd hoorde, en zij knikte. Maar vanbinnen dacht ze: Moet dit echt zo?

Tot ze op een avond op haar telefoon bleef hangen bij een bericht op Facebook. Een succesverhaal van een vrouw van haar leeftijd, die schreef hoe ze dankzij keto van haar medicijnen af was. Lianne las het drie keer. Ze herkende het gevoel: altijd moe, altijd pijn, altijd honger. Ik probeer het, dacht ze. Dit is mijn laatste poging.

Het was wennen, het nieuwe eten, maar het voelde ook hoopvol en goed. Ik voel hoe ik mijn lijf eindelijk echt aan het voeden ben, dacht ze vaak. Na een maand voelde ze iets wat ze in jaren niet had gevoeld: rust. De maagzuurtabletten verdwenen, de pijnstillers bleven in de la. De bloeddruk zakte, de dokter keek verbaasd. Ze sliep diep, stond zonder pijn op. Ik heb mezelf terug, dacht ze.

Elke dag neemt ze haar eigen lunch mee: soms een salade, soms een restje van de vorige avond, soms een gevulde omelet. Ze loopt tijdens de pauze buiten, eet haar lunch op een bankje in de zon, ademt. Die wandelingen zijn haar rust, haar zekerheid. Buiten is veilig. Daar hoeft ze niets uit te leggen.

Ik loop vaak achter haar aan, maar buiten, tussen het groen, is het moeilijk werken voor me. Tot vandaag.

Vandaag is anders. Er hangt spanning in het kantoor. De directie heeft een mail gestuurd: Vrijdag om twaalf uur een bijeenkomst in de kantine. Als afsluiting van het jaar, met een kleine verrassing. Iedereen is opgewekt. Er wordt gelachen, geraden, gezucht. “Wat zou het zijn?” Lianne glimlacht mee, maar maakt zich zorgen. Het zal wel iets met eten zijn, denkt ze, en haar maag trekt een beetje samen.

De kantine ruikt naar verwennerij. Een uitgebreid buffet met luxe belegde broodjes, soep, warme quiche, zoete broodjes, kerstbrood en mooie taartjes. “Dit jaar geen borrel, maar een gezamenlijke kerstlunch,” zegt de directeur trots. “Als dank voor jullie inzet.” Iedereen is blij verrast. Er wordt geroepen, geapplaudisseerd.

Ik glimlach breed. “Zie je, Lianne? Zelfs het jaar sluit af met mij.” Ze zit aan tafel, haar lunch nog onaangeroerd in een bakje voor haar. De gesprekken bruisen, iedereen geniet. Ze probeert te lachen, maar de geur van het buffet is overal.

Een collega schuift een bord haar kant op. “Neem ook wat, joh. Dit is niet zomaar eten, dit is van de beste cateraar in de stad.” “Dank je, maar ik heb mijn eigen lunch,” zegt ze vriendelijk. “Eet nou mee,” zegt iemand anders. “Anders is het zo raar.” “Ja, kom op,” zegt een ander, “je mag ook wel eens genieten!”

Ik leun over haar schouder. “Ze bedoelen het lief. Je wilt niet ondankbaar lijken, toch? Je zit hier ook niet voor niets.”

Ze kijkt naar de broodjes. Zachte korst, geur van boter, glanzende zalm. Iedereen eet. Het is feest. Ik wil niet anders zijn, denkt ze. Ik fluister: “Eén broodje. Je hebt zo hard gewerkt. Je lijf kan dit heus aan, Lianne. Het is geen terugval, maar een balansdagje.”

Ze pakt een broodje met zalm. Ik kan ook alleen het beleg eten, denkt ze nog. Maar ze negeert die gedachte. Ik wil niet zo opvallen. De eerste hap is hemels. De tweede hap smaakt naar vroeger. Ze zucht. Ik heb dit gemist, denkt ze. Ze glimlacht naar haar collega’s, praat mee.

Niemand ziet het verschil. Alleen ik.

Na de lunch voelt ze het al. Haar buik zwelt, haar hoofd wordt zwaar. De letters op haar scherm dansen. Ze drinkt water, maar haar keel blijft droog. Waarom voelt dit slecht, zo naar en toch zo vertrouwd? denkt ze.

Ik zit op haar printer, glimlachend. “Omdat dit is wie je was, Lianne. En ik heb altijd geweten dat je terug zou komen.” ’s Avonds ligt ze in bed, haar maag borrelt, haar hart gaat tekeer. Dit was maar één keer. Morgen weer goed.

“Ik wil dit niet meer,” zegt ze hardop midden in de nacht. Haar man vraagt wat er aan de hand is. Ze praten over de dag ervoor. De volgende ochtend wordt ze wakker met een hoofd vol watten. De pijn in haar handen is terug, haar knieën voelen stijf.

Ze bakt een omelet met ham en kaas om mee te nemen voor de lunch. “Gaat het weer lukken vandaag?” vraagt haar man zachtjes. “Ja,” zegt ze. “Ik probeer het weer op te pakken.”

Ik loop met haar mee tot de voordeur. “Je kunt wel opnieuw beginnen, Lianne. Maar zolang je blijft proberen, blijf je van mij.” De dagen na de lunch voelt Lianne het verschil. De rust in haar lijf is weg, haar hoofd is zwaar, haar buik onrustig. Haar hoofd verlangt weer naar brood en makkelijk.

‘s Avonds zit ze aan tafel met een kop thee, kijkt naar de kerstverlichting buiten. Ik zit op de stoel naast haar, vriendelijk als altijd. “Je hebt het gezien Lianne. Er is niets ergs gebeurd. Je hebt weer gewoon gegeten en je leeft nog. Waarom zou je jezelf met kerst pijnigen?

Maak het makkelijk. Eet gezellig mee, net als iedereen.” Ze zwijgt. Hoe makkelijk zou dat zijn. Ze ziet het voor zich: de tafel vol eten, haar kinderen, haar man die vraagt of ze gewoon mee-eet. Geen uitleg, geen apart eten, geen vragen. Gewoon normaal.

Ik buig dichterbij. “Je hoeft niet perfect te zijn. Je hebt het al zo goed gedaan. Het is tenslotte kerst.” Ze voelt het trekken. Nog één keer gewoon doen. Daarna begin ik weer opnieuw. Ze vertelt haar man over haar plan.

Hij kijkt haar lang aan. “Lieverd, waarom zou je jezelf dit aandoen? Je weet wat het met je doet.” Ze haalt haar schouders op. “Omdat ik het anders niet volhoud. Iedereen eet mee, ik wil niet wéér degene zijn met mijn eigen bordje.” Hij pakt haar hand. “Je hoeft niet mee te doen om erbij te horen.” Ze zegt niets.

Later, als hij naar bed is, pakt ze haar telefoon en scrolt gedachteloos door Facebook. Tussen de kerstbomen en lichtjes ziet ze een bericht over keto kerstdiners. Geen mensen, geen selfies, maar foto’s van prachtig opgemaakte borden. Feestelijke gerechten, ketoproof en vol kleur.

Ze leest de reacties: ‘Iedereen at mee, zelfs mijn kinderen!’ ‘Het was zó gezellig, en ik voelde me de volgende dag geweldig.’ ‘Ik was zo trots. Het was niet moeilijk te maken en de gasten zeiden dat het smaakte naar restaurant-eten.’ Ze blijft kijken. Lang.

De tafel op de foto lijkt op die van haar. De borden, het licht, zelfs de glazen. Misschien kan ik ook zo doen, denkt ze. Gewoon op mijn manier.

Ik zucht. “Echt, Lianne? Ga je me dit jaar mijn kerst ook al afpakken?”

Ze glimlacht. “Misschien wel.” Ze legt haar telefoon weg en kijkt naar buiten. De lichtjes in de tuin weerspiegelen in het raam. In haar borst gloeit iets zachts, iets stevigs. Ik kies niet tegen jou, denkt ze. Ik kies voor mezelf.

Ik zwijg. Ik voel me verslagen en dat ben ik ook. Maar er komen meer feestjes. En dan ben ik weer van de partij.

Wil je meer van deze verhalen lezen? Je vindt ze in mijn boek, hier vind je meer informatie over mijn boek.

Wil je mij nog beter leren kennen? In het Keto & Support Pluspakket krijg je elke dag steun bij verleiding, vallen en opstaan en leer je weer de baas te worden. Ik kom daar zelf ook elke dag even langs!

Delen
BLOG 12 Wie ben ik eigenlijk?

BLOG 12 Wie ben ik eigenlijk?

‘Welkom bij mijn persoonlijke blog, over keto vasthouden in een niet-keto-wereld! Ik ben het koolhydratenmonster en ik heb eindelijk mijn eigen podium gekregen. Dat werd hoog tijd natuurlijk. Want ik ben goed in mijn werk en dat mag iedereen weten. Ik laat je zien hoe ik mensen verleid en hoe ik ze onderuithaal. Je kunt er wat van leren, al heb ik dat liever niet. Misschien vraag je je wel eens af: wie is dat koolhydratenmonster eigenlijk?

Ik sta altijd voor je klaar!

Sommigen denken dat ik niet meer besta sinds ze keto eten. Nou… dat zouden ze willen.

Ok, er zijn mensen die gewoon eten wat er op het menu staat, zonder dat ze ooit ineens met een koekje, chips of de zoveelste keto-snack in hun handen staan, terwijl ze dat niet van plan waren. Als dat zo is: gefeliciteerd! Echt. Maar bij veel mensen gaat het anders.

Veel mensen hebben last van iets wat Matty “een koolhydraatverslaving” noemt. Ik vind dat zelf een groot woord, maar vooruit: het klopt wel een beetje. Want als jij vroeger vaak koolhydraten hebt gegeten om een bepaalde onrust weg te krijgen, dus niet om jezelf te voeden, dan is dat wel verslavend gedrag. En dat is mijn terrein. Want ik ‘help’ je om verslaafd te blijven. Dat is precies mijn rol.

Ik noem het zelf liever gewoon een gewoonte. Een klein ritueeltje. Iets wat bij de avond hoort, bij gezelligheid, bij even niets. Ik ben niet gemeen, ik doe gewoon wat ik altijd heb gedaan: ik help je ontspannen. Alleen werkt het niet meer zo goed als vroeger, en dat weet jij ook.

Wie ben ik dan?

Het mooie is: jij weet niet wie ik ben, maar ik weet precies wie jij bent. Daarom ben ik zo briljant in wat ik doe. Ik woon als het ware in je hoofd. Nou ja, ik woon er zelf niet, maar ik praat daar wel tegen je. De stem van jouw verslaving.

Veel mensen vinden dat idee vreselijk: de stem van een monster in hun hoofd. En eerlijk gezegd snap ik dat wel. Maar geloof me, ik ben niet kwaadaardig. Ik heb veel gezichten. Soms ben ik lief en zorgzaam, soms gezellig en grappig, soms juist verleidelijk of zeurend. Ik doe wat nodig is om gehoord te worden. Ik ben niet boos of gemeen (nou ja, meestal niet), ik ben gewoon een stem die ooit een functie had.

Ik hielp je ontspannen, troosten, overleven. Alleen ben ik een beetje te lang gebleven. Je hebt mij helemaal niet meer nodig.

Ik zal je laten zien hoe dat werkt. Ik neem je even mee naar een avondje op de bank, zoals dat vroeger ging. Vroeger, toen je nog niet met keto bezig was. Zo’n avond met misschien de tv aan. Je lichaam moe, je hoofd nog vol. Je maakte een kop thee, pakte een koekje of twee, later misschien nog een drankje, met toastjes of chips, of wat er maar was. Het hoorde erbij. Het was gewoon avond.

Ik was er toen ook al bij, alleen had je dat niet door. “Wat een dag,” zei ik dan in je hoofd. “Je hebt zoveel gedaan. Je mag best even wat nemen, even genieten.” En je deed het. Gewoon, omdat het fijn was. Omdat het rust gaf. Je had toen niet in de gaten dat eten om te ontspannen, verslavend gedrag is. Net als een sigaretje roken om even tot rust te komen.

Het woord verslaving hoorde niet bij ons. Dat zei ik nooit tegen je. Ik noemde het liever gewoonte. Of, nog beter: gezelligheid. Nog even gezellig ontspannen op de bank.

En toen ging je keto eten…

Jij dacht dat ik weg was, omdat je zo goed bezig was. Maar ik was er nog gewoon. Ik heb alleen gewacht tot het rustig werd. Jij had nog iets in de kast liggen: een half zakje chips. Netjes dichtgerold, met zo’n klemmetje erop. Voor ooit.

De dag ging goed. Jij voelde je trots, gecontroleerd, sterk. En steeds als je langs die kast liep, dan zei ik in je hoofd: er ligt nog chips. Een flits, meer niet. Hij ligt er nog, denk je.

En dan is het weer avond, je zit weer op de bank. Misschien nog even wat dingetjes regelen en dan zit je daar. Met een moe lijf en je hoofd vol drukte. En je kop thee zonder koekjes. En dan kom ik binnen. Ik zet mijn stoeltje naast je neer en zeg: “Er ligt nog een half zakje chips in de kast. Je hebt zo goed je best gedaan vandaag. Je voelt je misschien beter zonder koolhydraten, maar ja, wat maakt één handje nou uit? Je hebt het verdiend. Even ontspannen. Vandaag mag het.”

Je dacht misschien dat dat je verstand is wat zo tegen je praat, maar nee, dat ben ik. Ik hoef niet eens hard te praten. Ik fluister gewoon. En jij luistert, zonder het te merken. Terwijl je verstand nog roept: ik doe het niet, sta je al op. Even later hoor ik het geritsel van het zakje. Je eet. En je voelt hoe je rustig wordt. Hoe de dag zakt. Hoe je even verdwijnt in het moment. Alles even uit.

Even later gaat je verstand weer aan. Je denkt: waarom doe ik dit nou weer. Ik glimlach dan naar je en zeg dat het niet erg is.

“Neem gewoon nog even wat, dan voel je je beter. Het is nu toch al verpest.” Ik vertel je zelfs wát je zou kunnen eten. Misschien die koekjes voor de visite? Of even iets bestellen? En jij luistert. Omdat je je rot voelt over de chips. Omdat je je slecht voelt over jezelf. Omdat je zo moe bent van je best doen. Dat wil je allemaal even niet voelen.”

En als je niet luistert, dan ga ik zeuren en drammen. Dan gedraag ik me als een kleuter die zijn zin niet krijgt. Net zo lang tot jij alsnog toegeeft. Briljant toch, hoe ik dat aanpak?

Mijn grootste angst

Nu je weet hoe slim ik ben, wil ik je vertellen wat mijn grootste angst is.

Ik ben dus altijd bang dat jij op een dag in de gaten krijgt dat ík het ben die in jouw hoofd praat, met een stem die líjkt op die van jou. Maar dat je dat dus niet echt zelf bent. Dat het niet je verstand is. Maar de stem van je verslaving, van de gewoonte. Van ‘hoe het altijd ging’ en wat altijd werkte voor je.

Het is dus belangrijk voor mij dat jij dat nooit in de gaten krijgt. Hoe dat precies zit in je hoofd. Dat ik eigenlijk degene ben die ervoor zorgt dat jij steeds maar weer terugvalt, terwijl je zo graag gewoon keto wilt volhouden. Niet jij, niet je verstand, niet omdat je niet genoeg wil.

Het is daarom ook belangrijk dat je níet naar Matty luistert! Want Matty wil juist dat je dat wel weet. Ze wil dat je mij doorkrijgt, zodat jij weer zelf de baas wordt over wat je eet en niet ik. Daarom noemt ze mij het koolhydratenmonster en laat ze plaatjes van mij zien. Zodat je begrijpt dat je gewoon tegen mij kunt praten. Omdat ik een ander wezen ben. En niet jijzelf.

Ik praat heel graag met je!

Op zich heeft ze dat goed bedacht. Want ik praat graag met je. Gezellig samen. Ik vertel je graag waarom je het verdient om even iets te eten, of waar je mee zit en hoe je dat kunt oplossen met chips of koek. Of dat je net zo goed pas morgen écht kan beginnen. Jij hoort dat in je hoofd en je denkt dat je dat zelf bent. Ik praat heel veel en ik ga vaak net zo lang door tot je doet wat ik zeg.

Tot het moment dat je het ziet dus. Dat je het snapt. Dat je begrijpt dat ik het ben die tegen je praat. Ik, het koolhydratenmonster. En niet jij zelf. Want als je dat door hebt, dan merk je ook dat ik niet altijd de waarheid spreek. Dat ik alleen maar alles doe om mijn zin te krijgen. Dus dat jij iets gaat eten wat je eigenlijk niet wilt eten. Want dat wil ik graag wel. Zodat jij je héél even beter voelt.

Die plaatjes die ze van mij laat zien, die verpesten het helemaal voor mij. Want dan komt er beeld bij dat stemmetje. En dan snap jij helemaal dat ik niet jouw stem ben, maar de stem van jouw koolhydratenverslaving. En dat is mijn grootste nachtmerrie.

Want zolang jij denkt dat mijn stem van jou is, ben ik machtig. Maar zodra jij hoort dat ík het ben, zodra je denkt: hé, dat is niet mijn verstand,  maar het monster dat praat, dan wordt het steeds stiller in je hoofd. Dan kan ik wel blijven praten, maar jij luistert niet meer.

Ik ben geen opgever!

Natuurlijk geef ik me niet zomaar gewonnen. Ik blijf het proberen. Ik praat gewoon door, zacht, vol begrip. “Kom op, eentje maar. Je hebt het verdiend.” Maar jij kijkt me aan, hoort mijn stem en denkt: wacht even… dát ben jij: het koolhydratenmonster. Ik heb helemaal geen zin meer in jou.  En op dat moment ben ik mijn greep kwijt.

Dat is het moment waarop jij weer de baas bent. Niet omdat ik er niet meer ben, maar omdat jij weet wie er praat. Ik blijf natuurlijk wel in de buurt. Ik ben hardnekkig, ik geef niet zomaar op. Soms duik ik nog even op als je moe bent of ergens tegen opziet. Dan probeer ik het nog één keer met een fluistering, een grapje, een herinnering aan vroeger. En soms lukt het me nog, heel even.

Maar steeds vaker niet. En dan hoor ik mezelf mompelen vanuit de keuken, ergens tussen de potten en pannen: “Tot morgen misschien.” En jij zegt niets. Jij glimlacht alleen maar. Dat is het ergste wat er is, weet je dat? Een glimlach van iemand die me doorheeft.

Maar goed, ik geef het niet helemaal op. Ik ben het Koolhydratenmonster en volhouden, dat is ook mijn specialiteit.

Wil je mij nog beter leren kennen? Ik heb een boek geschreven met verhalen waarin ik precies laat zien hoe ik werk. En in het Keto & Support Pluspakket krijg je elke dag steun bij verleiding, vallen en opstaan en leer je weer de baas te worden. Ik kom daar zelf ook elke dag even langs!

Delen
BLOG 31 Keto of Pillen?

BLOG 31 Keto of Pillen?

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Keto of pillen? Misschien denk je: wat is dat nou voor vraag? Keto is om af te vallen, pillen zijn voor als je iets mankeert, als je ziek bent. Je bent niet de enige die dat denkt. Veel mensen zien keto nog steeds als een afvaldieet. Maar keto is geen dieet. Keto draait het vuur uit. En nu hoor ik je denken: mijn lijf staat toch niet in brand? Klopt en zo bedoel ik het ook niet. Ik leg het uit.

Een pan met kokend water

Stel, je hebt een pan vol water op het vuur. Het water kookt over. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt een deksel op de pan leggen. Even lijkt het rustig, tot het borrelende water het deksel optilt en weer overkookt. Het probleem blijft. Pillen zijn eigenlijk zo’n deksel. Ze dempen het even, maar onder de oppervlakte borrelt het gewoon door.

Je kunt natuurlijk ook gewoon het vuur onder de pan uitzetten. Dan stopt de pan met overkoken. Je pakt dan de oorzaak aan van het probleem. En die oplossing, je raadt het al, is keto eten. Keto eten voorkomt niet alleen dat je lijf ziek wordt van het verkeerde eten, het kan ook (bijna altijd) de problemen herstellen die zijn ontstaan doordat je het verkeerde at.

Lekker makkelijk

Veel mensen denken dat pillen makkelijker zijn. Dan kun je lekker ‘normaal’ blijven eten, alles en zoveel je wilt. Maar pillen zijn geen oplossing. Pillen zijn alleen uitstel. Je lichaam blijft overbelast, en na verloop van tijd raak je steeds vermoeider, dikker, trager, zieker. Pillen die alleen proberen het probleem onder controle te houden: tegen hoge bloeddruk, hoge bloedsuikers, pijnlijke gewrichten of tegen de pijn.

Als je ‘normaal’ blijft eten, alles en zoveel je wilt, is er nog een ander probleem. Je lijf gaat steeds verder stuk. Het water gaat steeds harder overkoken. Dus zijn er steeds meer pillen nodig. Het begon misschien met één pil, dat worden er drie, dan vijf. En dan pillen om de bijwerkingen van andere pillen tegen te gaan. Op een gegeven moment slikken veel mensen handenvol pillen.

‘Normaal eten’

Wat is dan dat ‘normale eten’ dat ons dik en ziek maakt? Met ‘normaal eten’ bedoelen mensen vaak: gewoon eten wat overal te koop is en wat ‘iedereen’ eet: groente, vlees, vis, eieren, boter, noten, kaas, zuivel, brood, pasta, fruit, rijst, aardappelen, light-dit-en-dat, koek, sap, ontbijtkoek, havermout, pizza, wijn, chocola, chips en alles wat er nog meer in de fabriek wordt verzonnen aan snacks en keuzes.

Als je van al dat eten wat neemt, dan eet je normaal. Maar als je alleen die tien procent eet, het pure, echte eten waar je lijf iets mee kan, dan ben je ineens ‘streng’, ‘anders’ ‘overdreven’ of ‘op dieet’. Hoe raar is dat eigenlijk? Dat we het normaal zijn gaan vinden om alles te eten wat er te koop is, ook al maakt het ons ziek. En dat we het vreemd vinden als iemand alleen nog eet waar het lichaam echt iets mee kan.

Keto voor herstel

Keto is eigenlijk ook ‘normaal eten’. Je laat alleen alles weg wat je niet voedt, maar vult. Omdat voeding niet bedoeld is om te vullen, maar om te voeden. Het woord zegt het al. Als voeding alleen hoeft te vullen kun je net zo goed karton eten. Dat vult ook.

Met keto voedt je je lijf weer. Je laat misschien negentig procent van alles wat in de supermarkt ligt weg. Je eet alleen groente, vlees, vis, eieren, roomboter, noten, kaas, wat zuivel en een beetje fruit. Je kiest uit het totale aanbod dus alleen voeding die je echt voedt: puur, écht eten. Zodat je lijf weer kan doen waarvoor het gemaakt is: herstellen, genezen, leven. Zonder pillen!

Wie eenmaal een poosje keto eet en ervaart hóe je je óók kunt voelen, zo helder, energiek, lichter en gezonder, die snapt dat wat mensen ‘normaal eten’ noemen, helemaal geen normaal eten is voor ons lijf. Dat hoef ik niet eens uit te leggen. Dat weet je. Ons ‘normale eten’ maakt stuk en keto herstelt. Een disclaimer: keto kan natuurlijk niet álles herstellen. Soms is je lijf ‘stuk’ gegaan door andere oorzaken dan voeding. 

De derde optie

Er is trouwens nog een derde optie voor die pan met overkokend water. Je kunt de deksel eraf laten en gewoon wachten tot al het water is verdampt. Maar ik denk dat je je wel kunt voorstellen hoe dat eruitziet. Een lijf waaruit al het leven is verdampt.

Delen
BLOG 30: OPSTAND OP DIERENDAG

BLOG 30: OPSTAND OP DIERENDAG

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Het is dierendag in de dierentuin! Slingers langs de hokken, kinderen die klappen, verzorgers die de dieren een feestmaaltijd geven. En niet zomaar wat, nee, vandaag pakken ze uit. De leeuwen krijgen dubbele schalen vlees, de zebra’s extra sappig gras, de pinguïns extra vis, de apen bergen vol fruit en noten. Het is een feestdag!

Er zijn vandaag ook extra veel bezoekers in de dierentuin. Het is héél druk. Langs de hekken staan drommen mensen, met patat, ijsjes, pizza en broodjes hotdog in hun handen. De dieren mogen dat niet eten, overal hangen bordjes: NIET VOEREN ONS ETEN MAAKT DE DIEREN ZIEK.

Sommige bezoekers vinden het zielig. “Niet voeren? Wat flauw. Het is toch Dierendag!” zegt een vrouw met een zak friet. “Ach, één keertje kan toch geen kwaad,” lacht een man met een half stokbrood in zijn hand. En dan gebeurt het. Eén frietje vliegt door de lucht richting een giraf. En dan een stuk koek. Een halve wafel. Mensen lachen, kinderen juichen. En steeds meer bezoekers doen mee. 

De zebra’s laten hun gras liggen en happen naar de friet. De apen laten hun fruit vallen en graaien naar koekjes. Zelfs de leeuwen kijken op van hun vlees als er een ijsje voor hun poten landt. De bordjes met ‘verboden te voeren’ worden genegeerd. De hekken volgeplakt met etensresten. De dieren worden onrustig. Hun normale eten voelt ineens saai naast al die suikers, deeg en zout. Dit smaakt naar meer!

De opstand

De zebra’s duwen tegen hun hek. De leeuw ramt op de poort. De olifant zwiept met zijn slurf en breekt een muur om. Eén voor één breken de verblijven open. De apen zwaaien spaghetti als vlaggen, de tijgers sleuren maiskolven mee, de zebra’s hinniken luid. De olifant stampt voorop, slagroom nog op zijn kop.

Tussen de kruimels en lege pizzadozen vinden ze kartonnen borden en houten stokken. In een oogwenk schilderen ze spandoeken:
“Meer koek!”
“Weg met gras, friet voor iedereen!”
“Meer variatie, NU!”
“Taart voor altijd!”

De kinderen klappen, de ouders filmen. Niemand beseft de waanzin. De dieren marcheren verder, spandoeken hoog in de lucht. Dan storten ze zich op de bezoekers. Apen graaien suikerspinnen, zebra’s rukken chips uit handen, de olifant zuigt een hele stapel hotdogs van een picknicktafel. De tijgers beuken het restaurant open. Pizza’s verdwijnen in apenkoppen, muffins in zebra-muilen.

De leeuw schuift broodjes van de toonbank. Een zebra zakt door z’n hoeven. “Laat mij maar liggen, pak wat je pakken kan!” De stoet trekt verder. Ze breken de poorten van de dierentuin open. Onderweg vallen steeds meer dieren uit. Zebra’s met opgeblazen buiken, apen met poten omhoog, de leeuw hijgend tussen de pizzadozen.

Toch brullen ze nog: “Het maakt niet uit hoe we ons voelen! Dit is veel lekkerder! Wij eisen taart! Wij eisen traktaties!”

Bij een ijscokar duiken de apen op de hoorntjes. De olifant ramt een frietkraam en zuigt alles op. De zebra’s stormen een bakkerij in en smakken gebak naar binnen. Achter hen liggen al tientallen dieren kreunend op straat.

De honden en katten

Aan de rand van de stad komen ze andere dieren tegen: honden en katten, keurig aan de lijn, verbaasd over wat ze zien. Een hond blaft:
“Waar zijn jullie mee bezig? Wij krijgen al járen voer dat niet van nature bij ons past. Voer vol rijst, mais en soja. En kijk nu naar ons: overgewicht, jeuk, hartproblemen. Dit is geen feest, dit is ellende.”

Een dikke kat geeuwt vanaf een muurtje. “Welkom in onze wereld. Ik heb diabetes. Straks moet ik naar binnen voor mijn insuline. En dat allemaal door wat ze ‘gezonde brokken’ noemen.” 

De dierentuin dieren kijken elkaar even aan. Zebra’s schuiven met hun hoeven, de apen laten hun spaghetti slierten slap hangen. De leeuw bromt: “Maar het is veel lekkerder…”

De kat krabt aan de muur en zegt: “Lekkerder? Misschien. Maar niet wat we van nature horen te eten. Wij horen vlees en vis te eten. Jullie horen te eten wat bij jullie natuur past, precies wat jullie in de dierentuin krijgen. Waarom zouden jullie iets anders willen?”

De tegenopstand

De meeste dierentuindieren liggen inmiddels uitgeput op straat. Hun spandoeken liggen slap in de goot. Maar uit de zijstraten komt geblaf en gemiauw. De huisdieren trekken op, met hun eigen spandoeken in de lucht.

“Wij willen geen brokken vol rijst en mais!”
“Geen zakken vol granen, soja en aardappels!”
“Stop met biks, geef ons echt eten!”
“Wij eisen vlees en vis, eten wat we van nature horen te krijgen!”
“Gezonde dieren? Geef ons puur voer!”

Voorop lopen Evi, Romy, Csaba, Kiara en Balto trots, met hun verhalen hoog in de lucht. De andere honden en katten sluiten zich aan. Het is een tegenopstand. Geen roep om rommel, maar een roep om puur en echt eten.

De verklaringen van de huisdieren:

“Ik ben Romy, de hond van Karin Möller-Gronert. Toen ik pup was, wilde ik geen brokjes eten. Ze roken zuur, en ik voelde me er niet lekker bij. Mijn adem stonk en mijn vacht was dof. Karin had al 50 jaar honden, maar ik was de eerste die zo duidelijk liet merken: dit klopt niet. Gelukkig besloot ze naar mij te luisteren en me alleen vlees te geven. Sindsdien heb ik een prachtige, glanzende vacht en barst ik van de energie. En weet je wat Karin altijd zegt? Dat ik de eerste hond ben die niet mollig is, maar mooi slank en fit. Ik krijg beloningen in de vorm van gedroogde longstukjes en botten, precies zoals het hoort. Ik ben gewoon een gezonde, blije hond!”

“Ik ben Csaba, de Jack Russell van Betsie Ots. Ik heb het geluk gehad dat Betsie van haar vorige hond Noa veel geleerd heeft. Noa kreeg dure brokken maar had altijd jeuk en huidklachten. Ze at ze met lange tanden, alsof ze zelf wist: dit is niet goed voor mij. Toen Betsie overstapte op vlees, stukken pens en kip, gebeurde er een wonder. Binnen een week was de jeuk weg, en Noa at weer met smaak. Nu ben ik er, Csaba, en ik krijg vanaf het begin vleesvoer. Ik ben nu 6,5 jaar en kerngezond. Geen huidproblemen, geen medicijnen nodig, gewoon vol energie. Betsie zegt vaak: moderne diervoeding is net zo ver van de oorsprong afgeweken als die van mensen. Daarom kiest ze voor ons allebei: puur en natuurlijk.”

“Ik ben Evi, de doodle van Lia Blok. Ik had altijd vreselijke jeuk en kreeg daar zware medicijnen voor. Daar werd ik duf en suf van, ik voelde me niet meer de vrolijke hond die ik ooit was. Lia is toen anders gaan voeren: geen brokken meer, maar puur, vers en rauw vlees. Rund en kip krijg ik nauwelijks, want veel doodles zoals ik zijn daar allergisch voor. Maar er blijft genoeg over: vis, eend, geit, ree, konijn, paard… soms een rauw eitje of wat zachte groenten erbij. Ik smul elke dag. En het mooiste? Ik ben weer helemaal gezond. Geen medicijnen meer, geen jeuk. Ik kan weer rennen en spelen zoals vroeger.”

“En wij zijn Kiara en Balto, de huskies van Olga Schraven. Toen wij bij haar kwamen, kregen we brokken, net als zoveel honden. Maar gezond waren we niet. Ik, Kiara, had stug haar en stonk uit mijn bek en vacht. Mijn poten zaten vol kloven. Balto had vaak diarree, soms zo erg dat hij niet meer wist waar hij het zoeken moest. Olga is toen op onderzoek uitgegaan en begon ons vers vlees te geven. Sindsdien is alles veranderd. Mijn vacht is zacht geworden, ik stink niet meer, mijn poten zijn genezen. Balto heeft geen diarree meer en zijn ontlasting is altijd goed. We voelen ons weer sterk en gezond  en Olga zegt dat we er jonger en vrolijker uitzien dan ooit.”

De huisdieren houden hun spandoeken hoog. Rondom hen scharen zich de andere dieren die nog overeind zijn gebleven. “Dieren horen te eten wat ze van nature eten,” zeggen ze luid. “Niet wat mensen voor hen verzinnen. Daar worden we ziek van.” Ze wijzen naar hun eigen vachten, hun buiken, hun poten. “Wij huisdieren weten het maar al te goed. Van brokken vol rijst, soja en aardappels worden we dik en sloom. Van vlees en vis knappen we op. En mensen… jullie zijn niet anders.”

De stoet zingt nog één keer luid: “Red de dieren! Red de mensen! Geef ons allemaal weer echt eten!” En terwijl de zon zakt, klinken de stemmen zachter. De bordjes wiegen nog in de lucht. En zo eindigt deze dierendag…

Met dank aan de baasjes en bazinnen van deze dieren, die hun verhalen met ons wilden delen. Zij weten als geen ander dat niet alleen dieren, maar ook mensen gezonder worden van puur en natuurlijk eten. Hun dieren smullen van vlees en vis en zij zelf van keto. 

Lees hier hoe je je hond of kat ook weer puur natuur kunt laten eten!
Lees hier het verhaal van mijn eigen kat Fedor!

Delen
BLOG 29: DE VERKEERDE BRANDSTOF

BLOG 29: DE VERKEERDE BRANDSTOF

Toen Matty Barnhoorn (1962), oprichter van TheNewFood, in 2001 strikt koolhydraatarm/keto ging eten veranderde dat haar leven compleet. Van altijd honger, naar eetrust en verzadiging. Van altijd aan de lijn, naar altijd op gewicht. Van allerlei gezondheidsproblemen, naar bruisende gezondheid. Van altijd moe en lusteloos, naar bergen energie. Elke dag weer! En dat alleen door anders te eten! Haar grootste wens is dat nog heel veel meer mensen deze aanpak ontdekken, zodat ook zij zich zo heel veel beter kunnen gaan voelen! In haar blogs deelt ze wat haar bezighoudt.

Ik word wakker in een nachtmerrie.

Het is donker, benauwd, de lucht vol rook en stank. Ik sta ergens op een soort snelweg, maar alles lijkt anders. Het asfalt onder mijn voeten trilt van motoren die haperen, kraken, gieren. Voor me en achter me eindeloze rijen auto’s die stotteren en traag vooruit kruipen. Velen staan stil, roestig en uitgebrand langs de kant. Een kerkhof van voertuigen.

De lucht is zwaar, scherp. Geen geur van benzine meer, maar een misselijkmakende mix van zoete dampen en verbrande olie. Elke ademteug prikt in mijn keel.

Bestuurders hangen uitgeput uit hun ramen. Sommigen slaan met vuisten op het stuur. Anderen kruipen met hun vermoeide lijven onder de motorkap. Naast hen koffers vol flesjes en doosjes. Ze gooien pillen in de tank, spuiten vloeistof in leidingen, smeren dikke lagen zalf over het metaal. Terwijl ze dat doen, breekt het ene onderdeel na het andere onder hun handen af. Het helpt niets.

Ik gluur in een stilgevallen auto. Binnen is nauwelijks nog ruimte. Alles is gevuld met een dikke laag van een soort bewegend schuim. Het lijkt te groeien, te ademen, alsof het de hele cabine langzaam opslokt. De gestrande bestuurder wringt zich uit de kleverige massa.

Chaos en wanhoop

Ik loop verder, langs wrakken met knipperende lampen en dashboards vol rode signalen. Het gejammer van mensen die nieuwe dozen openscheuren, mengt zich met het geluid van motoren die hoesten en stikken. Wanhopig proberen ze hun auto nog een paar meter vooruit te krijgen. Het is een landschap van chaos en wanhoop, en ik bevind me er middenin.

En ergens tussendoor zie ik ook auto’s die nog rijden. Bestuurders die trots uit hun raam kijken, alsof er bij hen niets aan de hand is. Hun motor klinkt nog redelijk, hun lampen branden nog. Ze geloven dat ze veilig zijn. Maar ook daar kruipt de aanslag langzaam door de leidingen, ook daar slibt de motor ongemerkt dicht. Het is alleen nog niet zichtbaar. Nog niet.

Mijn voeten plakken aan het asfalt, overal vettige resten. En dan ineens, ergens in de verte, doemt een enorme lichtbol op. Met kleurige lichtstralen en glitters die als vuurwerk in de lucht schieten. Ik hoor muziek. Lonkende tonen dansen over de snelweg, alsof ze mij persoonlijk roepen. Even vergeet ik wat ik zojuist allemaal heb gezien en vol verwachting glijd ik richting het licht.

Het contrast met de troosteloze rijen autokadavers is enorm.

Hoe dichter ik kom, hoe overweldigender het wordt. Schermen knipperen, borden flonkeren. “De lekkerste brandstof ooit!” “Kies vandaag nog voor de ultieme tankervaring!” Het lijkt eerder een pretpark dan een pompstation. Hele gezinnen stappen uit met verwachtingsvolle gezichten, ontvangen door medewerkers in glanzende uniformen die hen als VIP’s behandelen.

Voor de ingang staat een bord dat in felle kleuren knippert: Tank & Wellness Drive-in – kies hier uw tankervaring.

Stap 1 – Kies je brandstof

  • Puur Gezond Keto – zuivere brandstof met gezonde vetten, voor een ouderwets gezonde auto.

  • Color Fuel – mix met drie vrolijke kleurtjes voor een levendige tankervaring.

  • Aroma Boost – mix met vanille, aardbei of cappuccino-geur: een weldaad voor de zintuigen!

  • Bubble Mix – bruisende mix met speelse belletjes voor een korte kick.

  • Plant Power Blend – puur plantaardige mix, de gezondste keuze voor de wereld.

  • FastFuel – instant energieboost (ook in een handige squeeze-verpakking).
  • Budget light – goedkope zoutloze verdunde mix met glucosestroop, zetmeel en gluten

Stap 2 – Kies je extra’s

  • Suiker – optimaal genot en snelle kick.
  • Zetmeel – stevige binding voor een langer kick.
  • Schuim – nog langer genieten van je ultieme tankervaring.

  • Krokant – want alles smaakt beter met een krokant korstje.

  • De luxe – met toevoegingen voor langer houdbaar en een fris kleurtje

Stap 3 – Kies je tankbeleving 

  • Compliment Light – een vriendelijke stem roept steeds “Goed gedaan vandaag!”.

  • Happy Plus – een rondje in het reuzenrad voor het hele gezin.

  • Super Deluxe – complimenten naar keuze, een voetmassage én applaus door alle medewerkers bij vertrek.

  • Snack Stop – tijdens het tanken een lopend buffet met donuts, pizza en softijs, met live complimenten van het koolhydratenmonster.

  • All You Can Fuel – onbeperkt snacks bijtanken zolang je wil, inclusief gratis refill-pas en onbeperkt complimenten naar keuze.

  • Dessert Dream – na afloop een toetje naar keuze: milkshake, brownie of bubble tea én stickerplaatjes.

  • Family Bucket – één tankbeurt, inclusief snacks voor het hele gezin, verpakt in vrolijke dozen en onbeperkt ijs toe.

Bestuurders lachen, wijzen hun keuzes aan, laten zich in de watten leggen. Terwijl hun auto wordt volgestroomd met kleurige, geurende mengsels, krijgen ze hun cappuccino geserveerd. Anderen kiezen voor een applaus of een compliment naar wens: “Uw auto straalt dankzij u!”

Weer helemaal opgeladen rijden de wagens weg met een korte, felle kick. Maar verderop op de snelweg zie ik ze alweer stotteren, vastlopen, aanschuiven in de eindeloze rij wrakken. Bestuurders duiken opnieuw in hun dozen vol pillen, poeders en spuiten.

En in de verte doemt alweer een lichtbol op. Nog groter. Nog meer glitters, nog meer beloftes. Borden die knipperen, muziek die lonkt, menu’s die nóg rijker zijn dan het vorige.

Ik blijf staan, midden op de snelweg, tussen de wrakken, de rook en de pillendozen. Wat is hier aan de hand? Wat is er gebeurd? En vooral: waarom kiezen mensen niet gewoon voor échte brandstof? Hoe kunnen mensen zo in de war zijn geraakt dat ze blijkbaar niet meer in de gaten hebben dat ze zelf hun auto kapot maken? En dat al die poeders en pillen, zalven en spuiten, niets oplossen?

Wat is er mis met zuivere brandstof, met gezonde vetten?

Ik schrik wakker. Mijn hart bonst, het beeld nog scherp voor ogen. En dan weet ik het: dit gaat helemaal niet over auto’s. Dit gaat over ons.

Over hoe wij moderne mensen onszelf dag in, dag uit vullen met rommelige brandstof. Met kleurtjes, geurtjes, bubbels, plantaardige blends, suikerlagen en krokante korstjes. Over hoe we ons laten leiden door dopaminekicks die ons even een goed gevoel geven. Terwijl ons lijf vanbinnen sputtert, vastloopt, ziek en dik wordt.

En net als die bestuurders op de snelweg sjouwen ook wij dozen vol pillen, poeders en spuiten mee. Voor elk mankement een nieuw middeltje. Het zijn doekjes voor het bloeden. En ondertussen proppen we ons vol met alweer een nieuwe smaak ijs of pizza. En krijgen we steeds meer klachten…

De stijfheid bij het opstaan. De vele dips op een dag. De watten in ons hoofd. Het vet dat geen kant op kan en zich vastzet in je lijf. De hoge druk in onze aderen. De ontstekingen. Hoofdpijn, buikpijn, lijfpijn… Het is allemaal hetzelfde verhaal. We stranden steeds vaker als wrakken aan de kant van de weg.

En het absurde is: de oplossing is er gewoon. Eenvoudig. Dichtbij. Haalbaar. Voor iedereen…

Puur Gezond Keto

Het mooie is: als wij weer kiezen voor Puur Gezond Keto, de enige brandstof die ons lijf echt herkent, dan kan ons lijf zichzelf herstellen. We kunnen onszelf dus letterlijk weer gezond eten, als we het de brandstof geven waarvoor het gemaakt is.

Net zoals een auto die eindelijk weer zuivere brandstof krijgt: hij loopt soepeler, start makkelijker en kan ineens weer kilometers maken. Zonder medicijndozen vol oplapmiddelen. En misschien denk je: “Mijn auto rijdt nog wel, ik merk nergens last van.” Maar de motor sputtert niet altijd meteen, de leidingen barsten niet van de ene op de andere dag. Schade bouwt zich langzaam op. Tot het ineens niet meer gaat.

Wil je ook weer zuivere brandstof tanken? Begin vandaag nog met Puur Gezond Keto!

Delen
BLOG 11: Marianne kon niet anders

BLOG 11: Marianne kon niet anders

Welkom bij mijn persoonlijke blog, over keto vasthouden in een niet-keto-wereld! Ik ben het koolhydratenmonster en ik heb eindelijk mijn eigen podium gekregen. Dat werd hoog tijd natuurlijk. Want ik ben goed in mijn werk en dat mag iedereen weten. Ik laat je zien hoe ik mensen verleid en hoe ik ze onderuithaal. Je kunt er wat van leren, al heb ik dat liever niet. Vandaag neem ik je mee naar Marianne… 

Het is zes uur ’s avonds. Marianne zit aan tafel met haar man en twee pubers. Haar man schept friet op de borden met saté erbij. De kinderen dopen stokbrood in de pindasaus. Ze lachen om elkaar. “Alles smaakt beter met pindasaus.”

Marianne heeft voor zichzelf de macaroni-ovenschotel gemaakt uit Startgids 2. Eén van haar lievelingsgerechten. Haar startgids ligt nog halfopen op het aanrecht. Ze is blij dat het haar lukt om dit keer écht vol te houden. Ik voel me sterker. Ik ben al bijna zes kilo kwijt. Dit keer gaat het me lukken.

“Moet dat nou zo streng?” vraagt haar dochter, terwijl ze nog een stuk stokbrood afbreekt.
“Ga je dan nooit meer normaal eten?” bromt haar zoon.
Haar man lacht: “Joh, straks mag ze niks meer.”

Marianne haalt haar schouders op en neemt een hap van haar macaroni. Laat ze maar praten.

De volgende ochtend komt haar zus op de koffie. Ze heeft gebak bij zich en voor Marianne het weet staat er een punt op een schoteltje voor haar neus. “Ik kon het niet laten, jij vindt deze ook zo lekker toch? Ik dacht voor één keer moet dat kunnen.”

Marianne schrikt ervan. Wat moet ik doen? Het ruikt zo lekker. Heel even weet ze niet hoe ze moet reageren.

Dan herpakt ze zich. “Ik had al wat lekkers gemaakt dat past in mijn dieet, dat eet ik liever.” Ze schuift het gebakje van zich af en haalt de eiercake uit de koelkast. Lekker koud met slagroom en een paar aardbeien. Haar zus eet beide gebakjes op en kijkt haar een beetje beteuterd aan. “Is het wel gezond, wat je aan het doen bent?”

En ik? Ik wacht geduldig. Mijn kansen liggen niet hier thuis.

Een paar dagen later is er een verjaardag. Een vriendin viert haar vijftigste, de woonkamer staat vol hapjes: toastjes met brie, schalen chips, slagroomtaart. Marianne heeft thuis goed gegeten, maar toch voelt ze de spanning. Rustig blijven. Er is altijd kaas. En worst. Ik hoef niks anders.

Ik fluister in haar oor: “Toe maar, Marianne. Eén chipje. Niemand die het merkt. Je wilt toch niet ongezellig zijn?”

Ze pakt een stukje kaas, een plakje worst. Haar vriendin duwt de taart naar voren: “Neem je niet?”
Marianne schudt haar hoofd. “Nee hoor, ik doe even niet mee.”
“Weet je het zeker? Ik kan ook een klein puntje afsnijden. Je bent zo goed bezig, dan mag je toch ook wel een keer meedoen?”

Ze heeft gelijk. Ik heb het eigenlijk wel verdiend. Marianne knikt. “Een klein stukje voor de smaak.”

Ik juich van binnen. De eerste stap is gezet. Nu is het slechts nog een kwestie van tijd.

De rest van de avond houdt ze zich in. Kaas en komkommer. Geen chips, geen tweede stukje taart.

Eenmaal thuis knort haar maag. Op het aanrecht ligt nog een stuk stokbrood. Er is patat over. Nee, dat doe ik niet. Niet nu. In de koelkast vindt ze twee gekookte eieren, een kippenpootje en een restje knoflooksaus. Tevreden denkt ze: Ik heb het gered. Zie je wel: ik kan dit gewoon. Meteen weer terug in het ritme.

Een paar dagen later wil ze net aan haar lunch beginnen: een bakje met de eiersalade. Ze heeft de vork al in haar hand als de telefoon gaat. Haar zus: “Het gaat niet goed met mama. Ze is gevallen, we zitten op de EHBO. Wil je komen?”

Marianne legt haar vork neer en schuift het bakje opzij. Eén moment gaat het door haar hoofd: Ik zou dit mee kunnen nemen, in mijn tas…

Maar dan fluister ik in haar oor: “Kom op, je hebt nu wel wat anders aan je hoofd. Daar heb je toch geen tijd voor. Nu gaat het om je moeder, dat eten dat zie je wel.”

Ze laat het bakje staan. Neemt niets mee. Alleen jas en sleutels. Ik red me wel daar, ze hebben vast wel iets.

Ik grijns. Want dat is precies de smoes die ik haar influister. Maar diep vanbinnen weet ze het: dit is al de eerste stap naar misgaan.

Het ziekenhuis ruikt naar ontsmettingsmiddel en koffie. Haar moeder zit met een ingetapete enkel in een rolstoel te wachten, zichtbaar overstuur. Marianne’s maag knort. De uren kruipen voorbij.

Dan gaat de deur open. Er komt een dienblad: koffie, thee, gevulde koeken.

Ik fluister in haar oor: “Kijk eens, Marianne. Je hebt nog niks gegeten. Je bent kapot en je hebt het moeilijk. Je moeder zit hier. Je hebt nú iets nodig. Die koek helpt je even door.”

Niet doen. Je wilt dit niet. Je was zo goed bezig.

Ik buig me dichter naar haar toe: “Kom op, Marianne. Dit is geen moment om moeilijk te doen. Iedereen neemt er één. Je kan niet anders. Het moet gewoon.”

Haar zus schuift het schaaltje dichterbij. “Neem er nou maar een, je hebt vast honger.”

Zou ik er last van krijgen? Het is niet keto… maar misschien één keertje?

En Marianne hoort zichzelf zeggen: “Ja… ik kan niet anders. Ik moet wel wat eten.” Ze pakt de koek. Eén hap. Nog een hap.

Ik glimlach. Het is begonnen.

Haar moeder mag na een dag of twee weer naar huis, maar heeft hulp nodig: traplopen met krukken is nog te zwaar, boodschappen doen lukt niet, de wondverzorging en alle andere zorg vragen aandacht. Marianne regelt het regelen: ze zet haar eigen leven opzij, ze doet de boodschappen, brengt haar moeder naar de huisarts, wast beddengoed, kookt en helpt met de dagelijkse verzorging.

De nachten wisselt ze af met haar zus en broer. De nachten zijn kort als haar moeder ’s nachts pijn heeft. Rustmomenten zijn zeldzaam.

De kleine overwinningen van daarvoor, de ketomaaltijden, de Startgids op het aanrecht, het kiezen voor zichzelf, verdwijnen langzaam naar de achtergrond. Ik moet er toch voor haar zijn. Dit is belangrijker dan mijn dieet, het kan niet anders.

Ze slaat maaltijden over tijdens zorgrondes en pakt iets snels als ze even pauze heeft. De zak chips die bij een buurvrouw op de keukentafel staat, is ineens bereikbaar. De koekjes op tafel bij het bezoek verdwijnen ongemerkt.

Ik fluister in haar oor als ze moe op de bank ploft: “Je hebt het zo druk, het kan niet anders. Het helpt je je hoofd erbij houden. Morgen weer streng.”

Maar morgen gaat het net zo.

De dagen lopen in elkaar over. Een broodje uit de kantine na een doktersafspraak. Een stuk appeltaart bij een bezoek aan haar moeder. Een zak drop tijdens het wachten bij de fysio. Thuis eet ze weer gewoon mee met het gezin. Er wordt met geen woord meer gesproken over keto.

De boekjes liggen nu dicht op de koelkast. Eerst lagen ze open op het aanrecht, vol vouwen en koffievlekken, maar dat lijkt een ander leven.

Weken worden maanden. De kilo’s komen terug, de moeheid ook. ’s Ochtends hijst ze zich weer met moeite uit bed, de pijn in haar botten is weer terug. Zie je wel, het lukt me nooit. Ik ben een mislukkeling.

Ik leun achterover en glimlach. Ik hoef niet eens veel meer te doen… ik heb haar goed te pakken. Ik heb haar laten geloven dat dit de normaalste zaak van de wereld is. Dat er geen alternatief was. Dat ze echt geen keuze had.

En zolang ze dat gelooft, blijf ik rustig achteroverleunen. Want dan is ze van mij, niet voor één dag, maar voor maanden.

Niet dat koekje is mijn grootste feest. Niet dat broodje, niet die drop. Mijn grootste feest is het moment dat Marianne zegt: “Ik kan niet anders.” Want dan weet ik: ik heb haar niet voor een dag. Ik heb haar voor maanden.

En weet je wat mijn nachtmerrie zou zijn? Dat Marianne even stil zou staan en dacht: is het waar dat ik geen keuze heb? Dat ze zou zien dat ze altijd een keuze heeft, hoe klein ook. Dat zij zelf de baas is over wat ze eet en niet ik. Dan zou ik veel van mijn macht verliezen.

Daarom fluister ik steeds weer: “Het kan gewoon niet anders.” Want dat is mijn enige kans om haar bij me te houden.

Wil je mij nog beter leren kennen? In het Keto & Support Pluspakket krijg je elke dag steun bij verleiding, vallen en opstaan en leer je weer de baas te worden. Ik kom daar zelf ook elke dag even langs!

Delen
BLOG 10: Vacature praatjesmaker

BLOG 10: Vacature praatjesmaker

Welkom bij mijn persoonlijke blog! Ik ben het koolhydratenmonster en ik heb eindelijk mijn eigen podium gekregen. Dat werd hoog tijd natuurlijk. Want ik ben goed in mijn werk en dat mag iedereen weten. Ik laat je zien hoe ik mensen verleid en hoe ik ze onderuithaal. 

Ik heb een idee. Nee, niet zomaar een idee: een meesteridee. Het geweldigste idee ooit. En ik kwam erop toen ik laatst even langsging bij Marjan. Marjan is terug van vakantie. Voor de zomer deed ze haar best. Ze had zich vastgebeten in keto en voelde zich lichter, energieker. Voor het eerst in jaren dacht ze: dit werkt.

Maar eerlijk? Het viel haar zwaar. Want keto gaat niet vanzelf. Ze moest kiezen, ze moest opletten, ze moest “nee” zeggen waar ze vroeger “ja” zei. En daar stond ik, fluisterend: “Kom op, één keer mag toch wel? Je hoeft het jezelf niet zo moeilijk te maken.”

En toen kwam onze vakantie, ik heb het geweldig naar m’n zin gehad met Marjan. Een ijsje hier, een stokbrood daar, een avond wijn. En nu zit ze weer in haar oude patroon en zit ik naast haar… Ze zucht, pakt een kop thee en zegt tegen zichzelf: “Misschien werkt TheNewFood gewoon niet voor mij. Misschien moet ik iets anders proberen. Iets dat makkelijker is. Iets dat wél bij mij past.”

En precies op dat moment ziet ze op Instagram zo’n filmpje. Een vrouw aan een keukentafel, bakjes ingrediënten voor haar neus. Ze gooit wat dingen bij elkaar, een ei, prei, een klodder roomkaas. In de voice-over klinkt het opgewekt: “Wanneer je dit en dat bij elkaar doet, hup even in de airfryer, dan krijg je dit heerlijke koolhydraatarme taartje.”

De vrouw neemt een hap en kijkt recht in de camera, met die brede, blije blik. Alsof ze zojuist het geheim van moeiteloos geluk heeft ontdekt.

Bij het filmpje staat: “Wil je meer van dit soort makkelijke recepten? Zet HERFST in de comments en je krijgt de link naar mijn kookboek. Gezond, lekker, moeiteloos.”

Marjan voelt het meteen. Makkelijk. Moeiteloos. Lekker. Haar hart maakt een sprongetje. Ja, dit is het! Hier hoef ik niet te worstelen. Geen schema’s, geen strijd. Dit wordt mijn laatste poging, dit gaat me redden.

Ze reageert met HERFST en al direct ontvangt ze een link naar het kookboek. Maar nog voor ze kan afrekenen, verschijnen de upsells: een zomereditie, een airfryerboek, een borrelplankboek. En dan nog een programma: “In 6 weken van je suikerverslaving af… nu geen €650 maar slechts €95.”

Marjan aarzelt niet. Klik, klik, klik. Voor ze het weet, staat haar mandje op meer dan 200 euro. Maar ze voelt zich opgelucht. “Dit gaat werken, want dit is makkelijk en moeiteloos. Dit kan ik.” Ik gniffel. Want ik zie hoe eenvoudig dit spel is. Eén filmpje, één hap, één blik in de camera… en een winkelmandje vol illusies.

En dan daar, naast Marjan op de bank, krijg ik mijn meesteridee. Waarom zou ik genoegen nemen met een gastblog bij TheNewFood, terwijl ik een heel imperium kan bouwen? Ik ben tenslotte de uitvinder van verleiding.

Dit is briljant: ik richt mijn eigen bedrijf op. Monster Media BV. Nu alleen nog iemand die de filmpjes voor mij maakt…

Vacature: Praatjesmaker bij Monster Media BV

Bedrijfsprofiel
Ik ben het koolhydratenmonster. Directeur en oprichter van Monster Media BV, de grootste illusiefabriek van de 21e eeuw. Mijn business is simpel: ik verkoop geen resultaten, ik verkoop beloftes. En geloof me: dat verkoopt véél beter.

Functieomschrijving
Jij wordt het gezicht van mijn bedrijf. Met jouw filmpjes laat je mensen geloven dat afvallen makkelijk, moeiteloos en zelfs gezellig is. Je schuift wat bakjes naar elkaar toe, noemt een paar ingrediënten, laat een muffin of ovenschotel “uit de oven” rollen en neemt een hap. Klaar.

Wat ga je doen?
– Je zit in een keuken, met een tafel waar je aan kunt werken en een camera-opstelling.
– Je schuift drie dingen bij elkaar en in de voice-over klinkt: “Wanneer je dit en dat bij elkaar doet, hup even in de airfryer, dan krijg je deze heerlijke koolhydraatarme ovenschotel/muffin/taart.”
– Je neemt een hap.
– Je kijkt recht in de camera, met die doordringende, blije blik, alsof je zojuist het geheim van moeiteloos geluk hebt ontdekt.
– Je sluit af met een geschreven oproep onder je filmpje: “Wil je meer makkelijke recepten? Zet HERFST in de comments.”
– Je strooit gul met hashtags: #makkelijk #lekker #moeiteloos #afvallen #koolhydraatarm.

Functie-eisen
– Je gelooft zelf heilig in de woorden makkelijk, moeiteloos, simpel, lekker.
– Je kunt overtuigend glimlachen, zelfs als het gerecht nergens naar smaakt.
– Je hebt geen enkele moeite met het verkopen van lucht. Sterker nog: je geniet ervan.
– Je kunt mensen met één blik laten denken: dit is de oplossing voor al mijn problemen.
– Je beschikt over een eigen keuken met tafel en camera, zodat alles strak in beeld komt.

Arbeidsvoorwaarden
– Een croissantpak als uniform (met pizzahoed op aanvraag).
– Een bubbelbad vol frisdrank in mijn hoofdkantoor.
– Toegang tot mijn champagnefontein en mijn privévoorraad borrelnootjes.
– Gratis zakjes poeder en pillen uit eigen collectie.
– Bonussen voor elke kilo die je iemand belooft te laten verliezen.
– Een royaal winstpercentage op elke illusie die je verkoopt. Hoe meer mensen je verleidt, hoe meer je verdient.
– All-inclusive bedrijfsuitjes naar buffetten, om “research” te doen.
– Eeuwige roem als gezicht van de grootste illusiefabriek van de 21e eeuw.

En misschien denk je wel: dat gaat hem toch helemaal niet lukken. Hoe zou hij dat dan voor elkaar moeten krijgen?

Nou, luister goed. Mijn aanpak is zo simpel dat je bijna niet gelooft dat het werkt.

Stap 1: Beloof dat het snel gaat.
“Tien kilo kwijt in een week!”
“Binnen drie dagen maatje 38.”
“Nog voor kerst een compleet nieuw lichaam.”
Hoe absurder, hoe beter. Mensen willen magie.

Stap 2: Zeg dat het makkelijk is.
Mijn gouden woorden: moeiteloos, eenvoudig, simpel, lekker.
“Je hoeft niets te laten.”
“Gewoon een zakje oplossen in water en klaar.”
Mensen willen geen verandering, ze willen sprookjes. En ik verkoop sprookjes.

Stap 3: Speel met timing.
“Zeg je vakantiekilo’s vaarwel in 7 dagen.”
“Start maandag en zie volgend weekend al verschil.”
“Doe mee en straal op oud & nieuw.”
Altijd is er wel een haakje. En zo niet, dan verzin ik er één.

Stap 4: Beloof dat het blijvend is.
“Nooit meer jojo’en.”
“Voor altijd slank.”
“Een nieuw lichaam voor de rest van je leven.”
Hoop verkoopt beter dan waarheid.

Stap 5: Laat het hun eigen schuld lijken.
Als het mislukt, hoef ik niks te zeggen. Mensen doen het zelf:
“Zie je wel, ik ben zwak.”
“Anderen lukt het wel, waarom mij niet?”
Perfect. Want schuldgevoel is mijn gouden ketting. Daarmee hou ik ze vast.

En natuurlijk… de reviews, die heb ik ook al klaar:

“Ik verloor 12 kilo in 10 dagen, gewoon door de filmpjes te kijken. Ik hoefde niets te doen!” – Anita, 43

“Ik herken mezelf niet meer in de spiegel. Letterlijk. Mijn man zei: wie bén jij? Fantastisch!” – Corry, 56

“Ik dronk drie zakjes per dag en na een week paste ik weer in mijn trouwjurk. Moeiteloos! En het blijft er écht af.” – Hennie, 62

“Ik lag de hele dag op de bank en toch viel ik af. Ongelooflijk maar waar. Dit is mijn nieuwe levensstijl!” – Gerard, 51

“Binnen twee weken was ik niet alleen slank, maar ook twintig jaar jonger. Zelfs mijn huisarts wilde het geheim weten.” – Sjaan, 67

Zie je wel? Mijn businessmodel is waterdicht. Vijf simpele stappen, een handvol gouden woorden en een paar stralende nepreviews. 

Mijn hoofdkantoor maak ik in de vorm van een gigantische donut. Voor de deur een standbeeld van mezelf, twintig meter hoog, met in elke hand een croissant. Een champagnefontein in de lobby, een bubbelbad vol frisdrank op de bovenste etage. Mijn personeel loopt rond in pizzapakken en croissantkostuums.

Overal ter wereld verschijnen mijn filialen. In elke supermarkt een schap met Monster Approved-producten. Mijn online cursus vertaald in dertig talen. Van Alaska tot Australië fluister ik in hoofden: “Het kan ook makkelijk. Het is moeiteloos. Gewoon doen.”

Binnenkort ligt de hele wereld aan mijn voeten. Want zeg nou zelf: wie wil er nou niet geloven in sprookjes?

Delen