Selecteer een pagina
LowCarb is veel meer dan een crashdieet

LowCarb is veel meer dan een crashdieet

Vaak denken mensen dat een Low Carb eetpatroon alleen maar over snel afvallen gaat. Maar een “Low Carb Lifestyle” is voor iedereen gezond is, ook wanneer er geen sprake is van diabetes of overgewicht. Dat heeft vooral te maken met ontstekingswaardes die verlagen.

Chronische ontstekingen
We weten dat er bij ziekte en stress sprake kan zijn van verhoogde ontstekingswaarden in het bloed. Acute ontstekingen zijn belangrijk voor het lichaam om te helen. Echter, wanneer de ontstekingen chronisch worden is het vernietigend voor de gezondheid. Langdurige licht verhoogde ontstekingswaarden kunnen op langere termijn chronische ziekten veroorzaken. Het verlagen van ontstekingswaarden kan het ontstaan van ziekten uitstellen of vermijden.

Low Carb verlaagt ontstekingswaarden
Uit onderzoeken blijkt dat een dieet met minder koolhydraten en meer vet zorgt voor lagere ontstekingswaarden in het bloed, in vergelijking met diëten die weinig vet en veel koolhydraten bevat. Hiermee is een Low Carb eetpatroon niet alleen gunstig voor het gewicht, maar ook voor de algehele gezondheid en het uitstellen of vermijden van chronische ziekten.

Ziekten die in verband worden gebracht met verhoogde ontstekingswaarden:
• Diabetes type 2
• Hart en vaatziekten
• Verschillende kanker soorten
• Reuma
• Parkinson
• Alzheimer
• Fibromyalgie
• Multiple sclerosis
• Psoriasis

Waarschijnlijk zijn er nog veel meer ziekten (wellicht bijna alle ziekten) die in verband kunnen worden gebracht meer verhoogde ontstekingswaarden. Om dit te kunnen bevestigen moet er eerst meer wetenschappelijk onderzoek naar worden gedaan.

Diabetes en ontstekingen
In een recent onderzoek werden mensen met diabetes type 2 op dieet gezet. Een deel van de groep volgde een dieet met weinig koolhydraten en meer vet. De rest van de groep volgde een dieet met weinig vet en meer koolhydraten. In beide groepen nam het gewicht af. Echter, alleen in de groep met minder koolhydraten en meer vet daalden de ontstekingswaarden in het bloed. Dit is belangrijk, omdat de ontstekingswaarden waarschijnlijk niet alleen een rol spelen in het ontstaan van diabetes type 2, maar ook invloed hebben op de mogelijke complicaties die kunnen optreden bij diabetes type 2.

 

Evelien de Vries

 

Evelien heeft in 2011 haar HBO-opleiding Voeding en Diëtetiek afgerond aan de Hanze Hogeschool in Groningen. Ze werkt sindsdien als Diëtiste en Voedingskundige.

 

Ze kon zich echter niet altijd vinden in de richtlijnen die door veel diëtisten worden gevolgd. Daarom is ze zich gaan verdiepen in andere visies over voeding en gezondheid.

Uiteindelijk kwam ze tot de conclusie dat LCHF/Paleo veel beter wetenschappelijk onderbouwd is dan het huidige reguliere voedingsadvies. In haar eigen praktijk ziet ze niet alleen mensen gemakkelijker op gewicht komen en blijven, ook verdwijnen soms chronische vage kwalen als sneeuw voor de zon.

Mensen informeren en begeleiden naar een LCHF/Paleo leefstijl is daarom haar passie en missie geworden! Ga naar www.natuurvoedingspraktijkevelien.nl voor meer informatie over de praktijk van Evelien en consulten.

Is vet eten nou ongezond of niet?

Is vet eten nou ongezond of niet?

Vet eten is niet ongezond. Wetenschappers zijn het er over eens dat er absoluut geen verband is tussen het eten van verzadigd vet en een verhoogd cholesterol of het krijgen van hart en vaatziekten. De adviezen om te minderen op (verzadigd) vet kloppen dus niet en leiden juist af van de echte boosdoeners die stilletjes en ongestoord steeds meer slachtoffers maken: de koolhydraten. Hoe kon dit gebeuren?

Een frauderende wetenschapper
Het idee dat verzadigd vet slecht zou zijn voor hart en vaten is gelanceerd in 1955 door wetenschapper Ancel Keys. Hij publiceerde een onderzoek dat aantoonde dat veel verzadigd eten de kans hart- en vaatziekten verhoogde. Maar hij gebruikte hiervoor gegevens van 7 landen, terwijl hij gegevens van 22 landen had. De gegevens van de overige landen lieten juist iets heel anders zien, maar dat paste niet in zijn conclusie en die gegevens heeft hij daarom gewoon weggelaten. Een frauderende wetenschapper dus.

Voedingsrichtlijnen sinds 1971
Schokkend genoeg zijn op basis van zijn ‘bevindingen’ in 1971 nieuwe voedingsrichtlijnen geïntroduceerd. Deze waren er op gericht om overgewicht en hart- en vaatziekten terug te dringen door de hoeveelheid vet, met name verzadigd vet, in ons dagelijkse eetpatroon te minderen. Maar vanaf het moment dat we minder vet zijn gaan eten (en daarmee meer koolhydraten), is de hoeveelheid mensen met overgewicht en hart- en vaatziekten juist gestegen.

Angst voor vet
Het voedingsadvies om minder (verzadigd) vet te eten was in die tijd dus gebaseerd op één onderzoek, wat ook nog eens fout was uitgevoerd. Door dit ene fout uitgevoerde onderzoek is er een ware angst ontstaan voor vet, en met name verzadigd vet. Koolhydraat rijke producten als brood, aardappelen, rijst en pasta werden rijkelijk aanbevolen, ondanks het vele wetenschappelijke bewijs dat dit juist gezondheidsrisico’s met zich mee brengt.

Wetenschap gaat vooruit, maar de voedingsrichtlijnen blijven achter
Door het bedrog van Ancel Keys zijn mensen werkelijk bang geworden voor vet. En die angst is hardnekkig. Ondanks de vele grote, goed uitgevoerde onderzoeken die laten zien dat er geen verband is tussen (verzadigd) vet en hart- en vaatziektes. Het helpt natuurlijk ook niet mee dat zelfs de algemene voedingsrichtlijnen achterhaalde informatie over (verzadigd) vet blijven verkondigen.

Wij zeggen: Eet jezelf weer slank en gezond met puur en echt eten, weinig koolhydraten en juist ruim voldoende vet!! En wij zeggen dat niet alleen, ook experts, wetenschappers, en steeds meer artsen en specialisten delen dit advies.

 

Evelien heeft in 2011 haar HBO-opleiding Voeding en Diëtetiek afgerond aan de Hanze Hogeschool in Groningen. Ze werkt sindsdien als Diëtiste en Voedingskundige.

Ze kon zich echter niet altijd vinden in de richtlijnen die door veel diëtisten worden gevolgd. Daarom is ze zich gaan verdiepen in andere visies over voeding en gezondheid.

Uiteindelijk kwam ze tot de conclusie dat LCHF/Paleo veel beter wetenschappelijk onderbouwd is dan het huidige reguliere voedingsadvies. In haar eigen praktijk ziet ze niet alleen mensen gemakkelijker op gewicht komen en blijven, ook verdwijnen soms chronische vage kwalen als sneeuw voor de zon.

Mensen informeren en begeleiden naar een LCHF/Paleo leefstijl is daarom haar passie en missie geworden! Ga naar www.natuurvoedingspraktijkevelien.nl voor meer informatie over de praktijk van Evelien en consulten.

Parkinsonpatiënt mogelijk gebaat bij LCHF/keto

Parkinsonpatiënt mogelijk gebaat bij LCHF/keto

LCHF/Keto helpt mogelijk bij ziekte van Parkinson

Kan een aangepast dieet helpen bij de ziekte van Parkinson? Uit meerdere onderzoeken blijkt dat dit wel eens zo zou kunnen zijn. Uit onderzoeken naar een LCHF/keto menu bij Parkinson-symptomen blijkt dat de resultaten veelbelovend zijn.

Wat is Parkinson precies?

Bij de ziekte van Parkinson maakt het brein steeds minder van het gelukshormoon dopamine aan, waardoor je last krijgt van trillingen, stijfheid en langzamer gaat bewegen. De ziekte kan genetisch zijn, maar kan ook veroorzaakt worden door een virus, zo schrijft de American Academy of Neurology. In beide gevallen wordt het stofwisselingsysteem aangetast door een teveel aan vrije radicalen waardoor cellen in het lichaam worden vernietigd en doodgaan. Op dit moment is er nog geen behandeling om van Parkinson te genezen, er is alleen een beperkt aantal medicijnen om de symptomen te verminderen.

Hoe werkt het?

Normaal gesproken haalt het brein voornamelijk energie uit het omzetten van suikers. Door veel vetten, proteïne en weinig koolhydraten te eten zorg je ervoor dat je lichaam in plaats van suikers, vetten en ketonen gaat omzetten als brandstof. Dit dieet wordt al vijftig jaar ingezet bij moeilijk behandelbare epilepsie en wordt nu ook gezien als interessante optie als het gaat om de ziekte van Parkinson.

Opgeruimd staat netjes

Chinese onderzoekers onderzochten het effect van een ketogeen dieet op muizen met vergelijkbare symptomen als die bij de ziekte van Parkinson en kwamen tot een interessante conclusie: “Het keto dieet kan een beschermende en ontstekingsremmende werking bieden voor neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer, de ziekte van Parkinson (PD) en amyotrofische laterale sclerose.” De ketonen die aangemaakt worden bij een ketogeen dieet helpen antioxidanten aanmaken, die het teveel aan vrije radicalen opruimen, zo blijkt uit ander onderzoek. De onderzoekers denken daarom dat een koolhydraatarm dieet ook zou kunnen helpen bij de ziekte van Parkinson.

Onderzoek

Er is één kleinschalig onderzoek geweest onder Parkinsonpatiënten, met een veelbelovend resultaat: “Symptomen als trillen, evenwichtsproblemen, schommelende stemming- en energieniveaus, het ‘bevriezen’ van de benen tijdens het lopen en het lopen in het algemeen verbeterden… Ook verloor iedere deelnemers gemiddeld zo’n 6 kilo lichaamsgewicht”, aldus de onderzoekers. Positief, maar er moet nog meer onderzoek worden gedaan. Zo deden er maar erg weinig mensen mee aan de studie en hielden maar vijf van de oorspronkelijk zeven mensen het dieet vol. Ook probeerden ze het dieet maar 28 dagen en was het dus geen lifestyle change. Tot slot was het dieet wel erg streng en daarom moeilijk vol te houden: 90% vet, 2% koolhydraten en 8% proteïne. Gelukkig bleek uit eerder onderzoek voor epilepsie dat een aangepast Atkins dieet hetzelfde beschermende effect op de hersenen opriep. Fijn, want dat betekent dat proefpersonen voor verder onderzoek misschien een minder strikt dieet hoeven volgen.

Dus?

De verschillende onderzoeken op mensen en dieren laten zien dat een LCHF/keto koolhydraatarm menu een helende en beschermende werking op de hersenen kan hebben. Dat is veelbelovend voor mensen met de ziekte van Parkinson.

 

Heb je nog vragen na het lezen van deze informatie? Stuur me even een bericht.

Matty Barnhoorn
TheNewFood

 

 

 

Wijkverpleegster Annette (51) is nu een ‘blije ex-diabeet’

Wijkverpleegster Annette (51) is nu een ‘blije ex-diabeet’

Annette had als wijkverpleegster vaak te maken met mensen die moesten spuiten in verband met diabetes. Mensen die steeds meer medicatie nodig hadden en allerlei nare complicaties kregen. Ze schrok dan ook enorm toen ze hoorde dat ze zelf diabetes 2 bleek te hebben en al snel ook insuline moest gaan gebruiken.

In de vijf jaar die daarop volgde moest ze steeds meer medicatie gebruiken en werd ze alsmaar zieker, ze kon niet meer goed functioneren. Tot de overstap naar koolhydraatarm eten haar leven veranderde.

Totaal onverwacht diabetes 2
“Mijn beide ouders hebben diabetes 2, dus ik wist dat de kans groot was dat ik het ook zou krijgen. En toch had ik het toen zeker nog niet verwacht.” Annette is 44 jaar wanneer bij een urinecontrole toevallig wordt ontdekt dat ze diabetes 2 heeft. Haar nuchtere bloedsuiker is dan 17.

Ze moet meteen starten met Metformine en later ook Gliclazide. “Ik voelde me moe, labiel, lamlendig dus ik dacht: Kom maar op met die pillen, dan gaat het tenminste weer beter met me.” Maar het gaat niet beter, ondanks dat er steeds een pilletje bij komt. Als bijwerking van de medicatie krijgt ze last van hoofdpijn, spierpijn, diarree en buikkrampen.

“Ik leek wel een oude vrouw”
Annette krijgt ook standaard een cholesterolverlager voorgeschreven.  “Ik kreeg er enorme spierkrampen van en werd zo stijf als een deur. Ik leek wel een oude vrouw als ik ‘s morgens uit bed moest. Het werken werd steeds moeilijker, vooral de ochtenddiensten.

Ze ging op zoek naar informatie over cholesterolverlagers en ontdekte dat ze zeer omstreden zijn, mede vanwege de bijwerkingen. “Er is niet eens overtuigend bewijs dat die statines je risico op hart- en vaatziekten verlagen!” Annette besloot te stoppen met de medicatie en vrijwel direct verdwenen de spierpijnklachten.

Ontstekingen en blessures
Ondertussen wordt ze steeds zieker door de diabetes. Sporten lukt niet meer vanwege haar blessuregevoeligheid. Ze krijgt last van allerlei ontstekingen. “Ik moest mijn leefstijl verbeteren, werd er gezegd. Maar hoe dan? Daar kreeg ik weinig inhoudelijke informatie over tijdens de korte bezoekjes aan mijn diabetesverpleegkundige. In  tien minuten stond ik weer buiten.“

Verplicht mager diabetes dieet
Ze voelt zich steeds zo teleurgesteld in zichzelf als ze alweer zwaarder blijkt te zijn en de Hb1Ac nog niet gedaald is. Toch houdt ze zich trouw aan de voorschriften en volgt ze via de diëtiste een speciaal Diabetes Mellitus Dieet. “Alles mager en met veel koolhydraten. Niets hielp. Ik werd steeds moedelozer. Hoe hard ik ook mijn best deed, ik voelde me niet beter.”

100 eenheden insuline per dag
Na een jaar moet ze beginnen met insuline spuiten. “Ik had de max qua pillen bereikt. Heel eventjes leek het beter te gaan met insuline. Maar als ik wat hoger zat met mijn gemiddelde bloedsuiker dan kwamen er steeds een paar eenheden insuline bij. Als ik een keer iets wilde vieren met een stukje vlaai dan was het advies: Spuit er maar een beetje bij.”

Ondanks de insuline voelt ze zich steeds slechter. “Ik was 51 maar aan het overleven in plaats van te leven. Dit wilde ik niet, ik dacht: dit moet toch ook anders kunnen? Ik ging op zoek naar een andere aanpak.“

Koolhydraatarm; een andere aanpak
Op Internet leest ze over koolhydraatarm eten bij diabetes. Ze besluit het te proberen en gaat stap voor stap minder koolhydraten en meer groentes, gezonde vetten en eiwitten eten. “Ik voelde me al snel steeds beter, kreeg weer zin om dingen te ondernemen. Mijn medicatie werd afgebouwd, ik ging van 100 eenheden per dag naar minder dan de helft. Mijn internist en diabetes verpleegkundige waren stomverbaasd over de resultaten! In het begin waren ze nogal sceptisch over mijn plan om anders te gaan eten. Dat houd je toch niet vol! zeiden ze. Maar nu zagen ze dat het écht werkt!”

Binnen 2 weken insulinevrij
Het lukt haar om haar bloedsuikers te verlagen, maar ook na een jaar koolhydraatarm eten is ze nog niet insuline-vrij. ”Ik dacht dat het niet beter zou worden, maar eigenwijs als ik ben ging ik verder zoeken en zo ontdekte ik TheNewFood.“ Annette start met de weekmenu’s uit de STARTGIDS en is binnen 2 weken van alle insuline af. “Had ik die gids maar eerder ontdekt dan had ik het meteen anders aangepakt.”

15 kilo afgevallen
Inmiddels is het haar ook gelukt om de 15 kilo af te vallen die ze was aangekomen in de afgelopen jaren door de medicatie. Annette kijkt nu heel anders tegen diabetes 2 aan dan vroeger. “Nu weet ik dat je Diabetes niet kan genezen met medicatie, je kunt alleen de symptomen proberen te bestrijden. Met een gezond LCHF menu kun je je diabetes wel omkeren en een blije ex-diabeet worden. Ik barst weer van de energie en heb vertrouwen in een gezonde toekomst.”

Gaat ze deze manier van eten volhouden?
Ik vraag haar of ze denkt dat ze het vol kan houden? “Ja natuurlijk, Ik voel me zó veel beter nu. Ik eet heerlijk, het is veel smaakvoller dan die magere troep van vroeger. En ik ben altijd verzadigd, dat is zo’n fijn gevoel! Ik weet zeker dat ik nooit meer anders wil eten. ”

Annette heeft al veel mensen om haar heen aangestoken met haar nieuwe manier van eten. “Ze zien hoe goed het met mij gaat, dat ik weer straal en bergen energie heb. Dat inspireert ook anderen merk ik.”  Ze hoopt in de toekomst meer mensen met diabetes 2 te kunnen helpen!

 

Matty Barnhoorn
TheNewFood

 

 

Zijn worst en witte sokken echt zo kankerverwekkend?

Zijn worst en witte sokken echt zo kankerverwekkend?

Bewerkt vlees en rood vlees waren volop in de aandacht de afgelopen dagen. Dagelijks een kleine portie bewerkt vlees zou de kans op darmkanker met 18% verhogen volgens de WHO (Wereld Gezondheids Organisatie). Dat klinkt best heftig! De media smullen van dergelijk nieuws en deden er nog eens een flink schepje bovenop met spectaculaire koppen over hoe gevaarlijk en dodelijk worst eten wel niet is…

Hoogste tijd om even stil te staan bij wat er nu echt aan de hand is met bewerkt vlees en rood vlees! Ik doe dat samen met Zoë Harcombe, onderzoeker en voedingsdeskundige, die in haar blog hierover korte metten maakt met deze volgens haar onnodige ‘bangmakerij’.

Hoe weet en meet de WHO dit eigenlijk? Wat betekent die 18% precies?
Is worst dodelijk en kan witte sokken dragen de kans op kanker vergroten?

 
Hoe hebben ze onderzocht dat bewerkt vlees kanker veroorzaakt?
Je zou denken: de ene groep at wel bewerkt vlees en rood vlees, en de andere groep niet en toen kreeg de ene groep kanker. Maar zo ging het niet. De resultaten blijken uit een zogenaamde ‘observatiestudie’. Een onderzoek naar de antwoorden van een grote groep mensen die lijsten invullen – in dit geval- over voeding en gezondheid.

Je kan je afvragen hoe precies mensen soms een jaar later nog weten wat ze hebben gegeten. En misschien kan je je het aantal hamburgers (die at je bijvoorbeeld elke zaterdagavond) beter herinneren dan het aantal kipfilets.

 
Veroorzaakt bewerkt vlees eten kanker?
Vervolgens kijken de onderzoekers of ze opmerkelijke patronen kunnen ontdekken in al die gegevens. Blijkbaar was er een patroon te zien in bewerkt vlees eten en kanker. Niet heel overtuigend, zo spectaculair zijn de cijfers niet, maar wel noemenswaardig. Kun je dan concluderen dat bewerkt vlees eten kanker veroorzaakt?

Of speelt wellicht mee dat mensen die veel bewerkt vlees eten, bijvoorbeeld hamburgers, ook heel veel cola drinken? Of dat ze heel weinig bewegen, of misschien bijna geen groentes eten? Dat zou best kunnen toch?
Een patroon is dus nog geen hard bewijs. Ook al proberen de onderzoekers rekening te houden met andere omstandigheden, wat bij een studie over voeding erg lastig is.

 
Veroorzaakt witte sokken dragen kanker?
Misschien is er wel een patroon met witte sokken. Stel bijvoorbeeld dat mensen die witte sokken dragen opvallend veel vaker kanker krijgen dan mensen die geen witte sokken dragen. Dan zou dat kunnen betekenen dat witte sokken dragen kanker veroorzaakt.

Maar het hoeft niet. Het kan ook zijn dat witte sokken typisch worden gedragen door mensen die veel roken. Dan is dat misschien wel de verklaring. Of mensen met witte sokken zitten de hele dag stil op een stoel te eten en komen nooit buiten, wellicht om hun sokken wit te houden. Dan kan dat de oorzaak zijn. Je kan in zo’n studie dus nauwelijks iets zinnig zeggen over wat nou precies de oorzaak is van welk gevolg. Er kan hooguit een aanleiding zijn tot verder onderzoek.

 
Ieder stukje worst 18% meer kans op kanker?
De WHO heeft ervoor gekozen om dit patroon naar buiten te brengen als bewezen feiten. Slordig. Maar goed, stel dat het klopt. Betekent dat dan je door iedere 50 gram bewerkt vlees per dag, 18% meer kans op darmkanker hebt?

Nee, die 18% betekent iets heel anders, het is nogal misleidend om dat op zo’n manier te zeggen, want die 18% is de risicofactor. En niet jouw kans op het krijgen van darmkanker door teveel worst eten.
Zoë legt uit wát dat dan wel betekent aan de hand van recente cijfers over darmkanker in Engeland.

Op dit moment ontwikkelen in Engeland jaarlijks 47 van de 100.000 mensen darmkanker, vooral oudere mensen.

 
Die 18% die wordt genoemd is eigenlijk 0,008%
Stel dat in Engeland niemand meer bewerkt en rood vlees zou eten, dan zouden nog steeds per jaar 100.000 mensen 43 mensen darmkanker krijgen (9% minder). En als iedereen juist wel bewerkt en rood vlees zou eten dan krijgen mogelijk 51 op de 100.000 personen (9% meer) darmkanker.

Dus 8 personen op de 100.000 lopen jaarlijks mogelijk meer of minder risico op het ontwikkelen van darmkanker door bewerkt en wellicht ook rood vlees. Dat is 0,008%. Daar gaat dus deze hele ophef over!

 
Zoë Harcombe: eet puur natuur, ook vlees!
Het advies van Zoë is helder: Eet vooral puur en blijf dat doen!. Rood vlees is juist erg gezond, vol voedingsstoffen: essentiële vetten en eiwitten, veel vitaminen en mineralen. Maar let op waar je vlees vandaan komt. Eet vooral puur en echt eten. Liefst biologisch, maar nog beter is vlees van grasgevoerd vee. Dit is gezonder vlees en bevat veel meer voedingsstoffen dan graangevoerd vlees uit de supermarkt.

“En er is in principe niks mis met voedsel dat op natuurlijke ambachtelijke wijze, volgens eeuwenoude tradities, houdbaar is gemaakt door pekelen, drogen, fermenteren etc.”

Geen chemisch bewerkt of verbrand vlees
Maar chemisch bewerkt voedsel, dus ook chemisch bewerkt vlees, kan je beter wel laten staan adviseert Zoë, net als alle andere zwaar bewerkte voeding. Met puur natuur onbewerkt eten zit je altijd goed.
Dokter Andreas Eenfieldt voegt daar terecht aan toe dat je vooral geen zwart geblakerd voedsel moet eten, dat geldt ook voor vlees. Verbrand voedsel eten is bewezen ongezond en kankerverwekkend.

Matty Barnhoorn
TheNewFood

 
 

LowCarb/LCHF voedingsdeskundige Matty Barnhoorn eet zelf al sinds 2001 koolhydraatarm. Ze viel destijds in korte tijd ruim 30 kilo af. Maar er veranderde meer… ze voelde zich al na een paar dagen heel veel beter. Ze had ineens bergen energie, sliep beter, had geen zeurende maagklachten (maagzuur en pijn) meer en veel minder last van PMS klachten en heftige ‘moodswings’. Ze eet sindsdien zelf strikt koolhydraatarm.

Het verbaasde haar dat niet algemeen bekend was dat koolhydraatarm eten zo’n gunstige invloed op je gewicht en gezondheid, en ze besloot zoveel mogelijk mensen hierover te informeren. In de afgelopen veertien jaar heeft zij al duizenden mensen geholpen om over te stappen op een eetpatroon met minder koolhydraten en meer puur echt eten. Mensen met overgewicht maar ook mensen met diabetes en andere gezondheidsproblemen.

Matty geeft workshops, presentaties en proeverijen. Ze ontwikkelt heerlijke koolhydraatarme menu’s en recepten en begeleidt mensen online, als coach bij minderkoolhydraten.nl

LowCarb effectiever en gezonder

LowCarb effectiever en gezonder

Mensen vermageren beter op een dieet met weinig brood, aardappelen, pasta, rijst, koekjes en suiker dan op een dieet met weinig vet. Zo’n lowcarb-dieet is ook goed voor het hart. Dat blijkt uit een gisteren gepubliceerd Amerikaans onderzoek in de Annals of Internal Medicine.

Wie lowcarb eet, laat zetmeel en suiker (koolhydraten) staan. Er komen dan relatief meer calorieën uit vet en eiwit binnen. Vet stond lang in een kwaad daglicht. Maar vet mag weer, als het zoveel mogelijk onverzadigd vet is.

In deze nieuwe, grote en langdurige studie wint de koolhydraatbeperking duidelijk. Van de bijna 150 deelnemers (gemiddeld bijna 100 kilo) ging de helft op dieet door vet uit hun voeding weg te laten. De andere helft reduceerde de koolhydraten. Eerst wekelijks en tenslotte om de maand kregen de deelnemers eetadviezen en een motiverend gesprek. Na een jaar waren de vetweglaters gemiddeld 1,8 kilo lichter. De mensen die lowcarb aten vielen 5,3 kilo af.

Lowcarb was in deze aanpak ook echt weinig. De lowcarb-eters hadden het advies om minder dan 40 gram koolhydraten per dag te eten (ruwweg de totale hoeveel in 1 boterham, 1 appel en 1 banaan samen). Dat was flink veel minder dan wat ze gewend waren voordat ze gingen afvallen: gemiddeld ruim 240 gram. Het lukte maar enkele van de 75 lowcarb-diëters om de 40 gram te halen. Gemiddeld kwamen ze tot ruim 90 gram.

In de aanbevolen 40 gram zit ongeveer 10 procent van de dagelijkse hoeveelheid energie. De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert niet-diëtende mensen om 40 tot 70 procent van de caloriebehoefte uit koolhydraten te halen.

Bron: NRC

Documentaire ‘The Cereal Killers’: Vet is goed!

Documentaire ‘The Cereal Killers’: Vet is goed!

De Ierse Donal O’Neill was ontzet én woedend toen zijn kerngezonde, sportieve vader een hartaanval kreeg en zijn kerngezonde en sportieve oom diabetes II. Zelf werkte hij als marketeer geregeld met grote voedingsindustrieën en hij had al langer het idee dat deze ons expres verkeerde informatie over gezond voedsel voorschotelt. Donal besloot een documentaire te maken: de Cereal Killers.

Bacon en eieren
Daarvoor ging hij een uitdaging aan: 28 dagen lang koolhydraatarm en vetrijk eten, gecombineerd met sport. Hij deed zich dus tegoed aan vlees, bacon, Griekse yoghurt en eieren. Al snel was de Ier overtuigd : ‘We krijgen misleidende informatie over wat een gezond eetpatroon inhoudt. Vet is góed. Wat ons wordt verteld is duidelijk ingegeven door zakelijke en politieke belangen. Suiker – en siroop met veel fructose – is waarschijnlijk het enige, meest schadelijke onderdeel van onze voedselketen.’
Documentairemaker: ‘Fabrikanten misleiden ons bewust met ‘gezond’ eten’

Promotiefilm
De Cereal Killers promotiefilm met duidelijke uitleg over suiker, vet en koolhydraten.

Volkoren brood en bloedsuikerschommelingen
Donal vertelt ook: ‘Er is een interessante studie over volkoren brood, waarvan wordt beweerd dat het gezond is. Men ondervond dat drie van de vijf mensen een veel hogere bloedsuikerspiegel kregen van bruin brood dan van gewone witte suiker.’ Toch wordt ons aangeraden vooral volkoren brood te eten.
Donal neemt als bijvoorbeeld de International Diabetes Federation, die claimt diabetes te bestrijden, en een commerciële partner van Novo Nordisk is; ’s werelds grootste producent van insuline. Ook werken ze samen met joekel Nestle.

‘Gezonde’ ontbijtgranen
Hij vervolgt: ‘Een van de meest slinkse producten is Kellogg’s Special K. (van rijst en tarwe gemaakt ontbijtgranen, red). 23 van de 100 gram bestaat uit suiker. Een reep met 90 procent pure chocolade van Lindt heeft maar 7 gram suiker, dus je zou een halve kilo van die chocola moeten eten om net zoveel suikers binnen te krijgen als in een grote kom Special K. zitten.’

Anti-vetkamp
Een van de meest interessante belichte onderdelen in de documentaire is wellicht de splitsing tussen voedingsindustrieën in 1970. Concurrerende fabrikanten ruzieden toen over de oorzaak van hart- en vaatziekten: het ene kamp geloofde dat verzadigd vet de boosdoener was, de andere hield het op suiker. Het ‘anti-vetkamp’ won. Diens voedingsrichtlijnen, gebaseerd op onvolledig onderzoek door de Amerikaanse wetenschapper Ancel Keys, was de basis voor de makers van The Food Pyramid in 1977. Dat wordt nog steeds gepromoot door onder meer de Amerikaanse regering en ondersteund door machtige partijen, ondanks de enorme toename van het aantal hartziekten, obesitas en diabetes.

Bron: Iris Times

LowCarb dieet  ook op lange termijn succesvol en gezond

LowCarb dieet ook op lange termijn succesvol en gezond

Dat koolhydraatarm eten erg geschikt is om (blijvend) af te vallen en bovendien erg gezond is, wordt door steeds meer wetenschappers onderschreven. Deskundigen bevestigen nu dat een koolhydraatarme eetstijl, afgewisseld met gezonde mediterrane voeding, ook goed werkt voor gewichtsverlies en een goede gezondheid op lange termijn.

De diëtisten van de The National Center for Biotechnology analyseerden 89 mannen en vrouwen die aan obesitas leidden. Afgezien van hun extreme overgewicht waren ze verder gezond. De deelnemers volgden een speciaal dieetprogramma met koolhydraatarme fases waarin ze afvielen en de gezondheid verbeterde, en fases waarin ze die status op peil hielden.

Fases
Ze startten met 20 dagen lang het KEMPHY-dieet; afgekort Ketogenic Mediterian Phytoextracts. De deelnemers aten dus weinig koolhydraten (ketogeen), veel mediterrane producten als olijfolie, vis en groenten, en dat combineerden ze met kruidenextracten.; phytoextracts. Daarna volgde een periode waarin de participanten 20 dagen lang helemaal low carb aten. Vervolgens stond er een zogenaamde stabilisatieperiode op stapel, waarin men 4 maanden ‘normaal’ gezond mediterrane voeding at. Daarna volgde er weer een periode van 20 dagen lang low carb eten, gevolgd door een stabilisatieperiode 6 maanden mediterrane voeding. Een overzicht van alle fases is te vinden op de website van de onderzoekers.

Flink veel kwijt
Voor de overgrote meerderheid van de participanten (88,25 procent) gold dat ze flink afvielen gedurende de ‘lowcarb periodes’. Iemand die eerst bijvoorbeeld ruim 100 kilo woog raakte 16,5 kilo kwijt en iemand die van tevoren nog 84,5 was, verloor bijna 10 kilo. Ook raakten de deelnemers veel lichaamsvet kwijt. In de zogenaamde ‘stabilisatieperiodes’ behielden de deelnemers hun gewicht. Over het hele jaar gezien werden er duidelijk betere en stabielere scores gemeten op het gebied van het cholesterol, triglyceriden en glucose in het bloed van de participanten.

De manier van eten bleek bovendien gemakkelijk vol te houden, wat de resultaten van het onderzoek positief beïnvloedde.

Bron: NCBI

Roomboter is gezonder dan margarine!

Roomboter is gezonder dan margarine!

Roomboter is gezonder én lekkerder dan (cholesterolverlagende) margarine. Dat concludeert dr. John Briffa (auteur van ‘Butter and your heart: The Facts’) in een artikel in de Times. Hij benadrukt dat we ons niet langer moeten focussen op het effect van verzadigd vet op ons cholesterol. In geen enkele recente, groot wetenschappelijke onderzoek is een link te vinden tussen de inname van verzadigd vet en extra risico op hartziekten, aldus Briffa.

Mythe
Onderzoekers van de gerenommeerde Cochrane Collaboration publiceerden een overzicht van 50 studies op het gebied van boter en margarine en het hart. De conclusie: minder of ander vet eten zorgt niet voor een verminderde kans op hartziekten (of beroerten of enige andere chronische ziekte). We leven geen dag langer als we minder vet eten. Alle bewijzen bij elkaar gelegd lijkt het er op dat ons idee van verzadigde vetten en hartziekten een mythe is.

Margarine
De resultaten halen ook de stelling onderuit dat margarine gezonder is dan boter, omdat daar minder verzadigde vetten in zitten. Margarine bestaat grotendeels uit plantaardige oliën, zoals zonnebloemolie, of maïs- of saffloerolie. Maar die oliën zijn rijk aan zogenaamde omega 6-vetzuren. Die worden bestempeld als ‘gezond’, terwijl algemeen wordt aangenomen dat die juist het risico op hart- en vaatziekten verhogen. Onderzoekers uiten al jaren hun zorgen over deze vetzuren in ons voedingspatroon.

Cholesterolverlagende margarines
Uit de bevindingen van de onderzoeken komt ook naar voren dat verschillende cholesterolverlagende producten hun belofte niet nakomen en sommige zijn zelfs bewezen schadelijk voor het hart. Sterker nog: er zijn geen gezondheidsvoordelen gevonden die horen bij het überhaupt verlagen van ons cholesterol. Dr. Briffa beklemtoont dat geen enkele studie bewijst dat cholesterolverlagende margarines hartziekten, hartaanvallen of het risico op overlijden in het algemeen verminderen.

Plantensterolen

En er schuilt nog een gevaar in deze voedingsproducten. Sommige cholesterolverlagende margarines bevatten plantensterolen, die de opname van cholesterol uit de darm tegengaan. Maar deze plantensterolen komen ook in ons bloed terecht en er is wél aantoonbaar bewijs dat meer van deze stoffen in ons bloed het risico op hart- en vaatziekten doet toenemen. Er zijn zelfs verschillende studies die aantonen dat plantensterolen weefsel beschadigen en de gezondheid schaden bij dieren. Intussen zijn al enkele (Engelse) gezondheidsorganisaties overgegaan op het nadrukkelijke advies geen plantensterolen te eten.

Lekkerder
Dr. Briffa besluit zijn artikel met te zeggen dat hij al 20 jaar lang geen meer margarine eet, niet alleen omdat boter gezonder is, maar ook omdat het veel lekkerder smaakt.

Bron: drbriffa.com

Eet je huid mooier

Eet je huid mooier

Een mooie, zuivere huid? Vermijd suiker en eet voedsel dat je bloedsuikerspiegel laag houdt. Dat benadrukken verschillende voedingsdeskundigen in een artikel van The Washington Post. ‘Je bent écht wat je eet,’ zegt Meagen McCusker, specialist op het gebied van dermatologie aan de University of Connecticut Health Center.

Ontstekingen door suiker
Ze legt uit dat suiker ontstekingen in het lichaam kan veroorzaken en een nadelig effect heeft op celmembramen (en biologische structuur die de binnenkant van een cel scheidt van de buitenkant, red). En bij een nog grotere inname zorgt suiker voor afbraak van collageen in ons lijf. Collageen is nu juist een eiwit dat onze huid stevig en elastisch houdt.

Geen eten uit pakjes
Juliet Rodman, diëtiste en mede-oprichter van Corporate Wellness Solutions, is het met MecCusker eens. ‘Blijf uit de buurt van alles dat uit een verpakking komt,’ zegt ze. ‘Vanwege de suikers, maar ook vanwege andere toevoegingen.’ Ze moedigt aan om groenten in verschillende kleuren te eten, plus noten en zaden. Op die manier krijgen we mineralen, vezels en vitaminen A, C en E binnen. Rodman noemt als voorbeeld het eten van noten en donkergroene bladgroentene: echte zinkbommetjes. In boerenkool zitten vitaminen A en C, en zonnebloempitten en amandelen puilen uit van vitamine E.

Vis en lijnzaad
In noten zitten eveneens gezonde vetten en eiwitten, voegt Alan Dattnee, dermatoloog in New York en eigenaar van Holistic Solutions, toe. Celmembramen hebben volgens haar baat bij omega 3-vetzuren die bijvoorbeeld in wilde zalm te vinden zijn. McCusker adviseert daarnaast het eten van met gras gevoed rundvlees, visolie en lijnzaad.

Probiotica
Een andere slimme toevoeging in ons eetpatroon: probiotica – onder meer te vinden in yoghurt en kefir. Volgens McCusker is er bewijs dat probiotica niet alleen de stoelgang op gang brengt, maar ook onze huid gezond en stralend maakt. Overigens raadt ze het nuttigen van andere zuivel, als melk, af. ‘Evolutionair gezien hebben we geen zuivel meer nodig als we niet meer gezoogd worden. En voor mensen met acne: zuivel kan het verergeren.’

Wat dan wel te drinken? Water!

Bron: Washingtonpost

Afvallen met koolhydraatarm dieet effectiever en gezonder

Afvallen met koolhydraatarm dieet effectiever en gezonder

Een recente studie heeft opnieuw aangetoond dat een koolhydraatarm dieet, zoals het Atkinsdieet, niet alleen sneller tot betere resultaten leidt dan een vetarm (calorie-arm) dieet, maar dat het ook net zo veilig is als een vetarm dieet, ondanks de hogere vet-inname. Een koolhydraatarm dieet zorgt juist voor een verlaging van het cholesterol en gezondere hart- en bloedvaten.

Het onderzoek was opgezet omdat men zich afvroeg of het eten van veel meer vet, zoals bij een lowcarb dieet het geval is, niet slecht zou zijn voor hart en bloed vaten. Dat is niet het geval volgens professor Stewart, verbonden aan de Universiteit van Baltimore, die het onderzoek leidde. Een koolhydraatarm dieet verbetert juist de cholesterolwaardes, en de conditie van hart- en bloedvaten. Bovendien val je met een koolhydraatarm dieet sneller af dan met een vetarm dieet.

Bij het onderzoek vielen proefpersonen op een koolhydraatarm dieet gemiddeld ruim 13 kilo af in 6 maanden, bijna 2 keer zoveel als in de groep die een vetarm dieet volgde (gemiddeld 8,2 kg). Ook verloor de koolhydraatarme groep bijna 2 keer zoveel lichaamsvet. In beide groepen was een gelijke verbetering te zien van hart en bloedvaten en een verlaging van het cholesterol.

Volgens Professor Stewart laat het onderzoek zien dat er geen enkele reden is aan te nemen dat een koolhydraatarm dieet, zoals het Atkinsdieet, ongezonder is als een vetarm dieet. In tegendeel, het resultaat is aanzienlijk beter!

bron: John Hopkins Universitair Medisch Centrum

Excuus voedingsdeskundigen op zijn plaats

Excuus voedingsdeskundigen op zijn plaats

We eten teveel koolhydraten en gaan verkeerd om met vetten. We worden dik van teveel koolhydraten en niet van vet. Ons menu zou weer grotendeels gebaseerd moeten worden op groenten en fruit, aangevuld met vis en vlees. Ook verzadigd vet blijkt dan geen probleem meer, maar juist een zegen. Nederlandse voedingsdeskundigen willen nog steeds niet aan die boodschap, zegt Kuipers. Dat is kwalijk omdat ze geen bewijs hebben vóór vetreductie, terwijl er bergen bewijs zijn tégen koolhydraten.

Onlangs promoveerde Remko Kuipers aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens Kuipers is de manier waarop we eten de oorzaak van onze welvaartsziekten. Die moeten niet zozeer als ziekten maar eerder als een natuurlijke reactie op een onnatuurlijke eet- en leefomgeving worden gezien.

Het proefschrift van Kuipers heet “Fatty acids in human evolution: contributions to evolutionary medicine”. Het beweegt zich in een complex veld dat verschillende disciplines omvat. Van medische wetenschappen en evolutieleer tot archeologie en antropologie. Het is dan ook knap dat het proefschrift zowel zijn feitelijke als zijn theoretische redeneerstappen steeds helder en controleerbaar weet te onderbouwen.

Volgens Kuipers moeten we de voeding van de oermens – waar we nog steeds als 2 druppels water op lijken – heruitvinden met moderne, 21e eeuwse middelen. Dat is een uitdaging, want onze voeding is voor een groot deel gebaseerd op koolhydraten uit tarwe en mais. Zelfs de dieren die we eten hebben daardoor een andere voedingswaarde gekregen dan de dieren die onze voorouders aten.

Ik stelde Kuipers één vraag: welke massaal gebruikte voedingsmiddelen zouden op grond van jouw onderzoeksresultaten tegen het licht gehouden moeten worden?

Hij gaf een uitvoerig antwoord:

Wat mij betreft zou de consumptie van koolhydraten nu eindelijk eens goed tegen het licht gehouden moeten worden. Ik vind het persoonlijk erg bijzonder dat de literatuur wereldwijd inmiddels bol staat van de gevaren van met name de koolhydraten met een hoge glycemische index, dat er in Nature al gesproken wordt over “the toxic truth about sugar” terwijl we in Nederland nog van alle kanten gebombardeerd worden met het verhaal dat we moeten oppassen met vet en met name verzadigd vet, hetgeen er in de praktijk op neerkomt dat we meer koolhydraten gaan eten, want het fabeltje dat eten van meer eiwitten schadelijk voor de nieren zou zijn blijft ook maar standhouden, ondanks een recente review in de European Journal of Clinical Nutrition die dit nogmaals duidelijk ontkracht. Mente liet in de Arch Int Med al in 2009 zien dat volgens de Hill criteria voor causatie de relatie tussen zowel vet, als verzadigd vet met hart- en vaatziekten op zijn hoogst zwak te noemen is. Daar zijn inmiddels twee grote meta-analyses (van Jakobsen en Siri-Tarino) bijgekomen die deze uitspraak met heel veel data ondersteunen. De daaropvolgende reactie van onder andere de Nederlandse voedingsdeskundigen Martijn Katan, Ingeborg Brouwer, Daan Kromhout en Ronald Mensink in de Britisch Journal of Nutrition is ronduit zwak en werd nota bene door de Nederlandse student Robert Hoenselaar, in een letter to the editor, al met de grond gelijk gemaakt. Ook de reactie van Katan c.s. in de American Journal of Clinical Nutrition werd door de auteurs van het originele stuk (Siri-Tarino) eenvoudig gepareerd. De krampachtige houding om vast te houden aan het gevaar van vet en verzadigd vet inzake de volksgezondheid lijkt daarmee voornamelijk in stand te worden gehouden door een groep Nederlandse voedingsdeskundigen, die zich bovendien niet lijken te willen overhalen om hun (on)gelijk daadkrachtig te ondersteunen: namelijk door middel van een RCT.

Mijn onderzoek laat vanuit de reconstructie van ons oervoedsel al zien dat we minder koolhydraten aten. Bovendien geven we in hoofdstuk 8 van mijn proefschrift een theoretische verklaring voor de relatie tussen koolhydraten en de SERUM spiegel van verzadigd vet (dus niet de inname!) met hart- en vaatziekten. De huidige inzichten dat fructose (de belangrijkste kunstmatige zoetstof die verantwoordelijk is voor een grot deel van onze koolhydraatinname, en wel met name van die koolhydraten met een hoge glycemische index) bovendien de bloeddruk doet stijgen en net als alcohol aanleiding geeft tot vetstapeling in de lever (steatose en levercirrose), naast de al genoemde uitkomsten van die meta-analyses zijn wat mij betreft dusdanig overtuigend dat niet vet maar koolhydraten onder de loep genomen zouden moeten worden. Misschien zouden de Nederlandse deskundigen zelfs moeten zeggen: ‘excuses: we hebben het bij het verkeerde eind gehad: mindert u alstublieft uw koolhydraat inname en vergeet even onze voorgaande uitspraken over vet. Zolang we voor de kwalijke gevolgen van vet geen, maar voor koolhydraten wel bewijs hebben dat ze geassocieerd zijn met hart- en vaatziekten, veranderen we onze aanbeveling tot we tot andere inzichten komen.’

Tot slot wil ik nog toevoegen dat de cardioprotectieve effecten van linolzuur ook niet ondersteund worden door enig wetenschappelijk bewijs. Mijn collega Dr Christopher Ramsden liet dit in een meta-analyse al overtuigend zien. Bovendien ondersteunt de lage inname van linolzuur door onze voorouders, zoals blijkt uit mijn reconstructie en ons onderzoek onder Oost Afrikaanse jager-verzamelaars, een lage (<5 energie %) linolzuur inname. De door Harris in zijn aanbeveling voor de American Heart Association gebruikte trials zijn, zoals Ramsden duidelijk aantoont, enorm gebiasd doordat niet alleen verzadigd vet maar ook trans-vetten vervangen werden door linolzuur. Bovendien werd de combinatie van verzadigd en trans-vet niet enkel door linolzuur vervangen, maar bovendien door een combinatie van linolzuur en omega-3 vetzuren. Kortom, de conclusie dat we verzadigd vet moeten vervangen door linolzuur wordt niet ondersteund door de studies die Harris aanhaalt. Ook hier dient dus de aanbeveling van linolzuur kritisch belicht te worden.

Mijn conclusie is dan ook dat we ten eerste vaak simpelweg minder calorieën moeten eten. Bij een afnemende hoeveelheid calorieën, danwel bij meer geleverde fysieke activiteit dienen we meer Paleolitisch te gaan eten. Dat houdt in concreto in dat we minder koolhydraten moeten eten. Dat wil zeggen dat we de snelle koolhydraten in al onze frisdranken, koekjes en snoepgoed laten staan en we de langzamere koolhydraten in onze rijst, boterhammen, pasta en aardappelen goeddeels vervangen door langzame koolhydraten gecombineerd met vezels: dus door groente en fruit. In de plaats van deze koolhydraten dan meer vlees en vis eten. Het huidige probleem dat koeien in Nederland vetgemest worden met linolzuur maakt de zaak gecompliceerd, net als het leegvissen van de oceanen. Voor het eerste probleem zou het eten van wild een alternatief kunnen zijn, waardoor de complexiteit gereduceerd wordt tot iets wat als sinds Darwins tijd algemeen bekend is: overbevolking. Malthus heeft ons al lang geleden gewaarschuwd dat het voedselaanbod voor onze groeiende bevolking het grootste probleem is. Maar doorbreken van de groei-economie is meer iets voor de kerk en de overheid dan voor mij gelukkig. Rest mij wel het advies om binnen onze inname van vet, de inname van linolzuur te verlagen en dit te vervangen, in principe iso-calorisch dus, want onze vetinname is gelijk aan die in de Steentijd, door lange-keten meervoudig onverzadigde vetzuren zoals EPA en DHA of door bijvoorbeeld alfa-linoleenzuur uit bepaalde noten en zaden. Wat mij betreft ligt hier niet alleen een taak voor bewuster eten door de mens, maar bovendien een belangrijke taak voor de overheid voor het reguleren van het voedselaanbod: weg van de suikerhoudende troep: naar fruit, groente, vlees en vishapjes als tussendoortjes!

Bron: foodlog.nl (26 maart 2012)
Auteur: Hoofdredacteur Dick Veerman
Artikel nav

Stel dat het Allemaal één Grote, Vette Leugen is geweest?

Stel dat het Allemaal één Grote, Vette Leugen is geweest?

Eerst maken ze Robert Atkins, auteur van de grootste bestseller ooit (Dr. Atkins’ Dieetrevolutie en Dr. Atkins’ Nieuwe Dieetrevolutie) 30 jaar lang belachelijk en beschuldigen hem van kwakzalverij en bedrog, om dan te ontdekken dat Dr. Atkins aldoor gelijk heeft gehad.

Of misschien was het dít wel: zij ontdekken dat hun eigen voedingsvoorschriften – ‘eet minder vet en meer koolhydraten’ – de oorzaak zijn van de voortwoekerende zwaarlijvigheids-epidemie in Amerika. Of, wie weet, ontdekken ze dat béide bovengenoemde stellingen waar zijn.

Toen Atkins voor het eerst zijn “Dieet Revolutie” publiceerde in 1972, begonnen Amerikanen net te wennen aan het idee dat vet – voornamelijk de verzadigde vetten uit vlees en melkproducten – het voornaamste voedings-spook was van het Amerikaanse dieet.

Het lukte Atkins miljoenen boeken te verkopen. Hij beloofde dat we konden afvallen door het eten van biefstuk, eieren en roomboter, zo véél als we maar wilden. Want het zijn de koolhydraten, de pasta, rijst, broodjes en suiker, die de zwaarlijvigheid en zelfs hart- en vaatziekten veroorzaken. Vet, zei hij, was onschadelijk.

Atkins stond zijn lezers toe om, zoals hij het stelde “ongelimiteerd echt luxueus voedsel” te eten: “kreeft met botersaus, biefstuk met bearnaisesaus, bacon cheeseburgers.” Hij stond echter géén zetmeel of geraffineerde koolhydraten toe. Dus: geen suikers of voedsel vervaardigd van meel. Atkins verbood zelfs vruchtensappen, en accepteerde slechts een minimum aan groenten, hoewel de groenten steeds meer bespreekbaar werden hoe langer het dieet voortduurde.

Atkins was zeer zeker niet de eerste, die rijk werd door het promoten van een vetrijk dieet, dat koolhydraten beperkte. Maar hij maakte het dusdanig populair dat de American Medical Association het als een potentiële dreiging beschouwde voor onze gezondheid. De A.M.A. viel het Atkins-dieet aan als een “bizar dieet” dat “een ongelimiteerde inname van verzadigde vetten en cholesterolrijk voedsel” adverteerde. Atkins moest zijn dieet zelfs in zittingen van het Amerikaanse Congres verdedigen.

Polarisatie over oorzaak overgewicht

Dertig jaar later, is Amerika griezelig gepolariseerd geraakt op het gebied van lichaamsgewicht. Enerzijds is ons met bijna religieuze zekerheid verzekerd door iedereen, vanaf de hartchirug tot de huisarts – en wij zijn dat dan ook met een bijna religieuze zekerheid gaan geloven – dat overgewicht wordt veroorzaakt door overmatige consumptie van vet, en dat we, wanneer we minder vet eten, zullen afvallen en langer leven.

Anderzijds hebben we de nooit-aflatende boodschap van Atkins en tientallen jaren van bestseller-dieetboeken, o.a. “The Zone”, “Sugar Busters” en “Protein Power” om er maar een paar te noemen. Allen ‘pluggen’ de één of andere variatie van wat geleerden noemen de alternatieve hypothese: het is niet het vet dat ons dik maakt, maar het zijn de koolhydraten. Als wij maar minder koolhydraten eten, zullen we afvallen en langer leven.

Het revolutionaire van deze alternatieve hypothese is, dat het precies dié geraffineerde koolhydraten als oorzaak van overgewicht aanwijst, die aan de basis staan van de ‘Schijf van Vijf’ – pasta’s, rijst en brood -. Daarvan is ons altijd verteld dat ze de basis vormen van een gezond, vetarm dieet. En verder de suiker of maissiroop in de limonades, vruchtensappen en sport-drankjes, die wij in grote hoeveelheden tot ons zijn gaan nemen, om de simpele reden dat ze vet-vrij zijn en dus goed voor de gezondheid líjken.

Het minder-vet-is-gezond dogma vertegenwoordigt de werkelijkheid zoals wij die hebben leren kennen. En de overheid heeft honderden miljoenen dollars uitgegeven om de waarde daarvan de bewijzen. Ondertussen is de boodschap om koolhydraat-arm te eten verwezen naar het rijk van de onwetenschappelijke fantasie.

Meer aandacht voor low carb bij wetenschappers

Gedurende de afgelopen vijf jaar heeft er echter een subtiele verschuiving plaatsgevonden in de wetenschappelijke consensus. Het is lange tijd zo geweest, dat zelfs het overwégen van de mogelijkheid van de alternatieve hypothese, laat staan het onderzoeken ervan, gelijk stond aan kwakzalverij of medeplichtigheid daaraan.

Een kleine, maar groeiende groep van gevestigde wetenschappers begint nu serieus in overweging te nemen, wat de low-carb-diet onderzoekers al lang verkondigen. Walter Willett, voorzitter van de afdeling voedingsstoffen aan de Harvard School of Public Health, is waarschijnlijk de meest uitgesproken voorstander van het testen van deze ketterse theorie. Willet is de spreekbuis van de langstlopende, meest veelomvattende dieet- en gezondheidsstudies die ooit zijn uitgevoerd, al meer dan $100 miljoen hebben gekost en gegevens hebben verzameld van bijna 300.000 personen.

Deze gegevens, zegt Willett, weerspreken duidelijk de minder-vet-is-gezond boodschap “alsmede het idee dat alle vet slecht voor je is; de uitsluitende gerichtheid op nadelige gevolgen van vet kan mogelijkerwijs hebben bijgedragen tot de zwaarlijvigheids-epidemie.”

Deze onderzoekers benadrukken dat er voldoende reden is om aan te nemen dat de minder-vet-is-gezond-theorie de tand des tijds niet heeft doorstaan. In het bijzonder, dat wij ons middenin een zwaarlijvigheids-epidemie bevinden die begon in de vroege 80-er jaren en die samenviel met de opkomst van het vet-arm dogma. (Type II diabetes, de meest verspreide vorm van deze ziekte, steeg gedurende deze periode ook significant).

Low fat hopeloos mislukt

Ze zeggen dat vet-arme diëten in klinische onderzoeken én in het werkelijke leven, zichzelf als hopeloze mislukkingen hebben bewezen. En daarenboven dat het percentage van vet in het Amerikaanse dieet al ruim twee decennia dalende is. Onze cholesterol-waarden zijn gedaald en we zijn minder gaan roken, en nog stééds is het vóórkomen van hartziekten niet gedaald zoals we zouden moeten kunnen verwachten. “Dat is zeer verontrustend,” zegt Willett. “Het suggereert dat er iets anders aan de hand is wat slecht is voor ons”.

De wetenschap áchter de alternatieve hypothese wordt Endocrinologie 101 genoemd, zoals dat gedaan is door David Ludwig, een onderzoeker aan de Harvard Medical School, die de kinderkliniek, gespecialiseerd in zwaarlijvigheid, leidt aan de Children’s Hospital in Boston, en die zijn eigen versie van een koolhydraat-arm dieet voorschrijft aan zijn patiënten.

Endocrinologie 101 vereist kennis van de wijze waarop koolhydraten invloed hebben op insuline en bloedsuikers en op hun beurt op vetmetabolisme en eetlust. Dit is de basis van de endocrinologie: de studie van de hormonen (zoals insuline), zegt Ludwig. En het wordt nog steeds als radicaal beschouwd omdat de kennis van het vetarme dieet in de 60er jaren afkomstig was van onderzoekers die zich vrijwel uitsluitend bezighielden met de uitwerking van vet op cholesterol en hartkwalen.

Toentertijd was Endocrinologie 101 nog onderontwikkeld en werd dus genegeerd. Nu deze wetenschap vorderingen maakt, moet het een kwarteeuw anti-vet-vooroordelen bevechten.

De alternatieve hypothese komt met een resultaat dat de moeite van het overwegen waard is, omdat het een ‘knaller’ is, en dat kan wellicht een struikelblok vormen voor de acceptatie ervan.

Indien de alternatieve hypothese juist is – – nog steeds een groot ‘indien’ – – dan suggereert het in hoge mate dat de voortdurende epidemie van zwaarlijvigheid in Amerika en elders, niet, zoals wij doorlopend te horen krijgen, simpelweg een gevolg is van een collectief gebrek aan wilskracht en het nalaten van lichamelijke oefeningen.

Het ontstond echter, zoals Atkins aldoor beweerde (samen met Barry Sears, schrijver van “The Zone”), omdat de deskundigen bij de overheid op gezondheidsgebied met de beste bedoelingen, ons adviseerden precies dié voedingsmiddelen te nuttigen, die ons dik maken, en die raad volgden wij op. Wij aten méér vetvrije koolhydraten, die ons op hun beurt eerst hongeriger maakten en daarna zwaarder.

Simpelweg gezegd, als de alternatieve hypothese klopt, dan is het vetarme dieet niet per definitie een gezond dieet. In de praktijk kan zo’n dieet niet anders dan koolhydraatrijk zijn, hetgeen tot zwaarlijvigheid kan leiden, wellicht zelfs tot hartkwalen.

“Voor een groot deel van de bevolking, wellicht 30 tot 40%, zijn vetarme diëten contraproductief”, zegt Eleftheria Maratos-Flier, directeur van zwaarlijvigheids-onderzoek aan Harvard’s prestigieuze Joslin Diabetes Center. “Ze hebben het paradoxale effect dat zij mensen zwaarder laten worden”.

Wetenschappelijk onderzoek niet eenvoudig

Wetenschappers kibbelen nog steeds over vet, ondanks een eeuw van onderzoek, omdat de regulatie van eetlust en gewicht in het menselijk lichaam bijna onbegrijpelijk complex blijkt te zijn en de experimentele gereedschappen die wij hebben om het te bestuderen nog opmerkelijk inadequaat zijn. Deze combinatie brengt onderzoekers in een onaangename positie. Het gehele fysiologische systeem onderzoeken, behelst het gedurende maanden of jaren achtereen voeren van echt voedsel aan echte menselijke proefpersonen, hetgeen te duur is om uit te voeren, ethisch niet verantwoord (als je de mate van invloed wilt meten van voedingsmiddelen die wellicht hartkwalen kunnen veroorzaken) en vrijwel onmogelijk uitvoerbaar op welke wetenschappelijk gecontroleerde manier dan ook.

Maar als onderzoekers een minder kostbare en beter controleerbare studie willen uitvoeren, resulteert dat in de studie van experimentele situaties, die zó óver-vereenvoudigd zijn dat hun resultaten wellicht niets meer met de werkelijkheid te maken hebben.

Dit leidt op zijn beurt weer tot een onderzoeksliteratuur, die zo uitgebreid is dat men altijd wel één of ander gepubliceerd onderzoek kan vinden, om welke theorie dan ook te staven. Het gevolg is een tegenstribbelende gemeenschap – – “versplinterd, met een onbuigzame opinie en in vele gevallen wars van elk compromis”, zegt Kurt Isselbacher, voormalig voorzitter van de Food and Nutrition Board van de National Academy of Science. Daarin lijken onderzoekers er snel van overtuigend te zijn, dat hun vooropgezette ideeën correct zijn. En ze zijn volkomen ongeïnteresseerd in het onderzoeken van elke andere hypothese dan die van henzelf.

Overigens, het aantal misvattingen die verspreid worden over de meest elementaire research is schrikbarend.

Onderzoekers kunnen keurig wetenschappelijk de beperkingen van hun eigen experimenten omschrijven, om daarna iets als de absolute waarheid te verkondigen omdat ze het in een tijdschrift hebben gelezen. Het klassieke voorbeeld is de bewering die herhaaldelijk wordt gehoord, dat 95 procent van alle diëters nooit afvallen, en dat 95 procent van diegenen die dat wél doen, wat ze afgevallen zijn er zo weer bij hebben.

Dit wordt terecht toegewezen aan psychiater Albert Stunkard van de University of Pennsylvania, maar de vermelding dat deze uitlating is gebaseerd op 100 patiënten van Stunkard’s zwaarlijvigheids-kliniek tijdens de regering Eisenhower (1945-1949) blijft achterwege.

Onder voorbehoud kan gezegd worden, dat één van de weinige redelijk betrouwbare feiten over de zwaarlijvigheids-epidemie is, dat het begon rond de vroege 80-er jaren. Volgens Katherine Flegal, een epidemioloog aan de National Center for Health Statistics, bleef het percentage van Amerikanen met zwaarlijvigheid door de 60-er en 70-er jaren relatief constant op 13 tot 14 procent en schoot toen in de 80-er jaren met 8 procent omhoog. Tegen het einde van dat decennium, was bijna 1 op 4 Amerikanen zwaarlijvig.

Die scherpe stijging, die heerste in alle lagen van de Amerikaanse bevolking en ongecontroleerd voortduurde tijdens de 90-er jaren, is het bijzondere kenmerk van de epidemie. Elke theorie die zwaarlijvigheid in Amerika wil verklaren, zal daarvan rekenschap moeten geven. Intussen is het aantal te dikke kinderen bijna verdrievoudigd. En voor het eerst begonnen artsen Diabetes Type II bij opgroeiende kinderen te constateren. Type II Diabetes gaat vaak gepaard met zwaarlijvigheid. Het werd vroeger vroeg-volwassenen-diabetes genoemd en nu, om verklaarbare redenen niet meer.

Toename zwaarlijvigheid. Hoe kon dit gebeuren?

De orthodoxe en algemeen aanvaarde verklaring is dat wij leven in wat Kelly Brownell, een Yale psycholoog, eens noemde een “giftig voedsel omgeving” van goedkoop, vet voedsel, grote porties, indringende voedsel-reclame en een zittend leven. Volgens deze theorie, leven wij bij de Pavlov-achtige gratie van de voedingsindustrie, die bijna $ 10 miljard per jaar besteedt aan de reclame voor ongezonde junkfood en fastfood.

En omdat deze voedingsmiddelen, vooral fastfood, zo vol zitten met vet, zijn zij zowel onweerstaanbaar als buitengewoon dikmakend.

Volgens deze theorie heeft onze moderne samenleving daarboven op succesvolle wijze de fysieke inspanning uit ons dagelijks leven verbannen. Wij trainen niet meer en lopen geen trappen meer, noch gaan onze kinderen op de fiets naar school, of spelen zij buiten, omdat zij er de voorkeur aan geven video-spelletjes te doen en TV te kijken.

En omdat sommigen van ons klaarblijkelijk veroordeeld zijn zwaarder te worden, terwijl anderen dat niet zijn, heeft deze verklaring ook een genetische component – – de zuinigheids-gen. Het suggereert dat het opslaan als vet van extra calorieën, een evolutionair voordeel was voor onze Paleolithische voorouders, die veelvuldige hongersnoden moesten overleven. Wij hebben dus deze “zuinige” genen geërfd, óndanks hun gevaar in de hedendaagse giftige leefomgeving.

Deze theorie klinkt aannemelijk en speelt in op onze puriteins vooroordeel dat vet, fastfood en televisie buitengewoon schadelijk zijn voor onze mensheid. Maar er zijn 2 valstrikken.

Ten eerste, om dit verhaal te geloven moet men accepteren dat de overvloedige negatieve versterking die zwaarlijvigheid begeleidt – – zowel sociaal als fysiek – – gemakkelijk te overwinnen is door het voortdurende bombardement van voedsel-advertenties en aantrekkingskracht van een overgrote voordelige maaltijd.

Ten tweede, zoals Flegal aangeeft, bestaat er weinig informatie om ook maar iets hiervan te staven. Niets ervan verklaart tenminste wat er zó opmerkelijk veranderd is, om de epidemie te starten. Fastfood-consumptie bijvoorbeeld, groeide gestaag tijdens de 70-er en 80-er jaren, maar het nam geen plotselinge vlucht, zoals zwaarlijvigheid.

Voor wat betreft training en fysieke inspanning, is er geen betrouwbare informatie van vóór de mid-80-er jaren, volgens William Dietz, die de afdeling voor voedingsleer en fysieke activiteit leidt aan de Centers for Disease Control; de gegevens van de 90-er jaren tonen de stijging van de zwaarlijvigheid-ratio, terwijl fysieke activiteit onveranderd bleef. Dit suggereert dat die twee weinig overeenkomst hebben.

Dietz erkent tevens dat een cultuur van fysieke inspanning in de 70-er jaren in de Verenigde Staten begon – – de “bewegen-in-je-vrijetijd-manie”, zoals Robert Levy, directeur van de National Heart, Lung and Blood Institute, het in 1981 omschreef – – en tot op heden voortduurt.

Wat het ‘zuinigheids-gen’ betreft, het biedt het soort evolutionaire ratio voor menselijk gedrag, dat wetenschappers geruststellend vinden, maar dat eenvoudigweg niet kan worden getest. Met andere woorden, als wij nu midden in een anorexia-epidemie zaten, zouden de experts over de evengoed on-testbare ‘verkwistings-gen’ theorie aan het discussiëren zijn, die de evolutionaire voordelen van gemakkelijk gewichtsverlies verkondigt. Een zwaarlijvige homo erectus – zouden zij zeggen – zou een gemakkelijk doelwit zijn geweest voor roofdieren.

Het is tevens onweerlegbaar, beweren studenten van Endocrinologie 101, dat de mensheid nooit is geëvolueerd tot het eten van een dieet dat zetmeel- en suikerrijk is.

Low fat nog maar 25 jaar oud

“Graanprodukten en geconcentreerde suikers waren aanvankelijk níet aanwezig in het menselijke voedsel, tot de uitvinding van de landbouw”, zegt Ludwig, “hetgeen pas 10.000 jaar geleden gebeurde”.

Dit wordt veelvuldig besproken in de anthropologie-teksten, is echter áfwezig in de zwaarlijvigheid-literatuur, met de in het oog springende uitzondering van de ‘Low-Carbohydrate’-dieetboeken.

Wat in de huidige tegenstelling over het hoofd wordt gezien, is dat het vet-arme dogma zélf nog maar zo’n 25 jaar oud is. Tot in de late 70-er jaren was de geaccepteerde wijsheid dat vet en eiwitten beschermen tegen tevéél eten, doordat zij je verzadigen, en dat koolhydraten je dik maken.

In “The Physiology of Taste” b.v. – een verhandeling uit 1825 die beschouwd wordt als één van de meest beroemde boeken die ooit over voedsel werden geschreven – zegt de Franse gastronoom Jean Anthelme Brillat-Savarin dat hij gemakkelijk de oorzaken van zwaarlijvigheid zou kunnen identificeren, na 30 jaar lang naar de één na de andere “gezette persoon” te hebben geluisterd, die de vreugden van brood, rijst en (door een bijzónder gezet persoon) aardappelen.

Brillat-Savarin omschreef de wortels van de zwaarlijvigheid als de natuurlijke aanleg, gecombineerd met de “bloemige en drabbige stoffen die men tot het hoofdingrediënt van de dagelijkse voeding maakt”. Hij voegde toe dat de uitwerking van deze drabbige kost – b.v. “aardappels, graan of elke soort bloem” – zichtbaar werd zodra suiker aan het dieet werd toegevoegd.

Dit is wat mijn moeder mij 40 jaar geleden al leerde, ondersteund door de vage observatie dat Italianen naar corpulentie neigen omdat zij zo veel pasta eten. Deze observatie was zelfs gedocumenteerd door Ancel Keys, een arts van de University of Minnesota, die opmerkte dat vetten “stevig op de maag liggen”. Daarmee bedoelde hij dat zij langzaam verteerd worden en dus een voldaan gevoel geven, en dat Italianen tot de zwaarste bevolkingen hoorden, die hij had bestudeerd.

Volgens Keys, aten de Napolitanen b.v. slechts één á twee maal per week een kleine hoeveelheid mager vlees, maar wel elke dag brood en pasta voor lunch en avondmaaltijd. “Er was geen aantoonbaar bewijs voor ondervoeding”, schreef hij, “maar de vrouwen uit de arbeidersklasse waren dik”.

In de 70-er jaren waren nog steeds artikelen te vinden in de kranten, die hoge mate van zwaarlijvigheid beschreven in Afrika en het Caraïbisch gebied, waar de voeding bijna uitsluitend uit koolhydraten bestond. De algemene opvatting, schreef een voormalige direkteur van de Voedsel Afdeling van de Verenigde Naties, was dat het ideale dieet – een die zwaarlijvigheid, ‘snacking’ en overvloedige suikerconsumptie voorkwam – er eentje was met “voldoende eieren, rundvlees, schapevlees, kip, boter en goed-gekookte groenten”. Dit was identiek aan het voorschrift wat Brillat-Savarin in 1825 aangaf.

Invloed van de politiek op low fat

Het was notabene Ancel Keys, die in de 50-er jaren het minder-vet-is-gezond dogma introduceerde, met zijn theorie dat voedingsvetten het cholesterol-gehalte doen stijgen en hartkwalen veroorzaken. Over de daaropvolgende twee decennia bleef het wetenschappelijke bewijs dat deze theorie staafde, echter hardnekkig dubbelzinnig.

De zaak werd uiteindelijk niet door nieuwe ontdekkingen beklonken, maar door politiek. Het begon in Januari 1977, toen een commissie van de Senaat, geleid door George McGovern, zijn “Dieet-voorschriften voor de Verenigde Staten” publiceerde, met het advies dat Amerikanen hun vet-inname drastisch omlaagbrengen om een epidemie van “dodelijke ziektes”, die klaarblijkelijk het land teisterden, een halt toe te roepen.

Het toppunt kwam eind 1984, toen de National Institutes of Health officieel adviseerden dat alle Amerikanen boven de leeftijd van 2 jaar minder vet moesten eten. Tegen die tijd was vet verworden tot “die vette moordenaar” om in de gedenkwaardige woorden van de Center for Science in the Public Interest te spreken. En het historische Amerikaanse ontbijt van eieren en bacon was al ver op weg een kom corn flakes met magere melk te worden, met een glas sinaasappelsap en toast (zónder boter) – een dubieus festijn van verfijnde koolhydraten.

In de tussenliggende jaren, spendeerden de N.I.H. meerdere honderden miljoenen dollars in een poging een samenhang te bewijzen tussen het eten van vet en het krijgen van hartkwalen en, in tegenstelling tot wat wij denken, zij slaagden daar niet in. Vijf grote studies brachten geen enkel verband aan het licht. Een zésde echter, die dik over $ 100 miljoen kostte, concludeerde dat het verminderen van de cholesterol d.m.v. medicijnen hartkwalen kon voorkomen. Toen sprongen de N.I.H.-administrators in het diepe.

Basis Rifkind, die de relevante onderzoeken voor de N.I.H. controleerde, omschreef hun logica als volgt: het was hen niet gelukt – na hieraan grote sommen geld te hebben uitgegeven – te bewijzen dat het eten van minder vet ook maar enig voordeel voor de gezondheid opleverde. Maar als een cholesterol-verlagend medicijn hartkwalen kon voorkomen, dan zou een vet-arm, cholesterol-verlagend dieet hetzelfde resultaat moeten opleveren. “De wereld is nu eenmaal niet volmaakt, vertelde Rifkind mij. “De gegevens die definitief uitsluitsel geven zijn niet verkrijgbaar, dus moeten wij ons best doen met wat wél beschikbaar is”.

Opkomend verzet tegen low fat

Sommige van de beste wetenschappers waren het met deze vet-arme logica niet eens, beweerden dat een degelijke wetenschap onverenigbaar was met een dergelijke sprong in het duister, maar zij werden deskundig genegeerd. Pete Ahrens, wiens Rockefeller University laboratorium de oorspronkelijke research van cholesterol-metabolisme had gedaan, verklaarde voor de commissie van McGovern dat ieder mens ánders reageert op een vet-arm dieet. Het was niet de vraag wie er wél of niét door geschaad zou kunnen worden, zei hij, maar “een gok”. Phil Handler, toen president van de National Academy of Sciences, verklaarde hetzelfde in het Congres in 1980.

“Welk recht”, vroeg Handler, “heeft de federale overheid, voor te stellen dat de Amerikaanse bevolking een reusachtig voedings-experiment uitvoert, met henzelf als object, gebaseerd op zó weinig bewijs dat het hen enig góed zal doen?”.

Invloed van de voedingsindustrie op low fat

Desalniettemin, nu de N.I.H. zich had verklaard vóór de vet-arme doctrine, nam de voedingsindustrie het over. Zij begon snel met het produceren van duizenden vet-arme produkten om aan de nieuwe aanbevelingen tegemoet te komen. Vet werd verwijderd uit voedsel, zoals koekjes, chips en yoghurt. Het probleem was, dat er iets ánders voor in de plaats moest komen, wat smaakvol en aantrekkelijk was, hetgeen de één of andere vorm van suiker betekende, vaak fructose-rijke maïs-siroop.

Intussen ontstond een gehele industrie voor het vervaardigen van vet-vervangers, waarvan Procter & Gamble’s …olestra de eerste was. En omdat deze vetarme vlezen, kazen, snacks en koekjes moesten wedijveren met een paar honderdduizend ándere voedselprodukten die in Amerika verkocht worden, investeerde de industrie aanzienlijke reclame-gelden om de minder-vet-is-gezond boodschap te versterken.

Een grote hulp hierbij bood, wat Walter Willett noemt, de “enorme hoeveelheden” diëtisten, gezondheidsorganisaties, consumenten-groepen en zelfs de schrijvers van kookboeken, allemaal goedbedoelende missionarissen van gezond eten.

Low fat verhaal te simpel

Weinig experts ontkennen nog dat de vetarm-boodschap véél te simpel wordt voorgesteld. Op zijn minst, negeert het zéér effectief het feit dat onverzadigde vetten, zoals olijfolie, relatief gezond voor je zijn: zij neigen ertoe het goede cholesterol (HDL) te verhogen en het slechte cholesterol (LDL) te verlagen, althans, in verhouding tot het effect van koolhydraten. Terwijl een hoger LDL-gehalte het gevaar op hartkwalen verhoogt, wordt het verláágd door een hoger HDL-gehalte.

Wat dat betekent, is dat zelfs verzadigde vetten – alias de ‘slechte’ vetten –nog niet hálf zo schadelijk zijn als wij denken. Inderdaad, zij verhogen je cholesterol-gehalte, maar zij zullen tegelijkertijd het ‘goede’ cholesterol-gehalte verhogen. M.a.w., het is om het even. Zoals Willet mij uitlegde, zal je weinig of geen verbetering van de gezondheid bereiken door het laten staan van melk, boter en kaas, om daarvoor in de plaats bagles te eten.

Maar het wordt nóg gekker. Voedingsstoffen die min of meer dodelijk werden beschouwd onder het vetarm-dogma, blijken verhoudingsgewijs goedaardig te zijn als je kijkt naar hun actuele vet-inhoud. Meer dan 2/3 van het vet in b.v. een Porterhouse Steak, zal je cholesterol-profiel absoluut verbeteren (ten minste, in verhouding tot de gebakken aardappel die er naast ligt); het klopt dat het restant de LDL – het slechte spul – zal doen stijgen, maar het zal tevens je HDL omhoogbrengen. Hetzelfde geldt voor varkensvet. Als je het cijferwerk doet, kom je tot de surrealistische conclusie dat je varkensvet zó uit de verpakking kan eten, terwijl het je risico op hartkwalen aanzienlijk vermindert.

Het cruciale voorbeeld van de manier waarop de vetarme aanbevelingen werden vereenvoudigd, is de invloed (potentieel levensgevaarlijk overigens) van vetarme diëten op trigliceriden, die de bindende molecules zijn van vet. Tegen het eind van de 60-er jaren, hadden wetenschappers bewezen dat hoge triglyceride-gehalten minstens net zo vaak voorkwamen bij patiënten met hartkwalen, als hoge LDL-cholesterolwaarden. En dat het eten van vetarm, koohydraatrijk voedsel hun triglyceride-gehalte zou doen stijgen, hun HDL-gehalte verlagen en datgene accentueren wat Gerry Reaven , een endicrinoloog aan de Stanford Universiteit, Syndroom X noemt. Dit is een groep van aandoeningen die tot hartkwalen en Type 2 diabetes kunnen leiden.

Eten van low fat en high carb veroorzaakt gezondheidsprobleem

Reaven deed er een jaar over om zijn omgeving ervan te overtuigen dat Syndroom X een legitiem gezondheidsprobleem was. “Soms zouden we wensen dat het gewoon zou verdwijnen omdat niemand er raad mee weet”, zei Robert Silverman, een N.I.H.-onderzoeker, op een N.I.H.-conferentie in 1987. “Hoge eiwitgehalten kunnen slecht zijn voor de nieren. Een hoog vetgehalte is slecht voor het hart. Nu vertelt Reaven ons geen grote koolhydraat-hoeveelheden te gebruiken. We moeten wel iéts eten”.

Zeker, alle betrokkenen bij de samenstelling van de verschillende voedingsadviezen wilden eenvoudig dat Amerikanen minder junkfood aten, hoe je dat dan ook wil definiëren, en meer eten zoals dat in Berkeley California gedaan wordt. Maar wij gingen er niet in mee. In plaats daarvan aten we meer zetmelen en verfijnde koolhydraten, omdat dit, calorie voor calorie, de goedkoopste voedingsmiddelen zijn die de voedingsindustrie kan produceren. En ze kunnen met de meeste winst worden verkocht. Het is ook wat we gráág eten. De persoon – onder de leeftijd van 50 jaar – die niét een koekje of gezoete yoghurt prefereert boven een stronk broccoli, is zeer zeldzaam.

Voedingsindustrie ziet haar kans schoon

“Alle onderzoekers zouden er goed aan doen, zich bewust te worden van de wet van onbedoelde consequenties”, zegt Alan Stone, die directeur was van de McGovern Senaatscommissie. Stone vertelde mij dat hij al een vermoeden had, hoe de voedselindustrie zou reageren op de nieuwe voedingsadviezen, toen de hoorzittingen voor het eerst gehouden werden.

Een econoom nam hem terzijde, zei hij, en gaf hem een lesje in marketing in gezond eten: “Hij zei: creëer een nieuwe markt met een gloednieuw geproduceerd voedsel, geef het een splinternieuwe, chique naam, zet er een groot reclamebudget achter, dan heb je de markt helemaal voor jezelf alleen, en kan je je concurrenten dwingen een inhaalslag te maken. Dat kan je niet met fruit e/o groenten doen. Het is moeilijker verschil te maken tussen een appel en een appel.”

Voedingsdeskundigen speelden ook een rol, omdat zij probeerden de wetenschap de gedachte over te laten nemen, dat koolhydraten het ideale voedingsmiddel zijn. Dat vet negen calorieën per gram telt, tegenover vier voor koolhydraten en eiwitten. was al bijna een eeuw bekend. Het werd over het algemeen als irrelevant beschouwd voor het onderzoek naar de oorzaken van zwaarlijvigheid, Nu werd dus de schijnbaar veilige stelling van de vetarm-aanbevelingen: verminder de belangrijkste bron van calorieën in het dieet en je zult gewicht verliezen.

In 1982, publiceerde J.P. Flatt, een biochemicus aan de Universiteit van Massachusetts, zijn onderzoek, waarin hij aantoonde dat het in een normaal voedingspatroon uiterst zeldzaam is dat het menselijk lichaam koolhydraten omzet in lichaamsvet. Dit werd vervolgens door de media en een groot aantal wetenschappers verkeerd geïnterpreteerd, in dié zin, dat het eten van koolhydraten, zelfs in overmatige hoeveelheden, niet dik kan maken – wat niet het geval is, zegt Flatt.

Maar het misverstand ging een krachtig eigen leven leiden omdat het samenviel met de opvatting dat vet tot zwaarlijvigheid leidt en dat koolhydraten onschuldig zijn.

Met als resultaat dat de belangrijkste ontwikkeling in het Amerikaanse dieet sinds het eind der 70-er jaren, volgens de U.S.D.A. landbouw-econoom Judith Putnam, een vermindering van het percentage van vet-calorieën is geweest en een “zeer verhoogde consumptie van koolhydraten”. Om precies te zijn, de jaarlijkse graan-consumptie is met bijna 30 kilo per persoon toegenomen en calorierijke zoetmiddelen (hoofdzakelijk fructoserijke maissiroop) met 15 kilo.

Tegelijkertijd begonnen we plotseling meer calorieën te consumeren: nu tot 400 meer per dag sinds de regering begon met de aanbeveling van vetarme diëten.

Als deze trends correct zijn, kan de vet-epidemie beslist verklaard worden doordat Amerikanen meer calorieën eten dan ooit tevoren – overbodige calorieën tenslotte, doen ons in gewicht toenemen – en in het bijzonder, meer koolhydraten.

De vraag is waarom?

Het antwoord dat gegeven wordt door Endocrinologie 101 is, dat we eenvoudigweg meer honger hebben dan in de 70-er jaren. En de reden daarvan is fysiologisch, éérder dan psychologisch. In dit geval is de verzadigingsfactor – genegeerd in de jacht op vet en het effect daarvan op cholesterol – de manier waarop koolhydraten de bloedsuiker en insuline beïnvloeden. Feitelijk waren deze aldóór al de aangewezen boosdoeners, waardoor Atkins en de low-carb-dieet dokters er al vroeg bovenop sprongen.

De primaire taak van insuline

Nadat je koolhydraten hebt gegeten, worden ze tot suikermoleculen afgebroken en naar de bloedsomloop getransporteerd. De alvleesklier scheidt dan insuline uit, die de bloedsuiker in de spieren en de lever brengt als brandstof voor de komende uren. Om deze reden hebben koolhydraten een significante uitwerking op insuline, en vet niet. En daar jeugd-diabetes wordt veroorzaakt door een gebrek aan insuline, geloven artsen sinds de 20-er jaren dat het enige probleem dat je met insuline kan hebben, is, dat je er niet genoeg van hebt.

Maar insuline reguleert ook het vet-metabolisme. We kunnen zonder insuline geen lichaamsvet opslaan. Stel je insuline voor als een schakelaar. Als het aan staat, die paar uren na een maaltijd, verbrand je koolhydraten als energie en sla je overtollige calorieën op als vet. Als hij uit staat, nadat de insuline verbruikt is, verbrand je vet als brandstof. Dus als de insuline-spiegel láág is, ga je je eigen vet verbranden, maar niet als die hóóg is.

En nu wordt het dus noodzakelijk gecompliceerd. Hoe dikker je bent, hoe meer insuline je pancreas per maaltijd produceert, en hoe waarschijnlijker het is dat je een z.g. “insuline-resistentie” zal ontwikkelen, wat weer de achterliggende oorzaak is van Syndroom X.

In feite worden je cellen ongevoelig voor de werking van de insuline, en daardoor heb je dus alsmaar grótere hoeveelheden nodig om je bloedsuiker te reguleren. Dus, terwijl je in gewicht toeneemt, maakt insuline het makkelijker om vet op te slaan en moeilijker om het kwijt te raken. Maar de insuline-resistentie op haar beurt, kan het misschien moeilijker maken om vet op te slaan – je gewicht blijft op peil, zoals het hoort. Maar nu zou de insuline-resistentie wellicht je pancreas aanzetten om nóg meer insuline te produceren, het potentiële begin van een vicieuze cirkel dus.

Wat komt er het eerst – de zwaarlijvigheid, het verhoogde insulinegehalte, genoemd ‘hyperinsulinisme’, of de insuline-resistentie – is een kwestie als van de-kip-en-het-ei, dat nog niet is opgelost. Een endocrinoloog omschreef dit tegen mij als “een probleem, waarvan de oplossing de Nobel-prijs verdient”.

Invloed insuline op hongergevoel

Insuline beïnvloedt ook de honger zeer sterk. Met welk doel dat gebeurt is een ander twistpunt. Enerzijds kan insuline indirect honger veroorzaken doordat het je bloedsuikergehalte omlaag brengt. Maar hóe laag moet je bloedsuiker worden voor de honger toeslaat? Dat is nog onopgelost. Intussen werkt insuline in de hersenen om honger te onderdrukken.

De theorie is, zoals die mij uitgelegd werd door Michael Schwartz, een endocrinoloog aan de Universiteit van Washington, dat de mogelijkheid van insuline om eetlust te onderdrukken normaliter haar eigenschap om lichaamsvet te genereren tégenwerkt. Met andere woorden, terwijl je in gewicht toeneemt, maakt je lichaam bij elke maaltijd meer insuline aan, wat op zijn beurt je eetlust zou onderdrukken; je zou minder eten en gewicht verliezen.

Schwartz echter kan zich een simpel mechanisme voorstellen die dit “homeostatische” systeem uit balans brengt: als je hersenen hun gevoeligheid voor insuline verliezen, net zoals je vet en spieren doen, als ze ermee overspoeld worden.

Nu wordt de hogere insulineproductie, die samenhangt met dikker worden, niet meer gecompenseerd door je eetlust te remmen, omdat je hersenen de verhoging van het insulinegehalte niet meer registreren.

Het eindresultaat is een fysiologische toestand, waarbij zwaarlijvigheid een logisch gevolg is, en eentje waarbij de koolhydraten-insuline verhouding een grote rol kan spelen. Schwartz zegt dat hij gelooft dat dit inderdaad gebeurt, maar de wetenschap is nog niet ver genoeg gevorderd om het te bewijzen. “Het is maar een hypothese” zegt hij, “het moet nog verder onderzocht worden”.

David Ludwig, endocrinoloog aan Harvard, zegt dat het het directe effect van insuline op de bloedsuiker is, die het ‘m doet. Hij merkt op dat wanneer diabetici te veel insuline krijgen, hun bloedsuiker keldert en zij razende honger krijgen. Zij komen aan omdat ze meer eten, en bovendien bevordert insuline de vetproductie.

Hetzelfde gebeurt bij proefdieren. Dit, zegt hij, is feitelijk wat er gebeurt als we koolhydraten eten – in het bijzonder suiker en zetmelen zoals aardappelen en rijst, of iets wat van bloem wordt gemaakt, zoals een snee wit brood. Deze zijn in het jargon bekend als hoog-glycemische-index koolhydraten, wat betekent dat zij snel door het bloed worden opgenomen.

Vicieuze cirkel

Het gevolg is een bloedsuiker-piek en binnen enkele minuten een toevloed van insuline. De toevloed van insuline brengt je bloedsuiker omlaag en een paar uur later is je bloedsuiker láger dan het was vóór je at. Zoals Ludwig het uitlegt, denkt je lichaam feitelijk dat de brandstof op is, maar de insuline is nog steeds hoog genoeg om te verhinderen dat je je eigen vet verbrandt. Het resultaat is honger en een verlangen naar méér koolhydraten. Het is een andere vicieuze cirkel, en nóg een situatie die rijp is voor zwaarlijvigheid.

Het glycemisch-index concept en het idee dat zetmelen nog sneller in het bloed kunnen worden opgenomen dan suiker, ontstond in de late 70-er jaren, maar had opnieuw geen invloed op de publieke gezondheidsaanbevelingen, wegens de aanwezige controverses.

Stel je voor: als je het glycemisch-index concept aanvaardde, moest je ook aanvaarden dat de zetmelen, waarvan men veronderstelde dat wij die 6 tot 11 maal daags eten, eenmaal ingeslikt, fysiologisch niet te onderscheiden zijn van suiker. Dit maakte hen aanzienlijk minder gezond. Liever dan deze mogelijkheid te accepteren, lieten de politici suiker en maisstroop ontsnappen aan de smaad die vetten ten beurt viel. Tenslotte zijn ze vet-vrij…

Suiker en maisstroop in limonades, sappen en de copieuze maaltijden en sportdrankjes leveren nu meer de 10 procent van onze totale calorie-inname.

In de 80-er jaren werden bijvoorbeeld literflessen Coca-Cola geïntroduceerd, tjokvol suiker maar 100 procent vet-vrij. Wat insuline en bloedsuikers betreft, kunnen deze frisdranken en vruchtensappen – geleerden noemen ze ‘natte koolhydraten’ – wel eens het ergste van allemaal zijn. (Light-drankjes beslaan nog minder dan een kwart van de frisdranken-markt).

De strekking van de glycemische-index is, dat hoe langer koolhydraten nodig hebben om verteerd te worden, des te minder de invloed op bloedsuiker en insuline is, en hoe gezonder het voedsel is. De voedingsmiddelen die bovenaan de glycemische index staan, zijn enkelvoudige suikers, zetmelen en alles wat van bloem gemaakt is.

Groene groenten, bonen en volkoren granen veroorzaken een veel langzamere stijging van bloedsuiker omdat zij vezels bevatten, een onverteerbaar koolhydraat. Dat maakt de vertering langzamer en verlaagt de glycemische index. Eiwit en vet hebben dezelfde werking, wat betekent dat het eten van vet gezond kan zijn, een idee dat nog steeds onacceptabel is. En het glycemische-index concept houdt in dat de primaire oorzaak van Syndroom X, hartkwalen, Type 2 diabetes en zwaarlijvigheid de lange termijn beschadiging is die wordt veroorzaakt door herhaalde pieken van insuline die voortkomen uit het nuttigen van zetmelen en geraffineerde koolhydraten. Dit suggereert een min of meer eenduidige theorie voor al deze chronische ziektes, maar niet eentje die makkelijk valt binnen de vet-arme doctrine.

In zijn kliniek voor jongeren met overgewicht heeft Ludwig al vijf jaar laag-glycemische-index diëten voorgeschreven aan kinderen en opgroeiende jeugd. Hij raadt het Atkinsdieet niet aan omdat hij zegt te geloven dat een dusdanig lage-koolhydraten-aanpak onnodig beperkend is; in plaats daarvan raadt hij zijn patiënten aan om feitelijk de geraffineerde koolhydraten en zetmelen te vervangen door groenten en fruit.

Dit wordt een laag_glycemische_index dieet, dat overeenkomt met diëtaire logica, zij het op een meer vetrijke manier.
Zijn kliniek heeft nu een wachtlijst van negen maanden. Pas onlangs is het Ludwig gelukt de N.I.H. te overtuigen dat zulke diëten het bestuderen waard zijn. Zijn eerste drie voorstellen werden afgewezen, wat kan verklaren waarom het meeste van het relevante onderzoek in Canada en in Australië werd verricht.

In April echter, heeft Ludwig $ 1,2 miljoen van de N.I.H. ontvangen om zijn laag-glycemische-index dieet tegenover een vetarm-caloriearm-regime te testen. Dat kan wellicht helpen wat van de controverse over de rol van insuline bij zwaarlijvigheid op te lossen, alhoewel de geduchte Dr Atkins hem misschien wel sneller af is.

Dr. Atkins: eet weinig koolhydraten!

De 71-jarige Atkins, gepromoveerd aan de Cornell medical school, zegt, dat hij voor het eerst in 1963 een zeer koolhydraatarm dieet probeerde, nadat hij erover had gelezen in de Journal of the American Medical Association. Hij viel zonder moeite af, zag het ‘licht’ en maakte van een beginnende cardiologische praktijk in Manhattan een bloeiende obesiteits-kliniek.

Hij joeg vervolgens de gehele medische wereld tegen zich in het harnas, door zijn lezers aan te raden nét zo veel vet en eiwitten te eten als zij wilden, zo lang als zij maar weinig tot geen koolhydraten aten. Zij zouden afvallen, zei hij, omdat ze hun insulinepeil laag hielden; ze zouden geen honger hebben; en ze zouden minder weerstand ondervinden bij het verbranden van hun eigen vet.

Atkins gaf ook aan dat zetmelen en suiker in élk geval schadelijk waren omdat zij het triglyceride-gehalte verhogen. Dit is een groter gevaar voor hartkwalen dan cholesterol.

Atkins’ dieet is zowel de ultieme manifestatie van de alternatieve hypothese, als de arena waarin de vet-versus-koolhydraten controverse in de komende jaren waarschijnlijk zal worden uitgevochten. Na 30 jaar te hebben beweerd dat Atkins een charlatan was, vinden overgewicht-experts het nu moeilijk het veelvuldig en anecdotische bewijs te negeren, dat zijn dieet precies doet wat hij beweerde.

Neem bijvoorbeeld Albert Stunkard, Hij probeert al een halve eeuw zwaarlijvigheid te behandelen, maar hij vertelde me dat bij hem pas onlangs het kwartje viel over Atkins en wellicht ook over overgewicht, toen hij ontdekte dat de hoofd-radioloog in zijn ziekenhuis 60 pond was afgevallen dankzij het Atkins-dieet. “Nou ja, het schijnt dat al de jonge kerels in het ziekenhuis het volgen”, zei hij “dus besloten we een studie te doen”.

Toen ik Stunkard vroeg of hij of een van zijn collega’s dertig jaar geleden hadden overwogen om Atkins’ dieet te testen, zei hij dat dit niet het geval was, omdat ze dachten dat Atkins “een griezel” was, die er alleen maar op uit was om geld te verdienen. “Dit stootte mensen af, en daarom nam niemand hem serieus genoeg om te doen wat we nu eindelijk doen”.

Trouwens, toen de American Medical Association haar vernietigende kritiek op Atkins’ dieet in maart ’73 uitsprak, erkenden zij dat het dieet waarschijnlijk wel zou werken, maar toonden geen enkele belangstelling voor het waarom. Tijdens de 60-er jaren was dit het onderwerp van grondig onderzoek geweest, met de conclusie dat diëten zoals die van Atkins, vermomde laag-calorische diëten waren. Wanneer je pasta, brood en aardappelen uitsluit, wordt het moeilijk om genoeg vlees, groenten en kaas te eten, om die calorieën te vervangen.

Dat roept echter de vraag op, waarom zo’n laag-calorisch dieet ook honger zou onderdrukken, wat – volgens Atkins – het karakteristieke van zijn dieet was. Eén mogelijkheid was Edocrinologie 101: dat vet en eiwitten je verzadigen en dat je, bij gebrek aan koolhydraten en de daaropvolgende schommeling in bloedsuiker en insuline, verzadigd blíjft.

Dr. Atkins: ketose geeft meer energie dan sex!

De andere mogelijkheid kwam voort uit het feit dat Atkins’ dieet ‘ketogeen’ is. Dit betekent dat de insulinespiegel zo laag daalt dat je in een toestand van ketose geraakt, wat ook gebeurt tijdens vasten en hongersnood. Je spieren en vezels verbranden lichaamsvet voor energie, zoals je hersenen doen in de vorm van vetmoleculen – ketonen geheten – die door de lever worden geproduceerd. Atkins zag ketose als de logische manier om gewichtsverlies op gang te brengen.

Hij placht ook te zeggen dat ketose zó veel energie gaf dat het nog beter was dan sex, waarvoor hij nogal eens werd uitgelachen.
Een onvermijdelijke kritiek op Atkins’ dieet was dat ketose gevaarlijk zou zijn en ten koste van alles vermeden diende te worden.

Toen ik ketose-experts interviewde, waren zij het allemaal met Atkins eens, en suggereerden dat de medische wereld en de media ketose aanzien voor ketoacidosis, een variant van ketose die voorkomt bij onbehandelde diabeten en die fataal kan zijn.

“Dokters zijn bang van ketose”, zegt Richard Veech, een N.I.H.-onderzoeker die medicijnen aan Harvard heeft gestudeerd en daarna promoveerde aan de Oxford Universiteit, bij de Nobelprijswinnaar Hans Krebs. “Ze maken zich altijd zorgen over diabetische ketoacidosis. Maar ketose is een normale fysiologische toestand. Ik zou bijna zeggen dat ketose de normale toestand van de mensheid is. Het is niet natuurlijk om een McDonald en een afhaalrestaurant op elke straathoek te hebben. Normáál is om hónger te lijden”.

Simpel gezegd, ketose is het antwoord van de evolutie op het zuinigheids-gen. We zijn dan misschien wel geëvolueerd zodat we vet kunnen opslaan voor tijden van voedselschaarste, zegt Veech, maar we hebben ook ketose geëvolueerd om efficiënt van dat vet te kunnen leven, indien nodig. In plaats dat het vergif is, zoals het door de pers vaak wordt afgeschilderd, laat vet het lichaam efficiënter werken en biedt het een reserve aan brandstof voor de hersenen. Veech noemt ketonen ‘wondermiddelen’ en heeft aangetoond dat zowel het hart als de hersenen 25 procent efficiënter functioneren op ketonen dat op bloedsuiker.

De conclusie is dat Atkins bijna 30 jaar lang volhield dat zijn dieet werkte en veilig was, en blijkbaar tientallen miljoenen Amerikanen het uitprobeerden, terwijl voedingsdeskundigen, artsen, officiële gezondheidsdeskundigen en iedereen die ook maar iets met hartkwalen te maken had, bezwoeren dat het hun dood zou worden, maar weinig of geen aandrang toonden om uit te zoeken wie er nu gelijk had.

Gedurende die periode werd het dieet slechts door twee groepen van Amerikaanse onderzoekers getest, althans slechts twee groepen hebben hun resultaten gepubliceerd.

In de vroege 70-er jaren pionierden J.P. Flatt en Harvard’s George Blackburn met ”protein-sparing modified fast“ (noot van vertaalster: Dit zijn vervangmaaltijden als alternatief voor het totaal vasten. Psmf-diëten bevatten 30 à 40 gram eiwit aangevuld met koolhydraten, vetzuren, mineralen en spoorelementen. Het lichaam wordt hierbij verplicht om de benodigde energie te putten uit de eigen vetreserves. Psmf-diëten zijn enkel aan te raden bij extreem obese patiënten. Ze bewerkstelligen een groot gewichtsverlies op korte termijn, maar brengen geen verandering in het eetgedrag teweeg. Psmf producten zijn vrij verkrijgbaar, maar worden het best onder medisch toezicht gebruikt.)
Ze deden dit om post-operatieve patiënten te behandelen, en zij testten het op zwaarlijvige vrijwilligers.

Blackburn, die later president van de American Society of Clinical Nutrition werd, omschrijft zijn methode als “een Atkins dieet zonder overbodig vet” en zegt dat hij het een chique naam moest geven om serieus genomen te worden.

Het dieet was “mager vlees, vis en gevogelte” aangevuld met vitaminen en mineralen. “De mensen vonden het prachtig”, herinnert Blackburn zich. “Fantastisch gewichtsverlies. De mensen waren niet weg te sláán”. Blackburn behandelde in de volgende 10 jaren met succes honderden zwaarlijvige patiënten en publiceerde een serie artikelen, die genegeerd werden.

Toen in het midden van de 80-er jaren dikke New Englanders eetlust-remmende middelen gingen gebruiken, is hij ermee gestopt. Hij vroeg toen bij de N.I.H. een subsidie aan om een klinische test te doen met populaire diëten, maar het werd afgewezen.

Het tweede onderzoek, dat in September 1980 werd gepubliceerd, werd uitgevoerd aan het George Washington University Medical Center. Twee dozijn zwaarlijvige vrijwilligers stemden ermee in Atkins’ dieet acht weken te volgen en vielen gemiddelde 8 kilo per persoon af, zonder duidelijke nadelen, alhoewel hun LDL-cholesterol wel steeg.

De onderzoekers, geleid door John LaRosa, nu president van de State University of New York Downstate Medical Center in Brooklyn, concludeerden dat het gewichtsverlies van 8 kilo in acht weken waarschijnlijk met elk dieet zou zijn gebeurd, door “de nieuwigheid van iets uitproberen onder experimentele condities” en besteedden er verder geen aandacht aan.

Eindelijk een onderzoek naar het Atkins dieet

Nu hebben onderzoekers eindelijk besloten dat het Atkins dieet en andere koolhydraat-arme diëten onderzocht moeten worden, en doen dat nu tegenover traditionele calorie-arm en vet-arme diëten, zoals aanbevolen door de American Heart Association.

Om hun motivatie te verklaren vertellen ze altijd één van twee verhalen: Sommigen, zoals Stunkard, vertelden me dat iemand die zij kenden – een patiënt, een vriend, een andere arts – aanzienlijk was afgevallen door het Atkins dieet en, ondanks alle vooroordelen die het tegendeel beweerden, niet meer was bijgekomen.

Anderen zeggen dat zij gefrustreerd waren door hun onmacht om zwaarlijvige patiënten te helpen, zich verdiepten in de koolhydraat-arme diëten en vaststelden dat Endocrinologie 101 hen aansprak. “Als arts, was mij geleerd alle diëten zoals die van Atkins te honen”, zegt Linda Stern, een internist aan de Philadelphia Veterans Administration Hospital, “maar ik ben zelf met het dieet begonnen. Het ging fantastisch. En ik dacht dat dit misschien iets was wat ik mijn patiënten kon aanbieden”.

Geen van deze studies zijn door de N.I.H. gefinancieerd, en geen ervan is al gepubliceerd. Maar de resultaten zijn op conferenties bekendgemaakt door onderzoekers aan de Schneider Children’s Hospital op Long Island, Duke University en de University of Cincinnati, en door Stern’s groep aan de Philadelphia V.A. Hospital.

En dan is er nog het onderzoek dat Stunkard noemde, geleid door Gary Foster aan de University of Pennsylvania, Sam Klein, directeur van de Center for Human Nutrition aan Washington University in St.Louis, en Jim Hill, die de University of Colorado Center for Human Nutrition in Denver leidt.

Dieet van dr. Atkins over de hele linie beter dan low fat dieet

De resultaten van alle vijf studies zijn opmerkelijk consistent. Proefpersonen die de een of ander vorm van het Atkins dieet doen – hetzij zwaarlijvige pubers die het dieet 12 weken lang bij Schneider volgden, hetzij zwaarlijvige volwassenen met een gemiddelde van 140 kg, die het dieet zes maanden deden, zoals aan de Philadelphia V.A. – vielen tweemaal zoveel af als de proefpersonen die de vet-arme calorie-arme dieten deden.

In alle vijf studies verbeterden de cholesterolgehalten op dezelfde wijze bij beide diëten, maar het triglyceride-peil was aanzienlijk lager met het Atkins dieet. Hoewel de onderzoekers aarzelen hiermee in te stemmen, zou het suggereren dat het risico op hartkwalen kan worden verminderd als vet weer aan het voedsel wordt toegevoegd en de koolhydraten eruit verwijderd. “Ik denk dat wanneer dit eenmaal erkend wordt”, zegt Stunkard, “dat dit het denken over zwaarlijvigheid en metabolisme flink op zijn kop zal zetten”.

Dit zou allemaal zo snel mogelijk geregeld moeten worden, waarmee we wellicht een paar lang-verwachte antwoorden kunnen krijgen op vragen als: waarom wij dik worden en, of het inderdaad door sociale omstandigheden is voorbeschikt of door onze voedselkeuze.

Voor het eerst financieert de N.I.H. nu zowaar vergelijkende studies van populaire diëten. Foster, Klein en Hill hebben nu bijvoorbeeld meer den $2,5 miljoen van de N.I.H. ontvangen om een 5-jarig-onderzoek te doen naar het Atkins dieet met 360 zwaarlijvige mensen. Aan Harvard, hebben Willett, Blackburn and Penelope Green ook geld ontvangen om een vergelijkend onderzoek te doen, zij het dan van Atkins’ nonprofit stichting.

Mochten deze klinische onderzoeken ook in het voordeel van Atkins en zijn vetrijke, koolhydraatarme dieet uitvallen, dan hebben de volksgezondheid-autoriteiten een probleem.

Toen zij zich 25 jaar geleden in goed vertrouwen uitspraken vóór het vetarme dogma, lieten zij weinig ruimte voor tegenovergestelde bewijzen of een verandering van mening, mocht zo’n verandering noodzakelijk zijn om de wetenschap bij te houden.

In dit licht is de ervaring van Sam Klein opmerkelijk. Klein is toekomstig president van de North American Association for the Study of Obesity (zwaarlijvigheid), hetgeen suggereert dat hij een zeer gerespecteerd lid is van deze organisatie. En tóch omschreef hij zijn recente ervaring tijdens het bespreken van het Atkins dieet tijdens een medische conferentie als een leerrijke ervaring. “Ik ben onder de indruk”, zei hij, “van de onverbloemde toorn van de academici. Hun reactie is: Hoe durft u ook maar gegevens over het Atkins dieet te presenteren!”.

Bij velen nog steeds angst voor vetrijk dieet

Deze vijandige houding komt hoofdzakelijk voort uit de vrees dat Amerikanen, als zij een glimpje hoop opvangen met het oog op hun gewicht, zich en masse op een dieet zouden storten, dat intuïtief gevaarlijk lijkt en waarover er nog steeds geen lange termijn gegevens bestaan over of het wel werkt en of het veilig is. Het is een gerechtvaardigde angst.

In de loop van mijn onderzoek, heb ik ochtendenlang naar mijn bord met roerei en worst zitten kijken, ervan overtuigd dat zij op de één of andere manier wel bezig moesten zijn om mijn aderen te verkalken en mij de das om te doen.

Na 20 jaren doordrenkt te zijn met vet-arm, vind ik het moeilijk de voedingswereld op een andere wijze te bekijken.
Ik heb geleerd dat vetarme diëten falen in klinische onderzoeken en in het echte leven, en ze hebben zéker in mijn leven gefaald. Ik heb de kranten gelezen die suggereren dan 20 jaar van vetarme aanbevelingen er niet toe hebben bijgedragen dat het vóórkomen van hartkwalen in dit land is verminderd, en wellicht inderdaad hebben geleid tot de scherpe stijging van zwaarlijvigheid en Type 2 diabetes.

Ik heb onderzoekers geïnterviewd, wier computers hebben uitgerekend dat het terugbrengen van verzadigde vetten in mijn voeding, tot het peil dat wordt aangeraden door de American Heart Association, niet meer dan een paar maanden aan mijn leven zou toevoegen, als het niet minder is. Ik ben zelfs relatief gemakkelijk aanzienlijk afgevallen door het opgeven van koolhydraten tijdens mijn proef-dieet, en tóch kan ik naar mijn eieren en worst kijken en nog steeds het dreigende gevaar van hartkwalen en overgewicht voelen. Dat laatste wordt vast en zeker veroorzaakt door een of ander bizar fenomeen, dat de wetenschap nog niet heeft weten te omschrijven.

Het feit dat Atkins zelf onlangs last had van zijn hart stelt mij niet gerust, ondanks zijn verzekeringen dat het niet dieet-gerelateerd is.

Dit is de gemoedstoestand waarin ik geloof dat huidige voedingsdeskundigen, onderzoekers en artsen de huidige controverse tegemoet treden. Zij zullen wellicht van mening veranderen maar het bewijs zal buitengewoon overtuigend moeten zijn. Hoewel John Farquhar, professor van gezondheidsonderzoek en –politiek aan de Stanford Universiteit, zo’n bekering ondergaat, en hij werkt al ruim 40 jaar in dit beroep.

Toen ik Farquhar in April interviewde, legde hij uit waarom vetarme diëten naar gewichtstoename kunnen leiden en koolhydraat-arme diëten naar gewichtsverlies kunnen leiden, maar hij liet me beloven niet te zeggen dat hij dat gelóófde.

Hij schreef de oorzaak van de zwaarlijvigheidsepidemie toe aan de “voedingsdwang van een natie”. Drie weken later, na een artikel te hebben gelezen over Endocrinologie 101 door David Ludwig in de Journal of the American Medical Association, stuurde hij mij een emailbericht, met de niet geheel retorische vraag “Kunnen we de vet-arm-voorstanders zover krijgen dat ze zich verontschuldigen?”

Bron: New York Times, 7 July 2002
Oorspronkelijke titel: What If It’s All Been A Big Fat Lie
Auteur: Wetenschapsjournalist Gary Taubes (Vertaling door Guinan)

Voeding beïnvloedt hersenomvang

Voeding beïnvloedt hersenomvang

Dat transvetten slecht zijn voor hart en bloedvaten en cholesterol verhogen, was al bekend. Nu zijn er echter duidelijke aanwijzingen, dat ze ook de cognitieve functies aantasten. Onder andere zou een verhoogd risico op Alzheimer worden veroorzaakt door transvetten. Door de juiste voedingskeuze kan hersenschade mogelijk worden voorkomen.

Transvetten zijn gemanipuleerde vetten die zijn terug te vinden in oa verschillende oliesoorten, koekjes, gebak, zoutjes, margarines en sauzen. Bij een lowcarb dieet, zoals het Atkinsdieet, worden in principe geen transvetten gegeten, gebruik dan wel olijfolie, roomboter of kokosolie zonder transvetten.

Ook mensen wiens voeding rijk aan omega 3-vetten en vitamines C, D, E en B vitamines presteerden hoger op cognitieve vaardigheden. Deze omega 3-vetzuren en vitamine D zitten  hoofdzakelijk in vis. Vitamine B, C en E hoofdzakelijk in fruit en groenten gevonden.

Voor het onderzoek selecteerde men een groep gezonde ouderen, die geen bijzondere aanleg voor deze ziekte hebben. Deze ouderen, gemiddeld ruim boven de 80 jaar oud, onderwierpen ze aan een bloedanalyse, geheugentests en denkoefeningen. Naar bleek, presteerden degenen met een hoge concentratie transvetten zwak.

De proefpersonen met voldoende vitamine B, C, D en E, of een ruime hoeveelheid Omega-3 maakten de tests daarentegen goed. Daarnaast ontdekte men bij deelnemers die een hoge concentratie vitaminen hadden, een groter hersenvolume.

Het ligt voor de hand dat krimp van de hersenen bestreden kan worden met een gezond dieet.

Bron: American Academy of Neurology